Het is nog vroeg in de ochtend als Emma van der Kamp zich geeuwend uitrekt en besluit dat het tijd is om op te staan en naar beneden te gaan. Op blote voeten, alleen gekleed in een luchtig zomerjurkje, daalt Emma even later de trap af, haar vriendje, Sean, in de kamer achterlatend. Het is al mooi weer, constateert ze, als ze een zijdelingse blik werpt op het raam naast de voordeur en de zonnestralen al naar binnen ziet schijnen. Misschien dat ze vandaag zouden kunnen zwemmen, het strand is dichtbij, en als het zo heerlijk weer is... Met haar hoofd vol gedachten duwt Emma de deur van de woonkamer open. Een glimlach verschijnt op haar gezicht als ze het uitzicht vanuit de kamer ziet. Het prachtige strand dat op 2 minuten lopen afstand ligt, het prachtige blauwe water dat glinstert door de zon en het witte zand dat haar lijkt te roepen. 'Emma, kom hierheen! Emma, kom zwemmen! Leg je handdoek neer en blijf de hele dag liggen!' Misschien dat ze wel zou luisteren. Kort grinnikt ze en ze loopt de hoek om, naar de keuken. Maar dan blijft ze staan, houdt haar hoofd iets scheef.. en ruikt. Wat is dat voor rare geur? Metaalachtig. Wat vreemd. Fronsend haalt ze haar schouders op en loopt verder, maar blijft dit keer alweer staan. Met ogen groot van verbazing. Haar lippen vormen een perfecte O. En dan gilt ze. 'Aaaaaaaaaaaaaaah!' Haar langgerekte gil laat haar eigen oren tuiten. Dylan. Dylan. Oh god. Dylan is dood, het bloed ligt overal, en het mes steekt nog uit zijn borst.