Envy schreef:
Jaspis schreef:
AnnaJacoba schreef:
Jaspis schreef:
Haaiiiiiiii <3
Why are you happy? ^-^
Hoe gaat het?

Nou ik had die superheldin competitie gewonnen en ben nu 20 cr en 10.000 pd rijker en dat is altijd wel welkom, verder is het gewoon awesome dat ik gewonnen heb met mijn verhaal ^_^
I'm great, how are you? Except for the fact you're happy =D
Kun je hem/haar posten? I'm curiousss n.n
A little bit tired, maar verder geweldig dus! c:
Sure, het is mijn eigen personage Lucy die ik heb gebruikt, dus nu heb ik ook weer een uitgebreide personage omschrijving, hihi :3
In een klein en donker steegje in New York was het geluid van een huilende vrouw te horen. De nacht was donker en koud en niemand nam de tijd om ook maar even te kijken wat er aan de hand was, op één persoon na. De jonge dame genaamd Lucy, hoewel ze zodra ze haar kostuum aanhad Opaal werd genoemd, rende door de lege straten naar het steegje toe. De zilverachtige laarzen zonder hakken maakten nauwelijks geluid op het asfalt. Ze had lange, dunne handschoenen aan tot haar ellebogen in dezelfde kleur als haar laarzen. Alles tussen deze handschoenen en laarzen in was van wit elastische stof gemaakt. Het was een warm en flexibel kostuum. Op de witte stof zaten kleine zilveren versierselen, deze dame wou er immers wel mooi uitzien, en een zilveren riem was om haar middel vastgemaakt. Zoals vele superhelden had ook Opaal een lange cape achter zich aanwapperen. Deze cape had de kleur van een Opaal, een steen. Haar witblonde haren leek in het straatlicht wel helemaal wit en haar paarse ogen zorgden ervoor dat ook haar huid er erg bleek uitzag. Ze beheerste haar krachten nog niet heel goed, ondanks dat ze ze nu al vier jaren had, en had daarom karate lessen genomen. Ze maakte geen gebruik van andere hulpmiddelen en werkte ook alleen.
Ze had haar krachten gekregen toen ze veertien jaar oud was en in de achtertuin van haar grootouders aan het spelen was met hun kat. De kat begon te graven en geïnteresseerd had Lucy haar geholpen. Haar bruine haren lagen losjes op haar schouders en haar groene ogen keken naar de rare steen die ze gevonden had. Langzaam pakte ze de steen op en veegde ze het modder eraf. Het had gevoeld alsof de bliksem insloeg op in haar hart, alsof de aarde een koprol maakte en de lucht opeens naar beneden voel. Uitgeput en bang merkte ze opeens op dat ze aan de andere kant van de tuin was gegooid door een onzichtbare kracht. Ze voelde zich anders en onzeker rende ze naar binnen. Ze had nooit meer de gil van haar moeder uit haar hoofd kunnen krijgen, de gil die haar moeder had geuit toen ze haar dochter met paarse ogen en witblond haar weer naar binnen zag komen. Een brandwond in de vorm van een ster op de plek waar ze de opaal had aangeraakt. Niemand had geweten dat de opaal vroeger was meegenomen door superieur buitenaards leven en dat ze de steen een jaar later weer terug hadden gebracht naar aarde. Hierdoor bevatte de steen sporen van krachten waardoor een normaal mens gemuteerd zou worden. Lucy had zichzelf gehaat vanaf dat moment.
Al snel was Lucy erachter gekomen dat ze bepaalde krachten had gekregen. Ze kon vooruit springen als een hinde en daarmee grote afstanden makkelijk afleggen. Ze kon het voelen als er iemand loog en haar geheugen was veel beter geworden. Ze kon alle soorten metaal manipuleren en als ze wou ook verdwijnen en zich verschuilen in deze metalen.
Ze had echter een hekel aan al haar krachten, aan het 'ding' dat ze was geworden. Natuurlijk wou ze wel mensen helpen, maar ze had altijd gewild dat ze een keuze had gehad toen ze die steen had aangeraakt. Hierdoor gebruikte ze haar krachten ook nauwelijks. Alleen als het echt niet anders kon.
Lucy haar persoonlijkheid was ontzettend veranderd na het aanraken van de opaal, alsof ze een ander mens was. Waar ze eerst altijd een ontzettend lief meisje was geweest was ze nu wraakzuchtig geworden. Het was zowel een goede als slechte eigenschap vond ze zelf. Ze had weinig geduld en had al tijden niet meer gelachen. Haar hele leven bestond nu achter de wezens vinden die haar leven hadden verpest. Haar ouders hadden haar in de steek gelaten wegens haar verandering en daardoor had ze nooit meer een echte vriendschap kunnen beginnen, laat staan een liefde vinden. Ze zag het houden van iemand als een zwakte, een onnodig iets wat je alleen maar tegen zou houden of tegen je gebruikt kon worden. Ze was een doorzetter en gaf dus nooit op. Ze hield van de donkere nacht en de stilte van de slapende stad, elke nacht zat ze op een dak te staren naar de lucht en schreef ze verhalen over hoe ze had gewild hoe haar leven was. Haar grootste zwakte was haar nieuwsgierigheid en het feit dat ze nooit nadacht voordat ze iets deed.
'Laat die arme vrouw met rust.' Haar harde stem weergalmde door het steegje en de pooier die zijn werkneemster in elkaar sloeg kromp in elkaar en keek naar de dame die hem had laten schrikken. Toen hij zag wie het was vloekte hij en rende hij weg, de vrouwen achterlatend. Opaal liep naar de vrouw en hielp haar overeind. 'Ren hier weg. Ik straf hem wel voor je.' Haar ogen waren hard en ze begon meteen met rennen. Ze was immers wraaklustig en bloeddorstig. Deze man zou boeten, deze man zou boeten voor alles wat hij had gedaan. Alsof hij degene was die haar zo had gemaakt. Geen genade.