Hier komen de laatste 3 forum topics
te staan waarop je hebt gereageerd.
0 | 0 | 0 | 0
0%
+ Plaats shout
ForumTeam
Vergeet niet mee te doen met Miss Lente !!!
Om mee te kunnen praten op het forum dien je ingelogd te zijn.Nog geen account? Klik hier om een gratis account aan te maken.

> Sluiten
Helper
18 van de 24 sterren behaald

Forum

ORPG, gedichten en schrijvers < Virtual Popstar
O| I’m from the murder capital where they
Anoniem
YouTube-ster



murder for capital. 

Samen met Laryanue. Mijn personages zijnnnnn, 

De Spaanse, 24 jaar oude, Juanisha el Figueroa. 



En de 28 jaar oude Daniel van der Kamp. 

 

Laryanue
Karaoke-ster



My 24 year old Madeline Forrester


My 26 year old Darren McMahon


*Ja, echt prachtig man dat kleine plaatje*
Anoniem
YouTube-ster



Dat kleine plaatje is echt sexy joh! OMG

Het is een druilerige middag. Al de hele dag miezert het aan een stuk door en het pad in Central Park is hierdoor veranderd in een grote modderpoel. Juanisha el Figueroa trippelt zorgvuldig, op haar zwarte designer hakken, om de grootste plassen heen en werpt ondertussen een verwijtende blik richting de lucht, alsof ze het, met de boze blik in haar ogen, kan laten stoppen met regenen. Als dit echter niet het geval blijkt te zijn wendt ze haar blik weer af en vervolgt haar weg, richting de uitgang van het park. Juanisha ziet er tip top uit in haar strakke mantelpakje, opgestoken haar en zorgvuldig opgebrachte make up. Als de vrouw van een rijke zakenman. Zo ziet ze eruit. En dat is precies de bedoeling. Met een neutrale uitdrukking op haar gezicht loopt ze door de poort en laat het rustieke park achter zich terwijl ze met vastbesloten tred richting de bank op 5th Avenue loopt. Losjes houdt ze de paraplu in haar hand, maar klapt die algauw in als ze bij de ingang aankomt. Vlug loopt ze naar binnen. 
"Een goedemiddag, wat kan ik voor u betekenen?" De oude vrouw laat haar blik keurend langs Juanisha gaan. 
"Ik wil graag geld opnemen." 
"Oké. Welke naam?" 
"Elisabeth. Elisabeth Canterburry." De vingers van de vrouw vliegen over de toetsen. Na een tijdje wendt ze haar blik af van het computerscherm en knikt, terwijl een lichte glimlach rond haar smalle lippen speelt. 
"Hoeveel, mevrouw Canterburry?" Juanisha slikt kort. Een bedrag van 5 miljoen euro is geen bedrag dat vaak opgenomen wordt door een normale burger. Het is dan ook van belang dat ze haar rol nu goed speelt. Niet gaat stotteren, en vooral geen twijfeling laat zien. 
"Vijf miljoen." De vrouw trekt haar wenkbrauwen op bij het horen van haar woorden. Ze werpt een korte blik op het beeldscherm en als ze ziet dat deze betaling financieel gezien geen probleem is, knikt ze langzaam. 
"Oké. Ik kom zo terug." Het getik van haar hakken verdwijnt en na een paar minuten is ze weer terug, met een koffer in haar hand. Juanisha bespeurt een korte twijfeling als de vrouw de koffer aan haar overhandigd. 
"Dank u wel. Mijn man, Steve Canterburry, u heeft vast wel eens van hem gehoord, moet namelijk een contante investering doen. Vandaar dus." Juanisha glimlacht liefjes en verlaat dan de bank. Met de zwarte koffer, met daarin 5 miljoen, in haar hand. 

