Hier komen de laatste 3 forum topics
te staan waarop je hebt gereageerd.
0 | 0 | 0 | 0
0%
+ Plaats shout
ForumTeam
Vergeet niet mee te doen met Miss Lente !!!
Om mee te kunnen praten op het forum dien je ingelogd te zijn.Nog geen account? Klik hier om een gratis account aan te maken.

> Sluiten
Helper
11 van de 24 sterren behaald

Forum

ORPG, gedichten en schrijvers < Virtual Popstar
Balance en ik hebben beide gewerkt
Anoniem
Popster



aan een stukje tekst dat ik eerder eens had geschreven. ^-^
Het zijn nu 2 verschillende verhalen, afgeleid van 1 vorig verhaal. xD

Dit is het vorige verhaal:

Daar zit ze, helemaal alleen in een donkere kamer. Het is koud, griezelig en eenzaam. Maar dat vindt ze niet erg. Ze houdt ervan om alleen te zijn, gewoon helemaal alleen zonder iemand om zich heen. Niemand gaat haar problemen aan, niemand hoeft het te weten, niemand mag het weten. Niemand mag weten hoe ze zich van binnen voelt. Niemand mag weten dat haar lichaam nog leeft, maar haar ziel al lang dood is. Ze heeft een masker vast, een masker waar een glimlach op geverfd is. Het masker verschuilt de pijn van haar, de pijn die ze heeft, de pijn die ze niemand laat zien. Alleen als er niemand is haalt ze het masker weg. Alleen dan is ze zichzelf. Er lig een mes, een scherp mes ligt op de grond. Het zit onder het bloed. Dit is haar manier om haar pijn te verwerken, om zichzelf te straffen. Straffen voor alles, voor haar leven, voor wat ze zichzelf aandoet. Ze pakt het mes, en voor ze het weet zit er een snee in haar pols, ze kijkt er verschrikt naar en laat het mes dan vallen. Wat heeft ze gedaan, ze had zichzelf beloofd het niet meer te doen en nu, nu doet ze het gewoon weer. Ze bijt op haar lip en wil weg rennen. Maar de muren komen op haar af. Ze kan nergens heen, helemaal nergens. De deur, waar hij net was, is hij niet meer. De deur is weg. Alles iw eg. Het zijn 4 muren, 4 muren die op haar afkomen. Ze zit gevangen. Gevangen in een kamer zonder deur, zonder raam, zonder iets. Alleen één krukje. Het krukje verdwijnt en er ontstaat een gat. Een groot gat. Ze wordt naar het gat gezogen maar probeert zich vast te pakken aan de muur. Ineens is de muur spek glad. Haar handen glijden weg en ze wordt in het gat gezogen. Ze valt en valt en valt, tot diep in de duisternis. Nooit is er een aan, ze blijft maar vallen. Vallen tot in de eeuwigheid.


Goed, dan nu hoe ik het herschreven heb. xD

Daar zit ze, helemaal alleen in een donkere kamer. Het is koud, griezelig en eenzaam. Maar dat vindt ze niet erg. Ze houdt ervan om alleen te zijn, gewoon helemaal alleen zonder iemand om zich heen. Niemand hoeft haar problemen te weten, het gaat niemand iets aan wat er in haar hoofd omgaat, maar ook niemand mag het weten. Niemand mag weten hoe ze zich werkelijk voelt, niemand mag weten dat ze van binnen al lang overleden is, haar lichaam leeft nog. Maar dat is ook het enigste.

Ze heeft een masker vast, een masker met een glimlach erop geverfd. Het masker verschuilt de pijn die ze heeft, de pijn die niemand ziet, de pijn die niemand mag zien. Het masker gaat alleen af als ze alleen is, gewoon helemaal alleen. Dan kan ze zichzelf zijn, dan hoeft ze niet vrolijk te zijn.

Er ligt een mes, met bloedresten eraan, op de grond. Ze kijkt ernaar, sluit haar ogen en pakt het mes. Ze wil het mes weer terug leggen, maar er zit al een diepe snee in haar pols. Er rolt een traan over haar wang, een traan van pijn, een traan van wanhoop, een traan van verdriet, een traan van frustratie. Ze bijt op haar lip, en kijkt naar haar pols. Wat heeft ze gedaan! Ze zou dit niet meer doen, ze zou dit nooit meer doen, nooit meer wou ze deze verschrikkelijk pijn voelen. Nooit!

