schreef:
Ben er niet dol op, maar whatever haha
Akane sloot de zware schuurdeuren achter zich en keek naar het groepje mensen wat ze binnen de schuur had verzameld. Twee meisjes en één jongen. Van die drie was één een vampierjager, wist Akane. Het enige wat ze niet zeker wist was wee van de drie het was. Akane had geen geduld, ze had geen zin om het uit te zoeken. Ze was nu al weken bezig en drie mensen doden was best te doen. Ze grijnsde kort. Drie mensen was niet alleen te doen, het was een feestmaal.
Ze zette een paar stappen in hun richting. Een meisje met lang blond haar klampte zich vast aan de jongen. Haar naam was Lucy, de jongen waar ze zich aan vastklampte heette Owen. Owen was haar vriendje, wist Akane. Het derde meisje, wat zich in een hoek probeerde te verstoppen, was Ava. Ze was een vriendin van de twee. Akane hield haar hoofd schuin en keek naar het groepje. “Weet je, als jullie gewoon toegeven wie van de drie de jager is hoeven jullie niet allemaal dood,” zei ze. “Dan laat ik de rest misschien gaan.” Ze pakte Lucy bij haar arm en trok haar naar zich toe. “Zo niet sterven jullie allemaal, een voor een…”
Het meisje krabde en probeerde zich los te wurmen, maar het lukte haar niet. Toen de rest van de groep alleen nog maar zwijgend naar haar staarde haalde Akane haar schouders op. “Dan niet…” Ze zette haar hoektanden in de nek van het meisje en dronk tot haar levenloze lichaam op de grond viel. Ava drukte zich in de hoek en gilde, compleet in paniek. Irritant, vond Akane. Het was ook niet zo dat verstoppen zou helpen hier, dus ze had er niets aan. Owen staarde alleen vol ongeloof naar het lichaam van zijn vriendin. “J-je… Jij…” De arme knul kwam niet meer uit zijn woorden. Triest. Je zou toch verwachten dat iemand op zo’n moment sterker zou zijn. Terug zou vechten. Het ging om zijn vriendin, verdomme. Akane zuchtte diep en stapte over het lichaam van Lucy heen.
“Nu is het te laat… Nu moeten jullie allemaal dood.” Ze trok Ava de hoek uit en keek het meisje kort aan. “In ieder geval weten we zeker dat jíj geen jager bent,” grinnikte ze. Van het splinterige hout van deze rotschuur had iedere redelijke jager een staak kunnen maken. Het meisje keek haar met grote ogen aan en smeekte, smeekte tot het allerlaatste moment, tot ze het niet meer kon en naast haar vriendin op de grond belandde.
Als allerlaatste was Owen over, die na de moord van het tweede meisje achteruit was gedeisd maar nog steeds angstig naar de vampier stond te kijken. Wat een verschrikkelijke kneus. Ze duwde de jongen hardhandig tegen de muur. “Dus nog steeds praat je niet?” vroeg ze. Jammer, nu zou ze het nooit weten. Niet heel erg hoor, wie de jager ook was, hij of zij was binnen een paar minuten toch dood. Ze zette haar tanden in de nek van de jongen en wilde hem dezelfde dood bezorgen als zijn vriendinnen, maar voordat dat haar lukte voelde ze een steek in haar borst, gevolgd door verschrikkelijke pijn. Ze liet de jongen los en staarde naar haar borst. Een stuk hout. Dus toch… Hij? Dat kon niet... Ze voelde zich duizelig worden en wist dat ze snel moest handelen. Met haar laatste beetje kracht smeet ze de jongen tegen de schuur, zodat hij zeker weten dood was. Ze liet zich op haar knieën vallen. Het had erger gekund. Nu had ze hem ten minste te pakken gekregen… Al dacht hij hoogstwaarschijnlijk precies hetzelfde.