Laryanue
Karaoke-ster



Het was hun verdiende loon geweest, het was hun eigen schuld. Hun dood was niets meer dan een wraakactie, een wraakactie voor het feit dat geen van hen twee ook maar een vinger had uitgestoken naar degenen die het minder hadden. Elke dag had hij moeten toekijken hoe mensen als zij met hun geld wapperden, met minachting naar de mensen keken die minderbedeeld waren. Niet iedereen kon geboren worden in een familie waar geld werd uitgegeven alsof het niks was, niet iedereen had het instinct van een zakenman, geboren om zijn brood te verdienen in de economie. Darren had geen van die twee, meneer Canterburry had beide. Canterburry had zijn leven als een vorst geleefd, en hij verdiende een einde, hij verdiende het om te sterven. Canterburry had al het geld gehad dat hij nodig had, en toch waagde hij het niet om ook maar een cent uit te geven.
Zijn haat jegens de rijken in deze stad en zijn jaloezie hadden de overmacht genomen, ze hadden ervoor gezorgd dat hij zijn geweer, een Glock 21, in zijn handen had genomen en was vertrokken naar huize Canterburry. De bewaking was slap, ze lieten hem binnen alsof hij een oude vriend was van het koppel. Integendeel, hij was de vijand geweest. Men was zo naïef in tijden als deze, men dacht dat niemand hen zou aanvallen en toch gebeurde het nog iedere dag, en niet alleen door Darren. Het was hun rijkdom wat hem tot waanzin dreef, het was de rijkdom die ervoor zorgen dat hij de trekker had overgehaald. De haat en nijd was een drijfveer, iets wat ervoor zorgde dat hij de moorden pleegde zonder ook maar een enkel greintje medelijden te tonen. Het liet geen smet achter op zijn ziel, zijn ziel was al grijs als iemand die duizenden moorden had gepleegd. En toch viel het niet te merken, hij was al te bitter van zichzelf om het aan men te laten merken. Hij kon men niet laten zien hoeveel pijn het hem deed om iemand te vermoorden, want de pijn die hij zou moeten voelen voelde hij niet. Er was geen leegte, geen schreeuw in zijn gedachten, geen traan, geen engeltje op zijn schouder die hem opdroeg het goede pad te kiezen. Hij veranderde niet van schoten die een lichaam doorboorde, hij veranderde niet door een blik op een levenloos lichaam. Hij was nog steeds dezelfde persoon, zo haatdragend en woedend als hij altijd al was geweest, woede en haat jegens ieder die in zijn ogen een slecht voorbeeld was voor de mensheid.
Er schoten geen terugverwijzingen door zijn hoofd van de moorden die hij had gepleegd terwijl hij wachtte tot Juanisha haar weg had teruggevonden naar de luxe auto die hij zich tijdelijk had toegeëigend. Helaas kon hij zich niet veroorloven om de prachtige Bentley te houden, ze zouden het merken. Hij zou het voertuig, hoe jammer het ook was, moeten verbranden om elk spoor van hun aanwezigheid uit te wissen. Dat was hoe hij te werk ging, schoon, zonder ook maar een enkel spoor achter te laten.
Anoniem
YouTube-ster