Ze laat het mes vallen als de muren op haar afkomen, ze schrikt, waar is de deur gebleven, hij is weg. Verschrikt en vol angst kijkt ze om zicht heen, ze is alleen in een donkere kamer, waar niks is behalve een krukje. Ze slikt van angst, de muren, ze komen steeds dichterbij. Ze gaan haar pletten. Het krukje veranderd in een diepe zwarte put. De put zuigt haar naar binnen maar ze houd zich vast aan de muren, aan de muren die steeds dichterbij komen. Tot haar vingers het niet meer houden, ze glijd weg en heeft krassen op haar handen van de stroeve muren. Ze wordt in de put getrokken, diep diep in de put. Het is zwart om haar heen, helemaal zwart. Ze is angstig, angstig voor wat er nu gaat gebeuren. Angstig voor wat haar nu te wachten staan. Maar er gebeurd niks, ze valt alleen maar. Ze valt en valt en valt, nooit komt er een einde aan. Het is zwart om haar heen en ze valt in een diep zwart gat, niks om haar hen, niks wat haar kan redden, niks wat ervoor kan zorgen dat ze weer grond kan voelen. Ze legt haar handen op haar ogen en veegt een traan weg, waarom was haar leven zo? Waarom moest ze zo leven? Waarom moest ze nu voor eeuwig vallen? Al die vragen, maar geen antwoorden. Al die onduidelijk heden en niemand die het haar duidelijk kan maken. Ze bijt op haar lip en sluit haar ogen, er is toch alleen maar een zwarte duisternis om haar heen.

Zodra ze haar ogen weer opent zit ze op de grond. Was ze geland? Had ze grond gevoelt toen ze haar ogen dicht had? Nee, dat had ze niet.

Ze kijk om zich heen, angstig voor wat er nu gaat komen. Maar ze zit in een prachtig gebied, hoog in de bergen bij een waterval. Ze staat op en loopt naar de waterval, de zon schijn op haar gezicht. Ze gaat op een grote steen zitten en sluit haar ogen terwijl ze haar hoofd wat naar achteren houd. De zon voelde heerlijk op haar koude, witte huid. 

Anoniem
Popster



Kate, nu moet je wel jou deel ook posten. D:
Balance
Landelijke ster



Ja, maar ik moest van com wisselen ;p
Anoniem
Popster



Ja, maar ik moest van com wisselen ;p

Pff, maar dan moet je het wel nu plaatsen a.u.b. 
Balance
Landelijke ster



Ja, maar ik moest van com wisselen ;p

Pff, maar dan moet je het wel nu plaatsen a.u.b. 

Ben bezig!
Anoniem
Popster



Ja, maar ik moest van com wisselen ;p

Pff, maar dan moet je het wel nu plaatsen a.u.b. 

Ben bezig!

