Laryanue schreef:
Hoewel hij de geur van het bloed nauwelijks kon weerstaan, zocht hij naar een volgend slachtoffer. Gelukkig voor hem kwam ze al naar hem toe. Een grijns verscheen op zijn gezicht terwijl hij zich schrap zette voor haar aanval. Toch kwam deze niet, nee. Hij kon iemand horen gillen, een gil die door merg en been ging. Hij kon mensen horen schreeuwen, schreeuwen van angst en wanhoop. Hij vroeg zich af of dit een list was, bleef ondanks het vele duwen staan. Hij wist niet of zijn hele lichaam verlamd was, of dat hij nieuwsgierig werd van de rennende mensen en de schreeuwen.
Hij kon helaas niet te lang blijven staan, hij zag ze. Ze kwamen op hem af met hun bloedrode ogen en hun leerachtige huid. Pas toen een van hen zijn muil opende en zijn rotte tanden liet zien, zette hij het op een rennen. Hij wist wat ze waren, al had hij ze nog nooit eerder gezien. Hij voelde ze naar zijn rug graaien, voelde hun klauwen langs zijn benen slaan in een poging hem onderuit te halen. Hij kon niks anders doen dan rennen, rennen en ontwijken. Hij sprong over lijken, ontweek klauwen en andere lichaamsdelen, alles om maar in leven te blijven.
Hij naderde het bos, een plek die hij zijn thuis kon noemen. Hij kende elk pad, elke gevallen boom, elke gebroken tak. Hij kon met zijn ogen dicht door het bos rennen maar hij hield ze open voor gevaar. Boomstammen vlogen aan hem voorbij terwijl hun takken eruit zagen alsof ze hem ieder moment vast konden grijpen, net als de klauwen van de gruwelijke wezens die hem volgden.
Hij kon zichzelf een wezen van de nacht noemen, onverschrokken, maar zelfs hij had een angst om te sterven, ook hij had zijn zwakten, ook hij kon sterven aan de hand van een demon.