Als Juanisha eenmaal weer buiten staat, stelt ze met een geïrriteerde zucht vast dat het harder is gaan regenen in de 10 minuten dat ze binnen is geweest. Er zijn amper nog mensen op straat en degene die langslopen zijn even snel weer verdwenen als dat ze gekomen zijn, gehuld in dure bontjassen, met paraplu's boven hun hoofd om te voorkomen dat de dikke lagen make up uitlopen. Juanisha zelf neemt echter geen moeite om de paraplu die ze losjes in haar hand houdt, open te klappen. Ze laat de regen haar dunne beige jas doorweken, laat haar haren nat regenen en de druppels aan haar wimpers kleven. Om eerlijk te zijn is het een soort verwijt richting de mensen die vluchtig langs haar lopen. De rijke vrouwen die bang zijn voor een beetje regen. De mannen die niet willen dat er nattigheid op hun dure pak komt. De mensen die Juanisha minacht.
Vlug loopt ze door, haar knokkels zijn wit door de strakke greep om het handvat van de koffer. Hij zou op de hoek van de straat wachten in de auto van Steve en Elisabeth Canterburry. Juanisha zou bij hem instappen, alsof het gaat om een man die zijn vrouw ophaalt. Alsof het ging om Steve Canterburry zijn vrouw, Elisabeth Canterburry, ophaalt. Niet om een moordenaar die zijn hulp oppikt na een moord plus beroving. Een korte, zelfingenomen glimlach speelt rond haar volle, roodgestifte lippen. Daarom blijft ze bij hem. Omdat hij weet hoe het werkt. Omdat hij weet dat je niet rijk wordt van hard werken, maar van leugens, bedrog.. en moord. En omdat hij zo werkt dat er geen enkel spoor is dat snaar haarzelf en hem leidt. Haar status is veilig, niemand zal achter al hun daden komen. 
Als ze voor het stoplicht staat te wachten ziet ze de prachtige auto al op de hoek van de straat klaar staan. De geblindeerde ramen laten niet zien wie er achter het stuur zit, maar Juanisha twijfelt niet en loopt, als het stoplicht op groen springt, onmiddellijk naar de auto toe en trekt het portier open. Vlug stapt ze in en laat zich zakken op de stoel naast hem. Dan pas wendt ze haar blik naar hem toe en glimlacht lichtjes bij het zien van zijn gezicht, de koffer zet ze voor haar voeten. "Missie geslaagd." zegt ze alleen, en dan richt ze haar blik naar de voorruit, terwijl ze in een nonchalante beweging de strakke knot uit haar bruine haar haalt en zich, zonder schaamte, van het zwarte mantelpakje ontdoet.


Daniel van der Kamp zit, met een dampende starbucks beker in zijn hand, voor zijn laptop. Op het beeldscherm heeft hij een word-document geopend dat zijn baas, Steve Williams, hem gisteravond gestuurd had, met daarin korte informatie over een moord die twee dagen geleden is gepleegd. Precies een week geleden, na de tweede moord in deze wijk in een maand tijd, heeft hij te horen gekregen dat hijzelf met drie collega's op deze zaak is gezet. Een zaak die tot nu toe geen enkel spoor heeft die naar een mogelijke dader zou kunnen leiden. Langzaam brengt Daniel de beker naar zijn mond en neemt een grote slok van de hete koffie, terwijl hij zijn blik over het beeldscherm laat gaan.
"De eerste moord op de rijke zakenman, Lence Rutherford, lijkt gepleegd te zijn met voorbedachte rade. Het is een zorgvuldig geplande inbraak, de dader heeft geen zichtbare sporen achtergelaten en...-" Met een opgeluchte zucht wendt Daniel zijn blik van het beeldscherm af als hij de sloffende, kenmerkende voetstappen hoort van een van zijn favoriete personen van het bedrijf. Abby Scuttio, de forensisch onderzoeker van het team. 
"Goedemorgen, Daniel, je zit er niet echt fris en fruitig bij." Ze zet een nieuwe beker koffie fop de hoek van zijn tafel en gooit zijn lege beker in de prullebak naast zijn bureau. 
Daniel glimlacht lichtjes. "Dankjewel, Abby." Antwoordt hij, met een knikje naar de beker, daarna schudt hij zijn hoofd. "Vind je het gek? We hebben geen enkel nieuw spoor en er zijn al 6 mensen vermoord in een paar weken tijd." hij slaakt een vermoeide zucht. "En daarnaast heb ik ook nog eens problemen thuis, omdat Melanie vindt dat ik te weinig thuis bent." Abby geeft hem een medelijdend klopje op zijn schouder. 
"Dat komt wel goed." ze knikt om haar woorden kracht bij te zetten, al weet ze zelf ook dondersgoed dat Daniel en Melanie, zijn vrouw, het de laatste tijd niet goed met elkaar kunnen vinden en het er niet naar uit ziet dat dat 'goed gaat komen'. Ondanks dat, knikt ook hij na het horen van haar woorden en glimlacht naar Abby. "En, Abs, heb je al nieuwe dingen ontdekt?" Ze schudt haar hoofd.
"Nee. Ik kwam alleen even vertellen dat er twee nieuwe doden zijn gevonden. Elisabeth en Steve Canterburry."
Vermoeid laat Daniel zijn hoofd op zijn armen vallen.

