Laryanue schreef:
Ze had gelijk, ze moesten ergens heen waar ze nog niet geweest waren. Ze konden niet terugvallen op het bos, al had hij de auto daar maar al te graag in de fik gestoken. Natuurlijk vond hij het jammer om het ding in brand te steken, maar het gevoel dat ze ook maar een haartje of een vingerafdruk zouden achterlaten riep bij hem al een angstig gevoel op. Toch mocht hij niet klagen, het was een geniaal idee, besefte hij toen hij verder nadacht over het idee van een autosloop. 'Het is maandag, ze zijn aan het werk,' fluisterde hij in gedachten verzonken. 'Zelfs als het tegenzit, is er tegen de avond niks meer van dit ding over dan een blokje metaal.' Deze woorden kwamen er luider uit, meer naar Juanisha gericht. Er verscheen een kleine glimlach op zijn gezicht terwijl hij nadacht over de dichtstbijzijnde autosloop. Helaas was Darren niet bepaald de beste in het uit zijn hoofd leren van kaarten van de gebieden rondom New York. Natuurlijk wist hij waar hij moest zijn in de stad, maar plekken als autoslopen moest je niet mee aankomen bij hem. Hij wist in ieder geval dat het niet ver moest zijn, ze lagen meestal buiten de stad.
Het duurde even voor hij uiteindelijk een autosloop zag, hij kon de bedenker van bordjes de hemel wel in prijzen voor zijn uitvinding.
Terwijl ze voor een zoveelste keer foto's van diverse plaatsen delict bekeek, zoekend naar een patroon, veegde ze haar lange bruine lokken achter haar oren, hopend dat ze op hun plek zouden blijven. Er was geen patroon te vinden, de dader gebruikte verschillende kogels, verschillende geweren en soms gebruikte hij niet eens geweren. Hij had kelen doorgesneden met glas, hij had gestoken met messen. Geen enkele moord was hetzelfde. De ene moord speelde zich af in de keuken, de ander in de slaapkamer, één werd zelfs in bad vermoord. Deze man kende geen grenzen, het enige wat hij leek te kennen was moord.
Heel even vroeg ze zich af hoe het voelde om iemand te vermoorden. Zou het voelen alsof je hart eruit was gerukt? Zou het voelen alsof iemand je hart had doorboord met een mes? Voelde het alsof iemand je keel dichtkneep bij elke ademhaling? Voelde je je leeg? Ging je door het leven me eeuwige pijn, eeuwig verdriet? Voelde deze man het wel? Voelde hij een pijn of voelde hij niets? Was hij meedogenloos, voelde hij geen spijt? Zij kon de vragen die ze zich stelde niet beantwoorden, al wilde ze de antwoorden toch zo graag weten. Ze nam weer een slokje uit het glas muntthee terwijl ze zich blind staarde op de foto's die ze voor haar had liggen. Ze vond niks, geen patroon, geen aanwijzing, het was leeg. Hij liet geen sporen achter, alsof een geest men de dood in had gejaagd. Het was alsof een duistere schim al deze mensen van hun leven benam. Alsof hij huizen binnendrong door de schaduwen van de nacht, over de inwoners van de huizen gleed en de lichamen roerloos op de grond achter liet. Ze sloot haar ogen, probeerde de waanideeën uit haar hoofd te krijgen. Schimmen bestonden niet, geesten moordden niet, ze waren er niet, dit waren de daden van een mens.
Ze werd ruw uit haar gedachten getrokken door Daniel die het leuk vond om de ruimte binnen te stormen zonder ook maar een enkele keer te kloppen waarna hij druk begon te vertellen over wat ze moesten doen en wat hij tot nu toe al had bereikt. 'Zeggen we tegenwoordig geen gedag meer?' vroeg ze met een ietwat spottende toon in haar stem. Zo ging het al een tijdje, al een hele tijd, als ze niet spottend klonk tegen Daniel, dan was het wel sarcastisch. Ja, ze irriteerde zich behoorlijk aan hem, raakte gefrustreerd als hij alleen al in de buurt kwam.
'Hoe dan ook, ik heb niets.' Ze nam een laatste slokje uit haar glas en zette het lege, toch warme, glas op tafel. 'Ik probeerde uit te vinden welke bank ze de volgende keer misschien zullen bezoeken, maar er zijn veel te veel banken in New York om ze allemaal te beveiligen. Laat staan dat we op die manier te weten kunnen komen wie wel en wie niet te vertrouwen is.'