Okay!
Balance
Landelijke ster



 Daar zit ze, helemaal alleen in een donkere kamer. Het is koud, griezelig en eenzaam. Maar dat vind ze niet erg. Ze houd ervan om alleen te zijn, gewoon helemaal alleen zonder iemand om zich heen. Niemand gaat haar problemen aan, niemand hoeft het te weten, niemand mag het weten. Niemand mag weten hoe ze zich van binnen voelt. Niemand mag weten dat haar lichaam nog leeft, maar haar ziel al lang dood is. Ze heeft een masker vast, een masker waar een glimlach op geverfd is. Het masker verschuilt de pijn van haar. De pijn die ze heeft, de pijn die ze aan niemand laat zien. Alleen als er niemand is haalt ze het masker weg. Alleen dan is ze zichzelf. Er ligt een mes, een scherp mes ligt op de grond. Het zit onder het bloed. Dit is haar manier om haar pijn te verwerken, om zichzelf te straffen. Straffen voor alles, voor haar leven, voor wat ze zichzelf aandoet. Ze pakt het mes, en voor ze het weet zit er een snee in haar pols, ze kijkt er verschrikt naar en laat het mes dan vallen. Wat heeft ze gedaan, ze had zichzelf belooft het niet meer te doen en nu, nu doet ze het gewoon weer. Ze bijt op haar lip en wil weg rennen. Maar de muren komen op haar af. Ze kan nergens heen, helemaal nergens. De deur, waar hij net was, is hij niet meer. De deur is weg. Alles is weg. Het zijn 4 muren, 4 muren die op haar afkomen. Ze zit gevangen. Gevangen in een kamer zonder deur, zonder raam, zonder iets. Alleen één krukje. Het krukje verdwijnt en er ontstaat een gat. Een groot gat. ze wordt naar het gat gezogen maar probeert zich vast te pakken aan de muur. Ineens is de muur spek glad. Haar handen glijden weg en ze wordt in het gat gezogen. Ze valt en valt en valt, tot diep in de duisternis. Nooit is er een einde aan, ze blijft maar vallen. Vallen tot in de eeuwigheid. -Dan wordt ze wakker, Wakker uit een vreselijke droom, Schreeuwend wakker worden, Nooit fijn. Ze kijkt naar haar pols waar ze in de droom had gesneden. Daar zat een litteken, Precies waar zij in haar droom had gesneden.  Was het dan echt gebeurd? Nee anders zat ze hier niet, En wonden kunnen niet zo snel helen. Maar waarom zat daar dan een snee? Met de vraag in haar hoofd rond spokend draait ze ongeduldig op het krukje. Ze vond het fijn om hier te zijn, Maar ze voelt een aanwezigheid, Een raar gevoel, Een gekwetst gevoel, ze weet niet wat ze moet doen. Ze sluit haar ogen en laat haar hoofd op haar knieën hangen. Met haar hand op haar pols, Met haar hand op haar litteken. Maar ze schrikt en veert omhoog, Ze mag niet weer in een enge droom verzeild worden, Ook al was ze zó moe, zó moe.. Toch viel ze in slaap, Een diepe slaap. In haar droom e zat in een grasveld. Maar ze wist niet dat het een droom was. Het was warm en de zon schijnt volop. Vlinders fladderen langs haar heen, bijen zoemen, Een zacht briesje waait haar tegemoet. Ze staat op en kijkt naar haar kleding, Ze heeft een lichtblauw jurkje aan. Alle littekens zijn weg en ze voelt zich, Ze voelt zich super, Maar ze denkt nog steeds na, Ze denkt na over hoe dit kan gebeuren, Is dit de leuke, Fleurige en kleurige kant van haar? Die er wel is, maar ze nooit laat zien. Zou het zo kunnen voelen? Om blij te zijn? Maar de zon gaat onder, De bijen vliegen weg, Vlinders fladderen zo snel mogelijk weg, Om niet bij de duisternis te komen, Ze rent, Ze rent weg van de duisternis, Wat haar niet lukt, Ze duisternis heeft haar, Ze voelt zich vreselijk, Alleen, Eenzaam. Voor het eerste keer in haar leven vind ze het niet fijn om zich zo eenzaam, Alleen te voelen. Het is donker, pikdonker. Je kan niets zien, Een schreeuw gaat door de ruimte, Maar zij was het niet, Nog een schreeuw, Ze wordt bang en weet niet wat ze moet doen.
Anoniem
Popster



