Tugce schreef:
Audrey keek weer via het spleetje, nog een paar minuten en het schip was er. Audrey dacht na, hoe haalden die piraten het toch in hun hoofd zeemeerminnen te gaan zoeken? Er zijn veel piraten dood gegaan toen ze hier kwamen. En aangezien zeemeerminnen bekend staan als sterke wezens, vind Audrey wel dat al die piraten lef hebben. Ze hoorde het geschreeuw dichterbij komen, ze waren er dus bijna. Daarom dook Audrey ook dieper het water in, om te voorkomen dat ze haar meteen zagen. Ze schrok toen ze een enorme knal hoorde, het was plotseling doodstil. Langzaam en zachtjes zwom ze achter haar rots vandaan, ook de anderen deden dat. Opgelucht zuchtte May, het schip was vergaan. Niet veel verderop, zag ze een man van ongeveer 25 jaar oud. Langzaam zwom ze naar hem toe, puur omdat hij geen enkele beweging maakte. Als hij dat wel had gedaan, had ze ook niet naar hem toe gezwommen. Ze bekeek de man en trok hem zachtjes mee op het eiland, hij zag er écht goed uit. Ze grinnikte bij haar gedachten. Ze hoorde allemaal gezeik van andere zeemeerminnen, waarom ze hem uit het water had getrokken. Maar Audrey trok zich er niets van aan, hij viel haar juist op. Ze ging naast de man zitten en wachtte tot de man weer bij zou komen. Ze vond het wel raar van zichzelf dat ze plotseling een piraat red, want zoiets zou ze niet snel doen..