 

Laryanue
Karaoke-ster



Hoewel hij van nature ongeduldig was, wist hij dat goed werk leveren tijd kostte. Hij wist dat een zorgvuldige moord meer was dan een trekker overhalen. Zo wist hij ook dat Juanisha haar tijd nodig had om de dode Canterburries van hun kapitaal te beroven. Doen alsof ze haast had in een operatie als deze, was niet mogelijk. Ze mocht zich alleen haasten als ze door de regen liep, zoals ieder ander mens. Zodra ze ook maar een greintje nerveusheid toonde, viel ze door de mand. Gelukkig, was ze een behoorlijk goede actrice, ze viel niet door de mand. Het was haar nog nooit gebeurd in de tijd dat zij elkander kenden. Zo hadden ze beide hun taken, hij pleegde de moorden, zij nam de inname van het geld voor haar rekening.
Niet veel later stapte ze in de prachtige Bentley, en hoewel hij nog maar net in het voertuig reed, zou hij het missen. Waarschijnlijk had hij nog nooit in een auto fijn gereden, nooit zo fijn als een Bentley. Hoewel hij een afkeur voelde voor de luxe waar de rijke inwoners van New York zich in baadden, kon ook hij af en toe genieten van het moois dat er te ervaren viel, zo ook het rijden in de luxe auto's om ze vervolgens in brand te steken. 'En, Miss Canterburry. Waar kan ik u vandaag naartoe brengen?' sprak hij met zijn mondhoeken tot een lichte grijns omhooggetrokken. 'Het bos misschien? Of een andere onbewoonde plek op deze aardbol?' Ze moesten de auto wel naar een onbewoonde plaats brengen, zo ver mogelijk bij de mensen vandaan. Een brandende auto zou opvallen, maar twee mensen die ervan wegvluchtten nog meer.
Ze moesten maken dat ze zo snel mogelijk uit de stad verdwenen met dit voertuig, het zou hun dood betekenen als men merkte dat ze rondreden in de auto van Elisabeth en Steve Canterburry. Vandaar dat hij dus met alle liefde de stad uitreed, kijkend naar hoe het landschap veranderde en hoe de weg hem langzaam naar de weilanden bracht met af en toe nog een enkele kleine stad of dorp. Toch werden deze met hoge snelheid gepasseerd. Af en toe wierp hij een blik op de benzinemeter, hopend dat er genoeg zou overblijven om de auto in de fik te zetten, of te ontploffen, maar dat zou te gevaarlijk zijn. Hoewel hij gevaar met open armen ontving, vreesde ook hij voor zijn eigen leven.