 Daar zit ze, helemaal alleen in een donkere kamer. Het is koud, griezelig en eenzaam. Maar dat vind ze niet erg. Ze houd ervan om alleen te zijn, gewoon helemaal alleen zonder iemand om zich heen. Niemand gaat haar problemen aan, niemand hoeft het te weten, niemand mag het weten. Niemand mag weten hoe ze zich van binnen voelt. Niemand mag weten dat haar lichaam nog leeft, maar haar ziel al lang dood is. Ze heeft een masker vast, een masker waar een glimlach op geverfd is. Het masker verschuilt de pijn van haar. De pijn die ze heeft, de pijn die ze aan niemand laat zien. Alleen als er niemand is haalt ze het masker weg. Alleen dan is ze zichzelf. Er ligt een mes, een scherp mes ligt op de grond. Het zit onder het bloed. Dit is haar manier om haar pijn te verwerken, om zichzelf te straffen. Straffen voor alles, voor haar leven, voor wat ze zichzelf aandoet. Ze pakt het mes, en voor ze het weet zit er een snee in haar pols, ze kijkt er verschrikt naar en laat het mes dan vallen. Wat heeft ze gedaan, ze had zichzelf belooft het niet meer te doen en nu, nu doet ze het gewoon weer. Ze bijt op haar lip en wil weg rennen. Maar de muren komen op haar af. Ze kan nergens heen, helemaal nergens. De deur, waar hij net was, is hij niet meer. De deur is weg. Alles is weg. Het zijn 4 muren, 4 muren die op haar afkomen. Ze zit gevangen. Gevangen in een kamer zonder deur, zonder raam, zonder iets. Alleen één krukje. Het krukje verdwijnt en er ontstaat een gat. Een groot gat. ze wordt naar het gat gezogen maar probeert zich vast te pakken aan de muur. Ineens is de muur spek glad. Haar handen glijden weg en ze wordt in het gat gezogen. Ze valt en valt en valt, tot diep in de duisternis. Nooit is er een einde aan, ze blijft maar vallen. Vallen tot in de eeuwigheid. -Dan wordt ze wakker, Wakker uit een vreselijke droom, Schreeuwend wakker worden, Nooit fijn. Ze kijkt naar haar pols waar ze in de droom had gesneden. Daar zat een litteken, Precies waar zij in haar droom had gesneden.  Was het dan echt gebeurd? Nee anders zat ze hier niet, En wonden kunnen niet zo snel helen. Maar waarom zat daar dan een snee? Met de vraag in haar hoofd rond spokend draait ze ongeduldig op het krukje. Ze vond het fijn om hier te zijn, Maar ze voelt een aanwezigheid, Een raar gevoel, Een gekwetst gevoel, ze weet niet wat ze moet doen. Ze sluit haar ogen en laat haar hoofd op haar knieën hangen. Met haar hand op haar pols, Met haar hand op haar litteken. Maar ze schrikt en veert omhoog, Ze mag niet weer in een enge droom verzeild worden, Ook al was ze zó moe, zó moe.. Toch viel ze in slaap, Een diepe slaap. In haar droom e zat in een grasveld. Maar ze wist niet dat het een droom was. Het was warm en de zon schijnt volop. Vlinders fladderen langs haar heen, bijen zoemen, Een zacht briesje waait haar tegemoet. Ze staat op en kijkt naar haar kleding, Ze heeft een lichtblauw jurkje aan. Alle littekens zijn weg en ze voelt zich, Ze voelt zich super, Maar ze denkt nog steeds na, Ze denkt na over hoe dit kan gebeuren, Is dit de leuke, Fleurige en kleurige kant van haar? Die er wel is, maar ze nooit laat zien. Zou het zo kunnen voelen? Om blij te zijn? Maar de zon gaat onder, De bijen vliegen weg, Vlinders fladderen zo snel mogelijk weg, Om niet bij de duisternis te komen, Ze rent, Ze rent weg van de duisternis, Wat haar niet lukt, Ze duisternis heeft haar, Ze voelt zich vreselijk, Alleen, Eenzaam. Voor het eerste keer in haar leven vind ze het niet fijn om zich zo eenzaam, Alleen te voelen. Het is donker, pikdonker. Je kan niets zien, Een schreeuw gaat door de ruimte, Maar zij was het niet, Nog een schreeuw, Ze wordt bang en weet niet wat ze moet doen.

