Hier komen de laatste 3 forum topics
te staan waarop je hebt gereageerd.
+ Plaats shout
Bluesweater
nieuwe competitie online! lekker puzzelen!
0 | 0 | 0 | 0
0%
Om mee te kunnen praten op het forum dien je ingelogd te zijn.Nog geen account? Klik hier om een gratis account aan te maken.

> Sluiten
Helper
15 van de 24 sterren behaald

Forum

ORPG, gedichten en schrijvers < Virtual Popstar
Mijn inzending van de schrijfwedstrijd.
Anoniem
Popster



Ja, aangezien ik door ben wil ik mijn eerste inzending best laten lezen. xD

Tips zijn welkom. ^-^




Daar zit ze, helemaal alleen in een donkere kamer. Het is koud, griezelig en eenzaam. Maar dat vindt ze niet erg. Ze houdt ervan om allen te zijn, gewoon helemaal alleen zonder iemand om haar heen. Niemand hoeft haar problemen te weten, het gaat niemand iets aan wat er in haar hoofd omgaat, maar ook niemand mag het weten. Niemand mag weten hoe ze zich werkelijk voelt, niemand mag weten dat ze van binnen al lang niet meer dezelfde is. 
Ze heeft een masker vast, een masker met een glimlach erop. Het masker verschuilt de pijn die zij heeft, de pijn die niemand ziet, de pijn die niemand mag zien. Het masker gaat alleen af als ze alleen is, gewoon helemaal alleen. Dan kan ze zichzelf zijn, dan hoeft ze niet vrolijk te zijn, dan mag ze tonen wie zij is.
Er ligt een mesje op de grond, ze kijkt ernaar en sluit haar ogen als ze het mesje oppakt. Ze wil het mesje weer terug leggen, terug op de grond, maar er zit alweer een snee op haar arm. Er rolt een traan over haar wang, een traan van pijn. Waarom kan ze niet stoppen! Waarom gaat ze steeds weer door. Nooit weer zou ze dit doen zei ze de vorige keer en dan gebeurd het weer, steeds opnieuw en opnieuw en opnieuw, er komt geen einde aan.
Ze laat het mesje vallen, het geklingel van het ijzer op de stenen vloer echot door de kamer. De muren, ze bewegen en de deur, die is verdwenen. Ze raakt in paniek, hoe komt ze hier weg, hoe zorgt ze ervoor dat de muren haar niet pletten. Ze duwt tegen de muur in de hoop dat die niet dichterbij komt. Het helpt niet, de muren blijven dichterbij komen. Het wordt zwart in de kamer. Ze valt, de grond zakt onder haar voeten vandaan. Weg is haar hoop, weg is haar masker, weg is alles wat ze had. Ze valt en valt en valt, nooit lijkt er een einde aan te komen, het voelt alsof ze in een oneindig diepe put valt waar ze niet meer uit kan komen. Ze draait rond, in de hoop iets te zien. Maar het enige wat ze ziet is het kleine lampje in de kamer dat steeds kleiner en kleiner wordt tot het verdwijnt. Het is nu helemaal zwart om haar, niks ziet ze, niks voelt ze. Alleen de pijn aan haar pols voelt ze, de snee die daar zit, er komt bloed uit. Met haar hand probeert ze het bloed tegen te houden, het lukt, het bloed stolt, maar nog steeds valt ze in die put, die put waar geen einde aan lijkt te komen.

Anoniem
Popster



Niemand geïnteresseerd? 
Dauntless
Wereldberoemd



Ik vind het echt een heel goed stukje.  :)
Anoniem
Popster



Ik vind het echt een heel goed stukje.  <img src='/layout/nl/images/smileys/smile.png' alt=':)'>

Haha, dankje.
Anoniem
Straatmuzikant



Wow. Speechless.
Anoniem
Popster



Wow Marja, prachtig! En het doet me denken aan een liedje.

Welke?
Anoniem
Popster



Wow Marja, prachtig! En het doet me denken aan een liedje.

Welke?



Al denk ik niet dat je de muziek leuk vind het draait om de tekst, zal ik je anders de lyrics sturen?

