TaylorSwift333 schreef:
Evil Defences:
(hoofdstuk 2)As the game goes on: (deel 1)
Toen de rest het kleine hutje (eigenlijk was die helemaal niet klein) binnen was keek iedereen met weerzin naar het lijk dat er lag. "Iemand van jullie heeft al een eerste slachtoffer gemaakt. Doe allemaal jullie best om dit spel te winnen want er staat veel op het spel." zei de begeleidster. "Wie heeft dit gedaan?" vroeg iemand. "Dat is niet aan mij om dit aan jullie te vertellen ." kreeg het meisje dat dat gevraagd had als antwoord. Iedereen keek verschrikt naar elkaar om er achter te komen wie dit dan wel niet nu al gedaan had. Iedereen werd de hut uitgestuurd met de woorden: "Ga nu slapen, morgen bij het klinken van de 1ste hoorn begint het gevecht opnieuw." We gingen allemaal naar onze eigen hutten. Ik kon maar niet slapen, wat als 1 van ons het in zijn hoofd haald om in de nacht al verder te gaan met het spel? Na 2 uur viel ik toch in slaap.
Ik werd wakker door de hoorn , ik maakte dat ik snel uit mijn bed kwam. Ik nam nog snel mijn pijlen en boog mee, ik had nog 99 pijlen. Ik ging snel door de opening achter de kast en deze sloot toen ik er door was, ik was dan ook niet van plan om ook maar 1 iemand te doden. Doden vond ik duivels, ik vond het verschrikkelijk. Ik was blij dat ik kon ontsnappen, ik liep verder binnen het bos en kroop snel in een hoge boom. Ik probeerde te ontspannen, maarbij ieder geluid spande ik mijn boog aan, en zag alleen maar een eekhoorn die haastig in een andere boom sprong zodat die niet langs mij moest komen... Ik moest mijn lach inhouden want ik wou niet gehoord worden. Toen hoorde ik iets kraken, het was een zwaardere krak. Ik spande mijn boog terug aan.
Twee jongens en een meisje waren naar iets aan het zoeken. "Ik zei het toch dat ze weg zou zijn... Die had waarschijnlijk al heel veel voorsprong." Ze zochten me.... Ik wist niet meer wat ik moest doen, zou ik schieten en mezelf veraden of gewoon afwachten. Ik denk dat ik gewoon beter kon afwachten. Plots keken ze omhoog om te zien of ik niet in ee bomen zat. Gelukkig brachten de bladeren van de boom waar ik zat genoeg beschutting en konden ze me dus van geen kanten zien. Ik wachte af tot ze weg waren. Niet doden leek dus geen optie, en ik had al 2 dagen niet meer gegeten om niet op te vallen, gelukkig zag ik dat ik goed overweg kon met pijl en boog.... Ik moest alleen weten of ze ver genoeg weg waren om te kunnen jagen. Toen ik eindelijk zeker was dat ze weg waren klom ik zeer stil uit mijn boom en zocht wat om te zien of ik niets kon vinden , plots zag ik een konijn vrolijk rond huppelen , ik spande mijn boog aan en schoot recht in het hart van het beestje. Ik vond het zonde dat ik ditmoest doen maar ik kon toch moeilijk zelf verhongeren.
Ik liep met de buit terug naar mijn hut en net toen ik binnen was hoorde ik de hoorn 2 keer, er waren dus twee doden. Zouden die die mij daarstraks aan het zoeken waren 2 anderen gedood hebben in de plaats? Ik liep zonder gezien te worden naar de middelste hut en ging ergens staan waar niemand me kon zien zodat ik niet het risico liep om zelf in gevaar te zijn. Mijn maag draaide alom als ik er alleen nog maar moest aan denken dat ik dood zou gaan en mijn familie me moest missen, dat wou ik hen niet aandoen. Ik moest dus maar voorzichtig zijn. Ik hoorde de stem van de begeleidster, ze noemde de twee doden bij naam en zei dat het gevecht morgen verder ging. Het waren dus niemand van de drie die me eerst aan het zoeken waren. Ik liep dus nog steeds gevaar.
Toen ik net als de anderen terug in mijn hut was begon ik te tellen, gisteren 1 dode, vandaag 2 dus er zijn nog 27 over waaronder ik. Toen ik dan ook de volgende dag wakker werd hoorde ik de hoorn, ik wist dat er geen ontkomen meer aan was. De anderen waren razend en wilden niet zelf gedood worden dus wanneer de een naar buiten kwam kwamen er ook anderen, ik wilde niet zien wat volgde maar ik moest wel, om te zien of niemand mijn kant op kwam. Ik zag van achter mijn raam een speer door de lucht vliegen , hij doorboorde de luchtpijp van een jongen die iets verder op net een mes door het hart van een van de andere meisjes stak. De jongen wou nog kruipen maar viel neer, nog half bij bewustzijn. Nu pas zag ik wie de speer gegooid had, het was Talis, een meisje waarvan ik dacht liever nooit met haar in confrontatie te moeten gaan.
Talis stapte op de jongen af en stak nog een laatste keer zijn eigen mes door zijn hart waardoor hij ogenblikkelijk stierf. Ik zag ook dat er aan de andere kant iemand bij 2 lijken stond. Als ik alles goed kon volgen waren er nog 24 over , waarvan ook de drie die mij al de hele tijd zochten. Een van hen had een machete bij en de ander een zwaard, ze zagen iemand die wou wegvluchten maar de jongen met het zwaard was haar te snel af en sneed ook doorheen haar luchtpijp. Dat waren er nu dus nog maar 23. Al 5 doden op 1 dag. Maar het gevecht was nog niet gedaan, het meisje van de groep die mij gezocht hadden begon blijkbaar te schreeuwen tegen de jongen met het zwaard , ik weet niet waarom... Plots herrinerde ik het me weer , de jongen die hij gedood had was haar broer.
Blijbaar had de jongen met het zwaard daar geen oog voor en stak haar gewoon neer, ze viel bewegingloos op de grond en toen zag ik hen omkijken naar mijn hut, het was te laat ze hadden me gezien. Ik nam mijn pijlen en mijn boog en vluchtte naar buiten maar de jongens waren sneller dan mij en haalde me in ik draaide me naar hun om en spande mijn boog aan en raakte de goede arm van de jongen met de machete waardoor die uit zijn hand viel. "Oh dus Rue Tellings is goed met een boog." zei de jongen met het zwaard. "Maar denk je nu echt dat je dit 'spel' kunt overleven?" Ik stapte achteruit, en schoot nog een keer met mijn boog en mijn pijl stak door ee plaats waar de jongen met zijn machete zijn longen zouden moeten zitten. Mijn adem stokte, hoe kon ik dat doen? De andere jongen zag mijn schrik en stak zijn 'volgeling' dood met zijn zwaard. "En nu jij nog." zei hij. Ik voelde mijn zakmes branden in mijn jaszak en haalde die er snel uit toen de jongen zijn zwaard tegen mijn keel had gezet en mijn zakmes raakte op goed geluk net op dat moment door zijn hart.