Yay!
Balance
Landelijke ster



 Daar zit ze, helemaal alleen in een donkere kamer. Het is koud, griezelig en eenzaam. Maar dat vind ze niet erg. Ze houd ervan om alleen te zijn, gewoon helemaal alleen zonder iemand om zich heen. Niemand gaat haar problemen aan, niemand hoeft het te weten, niemand mag het weten. Niemand mag weten hoe ze zich van binnen voelt. Niemand mag weten dat haar lichaam nog leeft, maar haar ziel al lang dood is. Ze heeft een masker vast, een masker waar een glimlach op geverfd is. Het masker verschuilt de pijn van haar. De pijn die ze heeft, de pijn die ze aan niemand laat zien. Alleen als er niemand is haalt ze het masker weg. Alleen dan is ze zichzelf. Er ligt een mes, een scherp mes ligt op de grond. Het zit onder het bloed. Dit is haar manier om haar pijn te verwerken, om zichzelf te straffen. Straffen voor alles, voor haar leven, voor wat ze zichzelf aandoet. Ze pakt het mes, en voor ze het weet zit er een snee in haar pols, ze kijkt er verschrikt naar en laat het mes dan vallen. Wat heeft ze gedaan, ze had zichzelf belooft het niet meer te doen en nu, nu doet ze het gewoon weer. Ze bijt op haar lip en wil weg rennen. Maar de muren komen op haar af. Ze kan nergens heen, helemaal nergens. De deur, waar hij net was, is hij niet meer. De deur is weg. Alles is weg. Het zijn 4 muren, 4 muren die op haar afkomen. Ze zit gevangen. Gevangen in een kamer zonder deur, zonder raam, zonder iets. Alleen één krukje. Het krukje verdwijnt en er ontstaat een gat. Een groot gat. ze wordt naar het gat gezogen maar probeert zich vast te pakken aan de muur. Ineens is de muur spek glad. Haar handen glijden weg en ze wordt in het gat gezogen. Ze valt en valt en valt, tot diep in de duisternis. Nooit is er een einde aan, ze blijft maar vallen. Vallen tot in de eeuwigheid. -Dan wordt ze wakker, Wakker uit een vreselijke droom, Schreeuwend wakker worden, Nooit fijn. Ze kijkt naar haar pols waar ze in de droom had gesneden. Daar zat een litteken, Precies waar zij in haar droom had gesneden.  Was het dan echt gebeurd? Nee anders zat ze hier niet, En wonden kunnen niet zo snel helen. Maar waarom zat daar dan een snee? Met de vraag in haar hoofd rond spokend draait ze ongeduldig op het krukje. Ze vond het fijn om hier te zijn, Maar ze voelt een aanwezigheid, Een raar gevoel, Een gekwetst gevoel, ze weet niet wat ze moet doen. Ze sluit haar ogen en laat haar hoofd op haar knieën hangen. Met haar hand op haar pols, Met haar hand op haar litteken. Maar ze schrikt en veert omhoog, Ze mag niet weer in een enge droom verzeild worden, Ook al was ze zó moe, zó moe.. Toch viel ze in slaap, Een diepe slaap. In haar droom e zat in een grasveld. Maar ze wist niet dat het een droom was. Het was warm en de zon schijnt volop. Vlinders fladderen langs haar heen, bijen zoemen, Een zacht briesje waait haar tegemoet. Ze staat op en kijkt naar haar kleding, Ze heeft een lichtblauw jurkje aan. Alle littekens zijn weg en ze voelt zich, Ze voelt zich super, Maar ze denkt nog steeds na, Ze denkt na over hoe dit kan gebeuren, Is dit de leuke, Fleurige en kleurige kant van haar? Die er wel is, maar ze nooit laat zien. Zou het zo kunnen voelen? Om blij te zijn? Maar de zon gaat onder, De bijen vliegen weg, Vlinders fladderen zo snel mogelijk weg, Om niet bij de duisternis te komen, Ze rent, Ze rent weg van de duisternis, Wat haar niet lukt, Ze duisternis heeft haar, Ze voelt zich vreselijk, Alleen, Eenzaam. Voor het eerste keer in haar leven vind ze het niet fijn om zich zo eenzaam, Alleen te voelen. Het is donker, pikdonker. Je kan niets zien, Een schreeuw gaat door de ruimte, Maar zij was het niet, Nog een schreeuw, Ze wordt bang en weet niet wat ze moet doen.

Yay!

c:
Lolatidol
Straatmuzikant



Leuk!
Balance
Landelijke ster



Leuk!

Dankje c:
Anoniem
Popster



Leuk!

:d
Balance
Landelijke ster



Doowd ;c
Anoniem
Popster



Doowd ;c

Idd :c
Anoniem
Popster



Wat vinden jullie?
Plaats een reactie
Reageer
Om nieuwe berichten te laden: ingeschakeld