Ik hou ook van Skillet dus die muziek maakt mij niet echt uit. xD
Maar ja, mijn verhaal kan je aan dit liedje doen denken ja.
Fame
Internationale ster



Wauw, mooi! Wil je mijne ook lezen? Even opzoeken.
Fame
Internationale ster



Ze liep door de straten. De wind woei door haar haar, waardoor de zwarte haren met de wind dansten. Haar stippeltjes jurk werd telkens omhoog geblazen, waardoor ze het jurkje telkens moest tegenhouden met haar handjes. Het was een schattig gezicht. Eindelijk kwam ze op de plaats van bestemming: De tuin die ze eerder die dag had gezien toen ze op weg was geweest naar school. Er stonden prachtige rode tulpen, rozen en violen. Het was een schitterend gezicht. Ze stapte de tuin in, en haar gele regenlaarsjes werden gelijk vies van de modder. Maar daar keek ze niet naar. Ze plukte zoveel mogelijk bloemetjes. Bloemetjes voor haar moeder omdat ze jarig was. Plotseling komt er een man naar buiten. Hij kijkt agressief naar haar, en begint te schreeuwen. Hij schreeuwt dat die bloemetjes van hem zijn, en dat hij ze terug wil. Het meisje zegt niks maar staart enkel naar de man. Ze vind dat de man lijkt op iemand die ze eerder op de televisie zag. Ze kon het zich niet meer herinneren. Voor ze het wist werden de bloemetjes uit haar handen geslagen. Ze keek de man met grote ogen aan, en moest huilen. De tranen biggelden over haar wangen. Ze keek alleen maar naar haar handjes, die rood verkleurden en pijn deden.

Op weg naar huis kon ze alleen maar huilen, en haar handjes deden steeds meer pijn. Ze begreep niet waarom die man zo boos werd. Ze wou immers alleen maar bloemetjes voor haar moeder halen. Eindelijk kwam ze thuis. Voordat ze de deur open kon doen werd hij al opengeslagen. Haar moeder stond in de deuropening. Wederom had ze haar joggingbroek aan, haar zwarte haar stond alle kanten op en wanneer het meisje voorover boog, rook ze weer de geur van de rare drankjes die haar mama dringt. Drankjes die ze zelf nooit mocht drinken, omdat het slecht voor haar is. Dit heeft ze nooit gesnapt, want haar moeder drinkt het elke dag. Ooit, toen haar moeder boven was, heeft ze stiekem een slokje genomen. Dit deed zeer in haar keel. Het prikkelde, en ze nam gelijk een slok koel water. ‘Wat vind mama hier zo lekker aan.’ Vroeg ze zich af.   Haar moeder schreeuwde tegen haar. Het meisje zei niks. Ze was hier al aan gewend. Wat er toen gebeurde, is nog nooit voorgekomen. Haar moeder pakt haar dunne arm vast, en trekt haar mee naar binnen. Ze strookte de mouwtjes van het stippeljurkje omhoog, haar arm ging omhoog en kletste op de blote huid van het meisje. Het meisje schreide het uit. Ze rukte zich los, en rende de trap op. Zo snel als ze kon, met haar kleine beentjes. Ze verstopte zich in de badkamer, want dan kon ze de deur op slot doen. Ze hoorde snelle voetstappen op de trap. Plotseling werd er op de deur gebonsd. Wederom kwamen daar de spijtbetuigingen, dat ze dit nooit meer zou doen en dat ze zou veranderen. Het meisje hoorde deze woorden niet. Het drong niet tot haar door. Ze kon alleen denken aan de handafdruk op haar bovenarm. Het verkleurde rood en deed zeer. Schuifelend liep ze naar het bad toe, en ze deed de kraan open. Langzaam werd het water warm. Ze zag hoe het bad zich langzaam vulde met water, en soms zag ze een weerspiegeling van haar gezichtje. De tranen druppelden in het water. Ze kleedde zich uit, en ging in het bad liggen. Langzaam maar zeker verdween haar hoofdje onder het water. Het schreeuwen van haar moeder vervaagde, het werden vage geluiden op de achtergrond.