Terwijl Daniel op zijn dooie gemak een vrolijk gesprek hield met Abby Scuttio, had Madeline wel wat beters te doen, ze was al dagen bezig met de links te zoeken tussen de moorden en telkens als ze dacht iets gevonden te hebben, eindigde ze op een dood spoor. Het enige wat ze wist, was dat dit een moordenaar was met een doel, een doel dat hij op zijn manier zou bereiken als niemand er een stokje voor stak, hij wist waar hij mee bezig was. Ze nam een klein slokje uit het glas met dampende muntthee terwijl ze verder keek naar foto's van de plaats delict. Ze had in de korte tijd dat ze aan deze zaak mocht werken al enkele kleine dingen opgemerkt, zoals het feit dat op de dag van de moord altijd geld werd opgenomen, maar meer sporen liet de moordenaar niet zien. Ze zag geen spoor van welke bank hij meestal bezocht, ze vond geen spoor van gestolen waar, geen haren, geen vingerafdrukken. Toch wist ze dat hij met name de mensen aanpakte die over een groot kapitaal beschikte, maar een groot deel van New York's inwoners beschikte over een grote som geld. Hoe konden ze die honderden mensen nou beschermen voor één persoon? 
Ze liep nog eens langs de tafel waar alle bewijzen lagen, kogels, haren die niet eens van de moordenaar kwamen, foto's van de plaats delict, bankafschriften, dagboeken, maar nergens was een spoor te vinden van de mogelijke dader. Al zuchtend bracht ze het glas weer naar haar lippen en er nog een slokje uit nam. Ondertussen vroeg ze zich af hoe de rest van het team zich blind staarde op een computer terwijl de echte bewijzen hier voor hun neuzen lagen. Terwijl de anderen keken naar een verblindend computerscherm, was zij de enige die het vertikte om zo'n ding in handen te nemen als het niet hoefde. Het liefst schreef ze alles met pen en papier op in plaats van een onnozel computerprogramma. Zo lang je netjes te werk ging, was er niks mis met het opschrijven op papier. Een computer kon alles doen met je bestanden wat je niet wilde, het kon gehackt worden, je kon alles kwijtraken door een simpele crash in het systeem. Nee, dan deed zij liever wat langer over het netjes opschrijven van notities.
Anoniem
YouTube-ster



Met haar lippen getuit en haar armen losjes over elkaar heen staart Juanisha bedachtzaam door de voorruit.
"Waar moeten we nu heen?" herhaalt ze zijn woorden fluisterend. Ze fronst. Een afgelegen plek ligt het meest voor de hand. In het bos staan echter al zoveel uitgebrande, afgedankte auto's dat, dat misschien té makkelijk gedacht is. Dat zogenaamde team dat op deze zaak is gezet, zou daar het snelst gaan kijken en dat is niet de bedoeling.  
"Een plek die afgelegen is. Waar we nog niet eerder zijn geweest. Ergens waar geen andere mensen komen." somt ze peinzend op, "Een plek zoals.." Even is het stil in de auto en is het geluid van de wind het enige dat klinkt, maar dan verdwijnt de frons en verschijnt er een ietwat opgetogen uitdrukking op Juanisha's gezicht. "de auto sloop! Waarom zouden ze een gestolen, afgedankte auto zoeken op een plek waar zoveel auto's staan die ook zijn afgedankt en waarvan er waarschijnlijk ook een heleboel zijn gestolen? De politie denkt waarschijnlijk dat wij een plek gaan verzinnen waar zij nooit achter komen, dus gaan ze die plek zoeken. Een plek die het meest voor de hand ligt, is een plek die het minst vaak wordt gevonden." Ze kijkt Darren McMahon zijdelings aan, met opgetrokken wenkbrauwen en een vragende blik in haar ogen. 

