lena schreef:
Â
Hermelien:
Als Ron en Harry het eten op hebben lopen we samen naar toverdranken. Ik had er een hekel aan, ik mocht alle leraren wel en alle leraren mij, behalve één persoon Sneep. We staan voor de gesloten deuren van het lokaal. Zwadderich stond er ook al. 'He Griffel, jouw ouders zijn toch dreuzels' zei Malfidus met een grijns. 'Rot toch op' zei Ron kwaad tegen Malfidus. 'Dat is niet zo aardig van je Wemel ' zei Malfidus. Ron werd ontzettend kwaad, Harry moest zijn gewaad vast houden om te voorkomen dat Ron Malfidus te lijf ging. 'Hij is het niet waard' zei ik tegen Ron. Toen kwam Marcel aan lopen. 'Marcel je veter zit l..'. Maar het was al te laat, Marcel was over zijn veters gevallen en lag nu op de grond. Zwadderich lag in een deuk. Ik hielp Marcel over eind. 'Wat een sukkel' zei Malfidus door zijn lachen heen. 'Nu ga je te ver' schreeuwde Harry en trok zijn toverstaf uit zijn gewaad. Malfidus deed het zelfde. 'Locomo tor Wigly' zei Harry en richtte op Malfidus. Malfidus dook aan de kant en de spreuk raakte kwast. Zijn knieĂ«n konden niet stoppen met trillen. Malfidus stond op en zei âDensaugeoâ. Harry ontweek het. In plaats van dat Harry werd ik geraakt. Mijn tanden begonnen sneller en sneller te groeien. Zwadderich lachte en sommige van Griffoendor begonnen te schreeuwen. âKom we moeten naar Sneepâ zei Harry. âSneep is er alâ zei Sneep Hij zag de knieĂ«n van kwast trillen en de grote tanden van Hermelien. âWie is hier van woordelijk voorâ. Zwadderich wees naar Harry en Griffoendor naar Malfidus. âJullie twee meekomen, Hermelien en Kwast naar madame Pleisterâ. âVoor de rest, de les is afgelopenâ.Â
Â
Harry
Ik moest samen met Malfidus meekomen. We liepen naar Sneepâs kantoor. Sneepâs kantoor was niet erg groot, en er stonden allemaal potjes met enge dingen erin drijvend in gekleurd water. âZittenâ beval Sneep ons. Er stonden 2 stoelen en we gingen zitten. âJij leg het uitâ en Sneep wees naar Malfidus. âPotter viel me opeens aan terwijl ik niks deedâ zei Malfidus op een onschuldige toon. âIs dat waar Potterâ? âNee helemaal niet, hij maakte Marcel en Hermelien belachelijk en deed gemeenâ. Sneep ogen fonkelde, hij zou vast mij weer straf willen geven. âPotter en Malfidus omdat jullie onnodig mijn les hebben verstoord krijgen jullie straf, jullie moeten het lokaal van toverdranken schoonmaken, vanavond om half 9 preciesâ. Ik zuchtte en liep sjokkend het lokaal uit. Ik had door het gesprekje van Sneep een les gemist. Ik ging naar mijn volgende les dreuzelkunde. Ik liep het lokaal in en legde uit waarom ik zo laat was. Ik ging naast Ron zitten en vertelde wat voor straf ik kreeg. âEcht oneerlijkâ zei Ron.â Waar is Hermelienâ?fluisterde ik. âNog steeds in de ziekenzaal. Ik knikte en lette op. Na dreuzelkunde gingen we naar voorspellend rekenen. âOnze laatste lesâ dacht ik. Ik lette amper op en staarde na buiten. Na de les liep ik naar de leerlingen kamer en maakte mijn huiswerk.Â
Â
Â
Draco malfidus:
Ik staarde uit het raam. Ik had geen zin om mijn huiswerk te maken. Dan komt Patty naast me zitten. âHoe is het gesprekje afgelopenâ vroeg ze nieuwsgierig. âIk kreeg straf, net als Potter. Het is allemaal zijn schuldâ. âHet is vast niet alleen zijn schuldâ zei Patty. Ik keek haar kwaad aan, maar ik hield me in. Ik moet gaan, ik ga even liggen. Ik liep naar boven en plofte op mijn bed neer. Toen kwamen kwast en korzel binnen. âGa je mee naar de grote zaal voor het avond etenâ. Ik ging zitten en stond op. Ik drukte hun op zij en liep voorop naar de grote zaal. De tafels waren weer gedekt en ik nam plaats. Toen iedereen zat, wenste perkamentus ons smakelijk eten en mochten we gaan eten. Patty zat naast me. Ik had geen honger en nam niet meer dan twee kleine aardappeltjes en 3 worteltjes. Na het eten, ga ik even naar de leerlingen kamer en niet veel later was het half 9. Ik rende vliegensvlug naar Sneep. Harry was er al. âMalfidus, beetje aan de laten kant, voorruit naar binnen jijâ en Sneep maakte de deur open. Ik liep naar binnen en ik schrok. Het lokaal was een rommel. Allemaal vlekken op de muren en de grond,allemaal (kapotte)flesjes, en dat was allemaal niet het ergste. Sneep gaf ons een emmer en een dweil. Hij ging aan zijn bureau zitten en pakte een boek met allemaal zwarte kunsten rommel. Ik begon zuchtend schoon te maken. Ik zwiepte maar wat met de dweil, ik had geen zin, en het was mijn schuld niet dat ik hier was. âDoe beter je bestâ zei Harry. Ik keek hem kwaad aan. Ik pakte een paar kapotte flesjes op. âAuwâ zei ik. Ik had een stuk glas in mijn hand. Sneep legde zuchtend zijn boek neer en vroeg wat er aan de hand was. âIk heb een stuk glas in mijn hand. âGa maar naar madame Pleisterâ. Ik liep lachend naar madame Pleister. Ik maakte een lang rondje door het kasteel en ging daarna pas naar madame Pleister. Op de terug weg nam ik nog een langere route. Toen ik aan kwam was de grootste deel van het lokaal al schoon. Ik hielp een beetje en toen waren we klaar. âGoed gedaan, volgende keer wil ik het niet weer hebben, hopelijk hebben jullie hier wat van geleerdâ zei Sneep. Ik knikte en liep lachend naar de leerlingen kamer.