Anoniem
Popster



Ze liep door de straten. De wind woei door haar haar, waardoor de zwarte haren met de wind dansten. Haar stippeltjes jurk werd telkens omhoog geblazen, waardoor ze het jurkje telkens moest tegenhouden met haar handjes. Het was een schattig gezicht. Eindelijk kwam ze op de plaats van bestemming: De tuin die ze eerder die dag had gezien toen ze op weg was geweest naar school. Er stonden prachtige rode tulpen, rozen en violen. Het was een schitterend gezicht. Ze stapte de tuin in, en haar gele regenlaarsjes werden gelijk vies van de modder. Maar daar keek ze niet naar. Ze plukte zoveel mogelijk bloemetjes. Bloemetjes voor haar moeder omdat ze jarig was. Plotseling komt er een man naar buiten. Hij kijkt agressief naar haar, en begint te schreeuwen. Hij schreeuwt dat die bloemetjes van hem zijn, en dat hij ze terug wil. Het meisje zegt niks maar staart enkel naar de man. Ze vind dat de man lijkt op iemand die ze eerder op de televisie zag. Ze kon het zich niet meer herinneren. Voor ze het wist werden de bloemetjes uit haar handen geslagen. Ze keek de man met grote ogen aan, en moest huilen. De tranen biggelden over haar wangen. Ze keek alleen maar naar haar handjes, die rood verkleurden en pijn deden.

Op weg naar huis kon ze alleen maar huilen, en haar handjes deden steeds meer pijn. Ze begreep niet waarom die man zo boos werd. Ze wou immers alleen maar bloemetjes voor haar moeder halen. Eindelijk kwam ze thuis. Voordat ze de deur open kon doen werd hij al opengeslagen. Haar moeder stond in de deuropening. Wederom had ze haar joggingbroek aan, haar zwarte haar stond alle kanten op en wanneer het meisje voorover boog, rook ze weer de geur van de rare drankjes die haar mama dringt. Drankjes die ze zelf nooit mocht drinken, omdat het slecht voor haar is. Dit heeft ze nooit gesnapt, want haar moeder drinkt het elke dag. Ooit, toen haar moeder boven was, heeft ze stiekem een slokje genomen. Dit deed zeer in haar keel. Het prikkelde, en ze nam gelijk een slok koel water. ‘Wat vind mama hier zo lekker aan.’ Vroeg ze zich af.   Haar moeder schreeuwde tegen haar. Het meisje zei niks. Ze was hier al aan gewend. Wat er toen gebeurde, is nog nooit voorgekomen. Haar moeder pakt haar dunne arm vast, en trekt haar mee naar binnen. Ze strookte de mouwtjes van het stippeljurkje omhoog, haar arm ging omhoog en kletste op de blote huid van het meisje. Het meisje schreide het uit. Ze rukte zich los, en rende de trap op. Zo snel als ze kon, met haar kleine beentjes. Ze verstopte zich in de badkamer, want dan kon ze de deur op slot doen. Ze hoorde snelle voetstappen op de trap. Plotseling werd er op de deur gebonsd. Wederom kwamen daar de spijtbetuigingen, dat ze dit nooit meer zou doen en dat ze zou veranderen. Het meisje hoorde deze woorden niet. Het drong niet tot haar door. Ze kon alleen denken aan de handafdruk op haar bovenarm. Het verkleurde rood en deed zeer. Schuifelend liep ze naar het bad toe, en ze deed de kraan open. Langzaam werd het water warm. Ze zag hoe het bad zich langzaam vulde met water, en soms zag ze een weerspiegeling van haar gezichtje. De tranen druppelden in het water. Ze kleedde zich uit, en ging in het bad liggen. Langzaam maar zeker verdween haar hoofdje onder het water. Het schreeuwen van haar moeder vervaagde, het werden vage geluiden op de achtergrond.


Wow. Die is ook echt hel erg mooi. 
Anoniem
Popster





Al denk ik niet dat je de muziek leuk vind het draait om de tekst, zal ik je anders de lyrics sturen?

Ik hou ook van Skillet dus die muziek maakt mij niet echt uit. xD
Maar ja, mijn verhaal kan je aan dit liedje doen denken ja.