Als het geluid van Abby's voetstappen langzaam wegsterft en Daniel van der Kamp weer alleen achterblijft in zijn kantoor, blijft hij moedeloos voor zich uit staren, met zijn blik op oneindig. Daniel kan slecht tegen zaken die niet opgelost worden, vooral de onopgeloste zaken van moordenaars die zorgvuldig te werk gaan en geen enkel spoor achterlaten. Daniel heeft echt een ontzettende hekel aan zaken zoals deze. En daarbij kan hij heel slecht tegen zijn verlies. Als de moordenaar hem en zijn team om de tuin leidt, geen sporen achterlaat en maar niet opgepakt wordt, voelt dat voor Daniel als verliezen. 
Hij slaakt een geïrriteerde zucht en gaat iets rechter op zitten, zijn ene hand omklemt de witte computermuis, de andere rust op het toetsenbord. Net als hij het word document weer tevoorschijn wil klikken, wordt de stilte in het kantoor onderbroken door het schele gerinkel van de telefoon.
"Daniel van der Kamp."
"Van der Kamp, met mij." De barse stem van de directeur, Timothy Williams, klinkt door de telefoon en als vanzelf recht Daniel zijn rug, er verschijnt een alerte uitdrukking op zijn gezicht. "Je hebt van Abby Scuttio gehoord dat Steve en Elisabeth dood zijn gevonden, neem ik aan."
Daniel knikt, maar beseft zich, als het stil blijft aan de andere kant, dat Williams dat natuurlijk niet kan zien. "Eh, ja, Abby heeft het vertelt inderdaad."
"Hm," de directeur blijft even stil en Daniel, die hiervoor al geïrriteerd was, voelt de irritatie weer naar boven komen, fronst en tikt ongeduldig met zijn vingers op tafel. "jij en je team zijn op deze zaak gezet, in de hoop dat er enige vooruitgang zou worden geboekt. Tot nu toe is dat echter niet het geval. Er zijn in de afgelopen tijd acht moorden gepleegd waarvan wij weet hebben en jullie hebben nog geen een verdachte. Volgens mij zijn jullie zelfs nog niemand op het spoor. Ik hoop dat je begrijpt dat ik nu echt resultaten wil zien, ik wil dat jullie vooruitgang boeken." De stem van de directeur klinkt streng bij het uitspreken van deze woorden. "En ik moet bekennen dat ik mijn twijfel had over het aanstellen van jou en Madeline Forrester in één team. Ik hoop niet dat jullie... verleden in de weg zit tijdens het onderzoek?" 
"Nee." antwoordt Daniel onmiddellijk, terwijl hij het zichzelf tegelijkertijd afvraagt. Zít het in de weg? 
"Oké. Dan zal ik je niet verder ophouden. Ik wil voor het eind van deze week een verslag zien van de resultaten die jullie hebben. Kom vrijdag om half 11 naar mijn kantoor." 
"Maa-" Een luide pieptoon geeft het einde van het gesprek aan en Daniel legt de telefoon, met een boze uitdrukking op zijn gezicht, op de hoek van zijn tafel. Vrijdag. Vrijdag om half 11 wil Williams resultaten zien. Het is vandaag maandag. Hoe kunnen ze in hemelsnaam vóór vrijdag met wat nieuws komen? Tot nu toe hebben ze niks, helemaal niks, nada, noppes. 
Daniel loopt zijn kantoor uit en beent door de gang, richting de ruimte waar hij Madeline zou kunnen vinden. Eenmaal daar aangekomen duwt hij de deur zonder enige waarschuwing open. 
"We moeten vrijdag een verslag uitbrengen aan Williams." Kondigt hij aan, terwijl hij met een hand op de tafel leunt en een zijdelingse blik werpt op de spullen voor Madeline. "Elk spoor dat ik volg loopt dood. Er zijn geen verbanden te vinden tussen de plekken waar het geld wordt opgenomen en er worden ook niet telkens dezelfde hoeveelheden opgenomen. Heb jij iets?"
Laryanue
Karaoke-ster



