Lamby schreef:
Toen Kiyomi in het grote ruimteschip zat, kreeg ze iedere kilometer verder al meer zenuwen. Er waren buitenaardse wezens geïdentificeert op een nog onbekende planeet. Of het dieren, planten of aliën waren, was nog niet helemaal helder, maar men vermoedde dat de kans op aliëns erg aanwezig was. Kiyomi keek bijna de hele reis naar buiten en dacht na over wat ze kon verwachten. Ergens was ze wel bang, want ze was een van de eersten die er heen zou gaan. Het was uiterst gevaarlijk, want nog niemand wist of de wezens op die planeet wel mensvriendelijk waren. We waren hier trouwens niet alleen maar voor niets. De aanvoerder van het ruimteschip vertelde dat de wezens die er woonde vreselijke schepsels waren, moordlustig en onvertrouwbaar, ookal zouden ze nog zo lief lijken, dat is niet te zeggen van hun ware aard, en daarom moeten we ze uitroeiien, zodat ze ons niets meer zouden kunnen doen, en dan zouden we er ook nog eens een planeet bij hebben. Het duurde ongeveer drie dagen toen we aankwamemen op de planeet, en de aanvoerder in gesprek ging met de koning van de planeet.