I've said it once i've said it twice i've said it thousand fucking times that i'm ok that i'm fine and that's all just in my mind but this has got the bet of me and i can't seem to sleep'' vooral dat stuk

Ja, idd.
Anoniem
Straatmuzikant



Dit is mijn inzending:


Nog altijd had ik mijn ogen gesloten gehouden. De binnenkant van mijn oogleden waren zo zwart dat ze me geruststelden. Het was bijna vergelijkbaar met de duisternis van de ruimte waarin ik mijn leven lang was geweest. Tenminste voor zover ik me kon herinneren. Altijd maar die duisternis, af en toe een streepje licht als er iemand naar me toe kwam. Als iemand dat al deed, was het nooit leuk. Bij alles wat ik deed, bij elke beweging die ik maakte of elke ademhaling die te hard had geklonken, waren er gevolgen voor me.
Ik tilde mijn arm op, die op een nare positie had gelegen waardoor het nu pijnlijk tintelde. Ik legde hem onder mijn hoofd. 
Ik moest wel een erg zielig hoopje lijken, zoals ik er bij lag. En dat wilde ik niet. Ik wilde sterk blijven, met beide benen op de grond staan als ze me weer kwamen pijnigen. Ik wilde niet laten zien dat ik van het zwakke geslacht geschapen was. Bij alles wat ze deden probeerde ik zoveel mogelijk verzet te laten zien. En dat werkte ze op de zenuwen. Ik met mijn kleine beetje kracht wat ik nog bezat, stribbelde nog altijd tegen. 
Maar de helft van de tijd hield ik mijn ogen gesloten, en wist ik dus niet waar vandaan ze me gingen aanvallen. Aanvallen, ja dat deden ze vaak. Een stelletje slappelingen die geen raad wisten met een jonge vrouw als ik. Die dus maar hun zegening van het magische toveren op me gebruikte.
Toveren.. Dat leek me ook erg mooi om te kunnen. Altijd hoorde ik de mannen (de zware stemmen verrieden hun geslacht) praten over hoe hun spreuken werkten op hun slachtoffers. Dat maakte me jaloers. Dan voelde ik me een zielig hoopje was geen weerstand kon bieden tegen de mensen die dit wél konden.
Door de jaren heen was me een beetje duidelijk geworden waarom ik hier zat. De mensen vroegen me telkens over mijn moeder. Waar ze was, of ze nog in leven was en wie mijn vader was. 
Vaak genoeg vroeg ik me af waarom ze dit aan mij vroegen, alsof ik dat nog weet. Voor zover ik weet lag ik hier op de koude vloer, zag ik de druppels over de muren glijden en de vochtigheid mijn gezondheid aantasten. 
Er kriebelde iets in mijn keel, en ik kreeg de neiging om luid te gaan hoesten. Maar als ik dit deed, kwamen de mannen weer en ik wilde dit het liefst zoveel mogelijk vermijden. Dus in plaats van te hoesten opende ik mijn ogen en keek nog eens rond, in de ruimte die mij té bekend was. Ik zag enkel wat zwarte stenen voor me. Ik had de kracht niet om op te staan en de rest nogmaals te bekijken. Op de zwarte stenen dropen langzaam wat druppels naar beneden, over de strepen die ik ooit gemaakt had. Ik had het al lang opgegeven om bij te houden hoelang ik hier al zat. En hopen op een redder zat er al helemaal niet in.
Ik kon de hoest niet langer binnenhouden. Ik bewoog zo dat ik mijn handen voor mijn mond kon houden, om het geluid ietwat te dempen. Ik hoestte luid en in de verte hoorde ik geschreeuw en gestamp van voetstappen.
Shit, ze kwamen. 
Krakend ging de deur los en een streep licht verlichtte het gene waar ik me in bevond. Een man, duidelijk niet van hier, stapte de ruimte binnen en keek verbaasd rond. Toen zijn blik op mij viel, slaakte hij een diepe zucht van opluchting en glimlachend sprak hij me aan.
‘’Eindelijk, Jadis.’’
Plaats een reactie
Reageer
Om nieuwe berichten te laden: ingeschakeld