Ze had gelijk, ze moesten ergens heen waar ze nog niet geweest waren. Ze konden niet terugvallen op het bos, al had hij de auto daar maar al te graag in de fik gestoken. Natuurlijk vond hij het jammer om het ding in brand te steken, maar het gevoel dat ze ook maar een haartje of een vingerafdruk zouden achterlaten riep bij hem al een angstig gevoel op. Toch mocht hij niet klagen, het was een geniaal idee, besefte hij toen hij verder nadacht over het idee van een autosloop. 'Het is maandag, ze zijn aan het werk,' fluisterde hij in gedachten verzonken. 'Zelfs als het tegenzit, is er tegen de avond niks meer van dit ding over dan een blokje metaal.' Deze woorden kwamen er luider uit, meer naar Juanisha gericht. Er verscheen een kleine glimlach op zijn gezicht terwijl hij nadacht over de dichtstbijzijnde autosloop. Helaas was Darren niet bepaald de beste in het uit zijn hoofd leren van kaarten van de gebieden rondom New York. Natuurlijk wist hij waar hij moest zijn in de stad, maar plekken als autoslopen moest je niet mee aankomen bij hem. Hij wist in ieder geval dat het niet ver moest zijn, ze lagen meestal buiten de stad. 
Het duurde even voor hij uiteindelijk een autosloop zag, hij kon de bedenker van bordjes de hemel wel in prijzen voor zijn uitvinding.
 
 
Terwijl ze voor een zoveelste keer foto's van diverse plaatsen delict bekeek, zoekend naar een patroon, veegde ze haar lange bruine lokken achter haar oren, hopend dat ze op hun plek zouden blijven. Er was geen patroon te vinden, de dader gebruikte verschillende kogels, verschillende geweren en soms gebruikte hij niet eens geweren. Hij had kelen doorgesneden met glas, hij had gestoken met messen. Geen enkele moord was hetzelfde. De ene moord speelde zich af in de keuken, de ander in de slaapkamer, één werd zelfs in bad vermoord. Deze man kende geen grenzen, het enige wat hij leek te kennen was moord. 
Heel even vroeg ze zich af hoe het voelde om iemand te vermoorden. Zou het voelen alsof je hart eruit was gerukt? Zou het voelen alsof iemand je hart had doorboord met een mes? Voelde het alsof iemand je keel dichtkneep bij elke ademhaling? Voelde je je leeg? Ging je door het leven me eeuwige pijn, eeuwig verdriet? Voelde deze man het wel? Voelde hij een pijn of voelde hij niets? Was hij meedogenloos, voelde hij geen spijt? Zij kon de vragen die ze zich stelde niet beantwoorden, al wilde ze de antwoorden toch zo graag weten. Ze nam weer een slokje uit het glas muntthee terwijl ze zich blind staarde op de foto's die ze voor haar had liggen. Ze vond niks, geen patroon, geen aanwijzing, het was leeg. Hij liet geen sporen achter, alsof een geest men de dood in had gejaagd. Het was alsof een duistere schim al deze mensen van hun leven benam. Alsof hij huizen binnendrong door de schaduwen van de nacht, over de inwoners van de huizen gleed en de lichamen roerloos op de grond achter liet. Ze sloot haar ogen, probeerde de waanideeën uit haar hoofd te krijgen. Schimmen bestonden niet, geesten moordden niet, ze waren er niet, dit waren de daden van een mens. 
Ze werd ruw uit haar gedachten getrokken door Daniel die het leuk vond om de ruimte binnen te stormen zonder ook maar een enkele keer te kloppen waarna hij druk begon te vertellen over wat ze moesten doen en wat hij tot nu toe al had bereikt. 'Zeggen we tegenwoordig geen gedag meer?' vroeg ze met een ietwat spottende toon in haar stem. Zo ging het al een tijdje, al een hele tijd, als ze niet spottend klonk tegen Daniel, dan was het wel sarcastisch. Ja, ze irriteerde zich behoorlijk aan hem, raakte gefrustreerd als hij alleen al in de buurt kwam.
'Hoe dan ook, ik heb niets.' Ze nam een laatste slokje uit haar glas en zette het lege, toch warme, glas op tafel. 'Ik probeerde uit te vinden welke bank ze de volgende keer misschien zullen bezoeken, maar er zijn veel te veel banken in New York om ze allemaal te beveiligen. Laat staan dat we op die manier te weten kunnen komen wie wel en wie niet te vertrouwen is.'
Plaats een reactie
Reageer
Om nieuwe berichten te laden: ingeschakeld