1
Mijn ogen zijn al zo lang gewend aan het donker dat ik aanvankelijk de vage lichtvlek in de verte niet opmerk. Maar wanneer ik even knipper en ingespannen naar het lichtpuntje in de duisternis blijf turen, weet ik het zeker: de poort gaat zo meteen open.
Er fladdert een kriebelende substantie in mijn keel en mijn hart begint sneller te slaan. Ik schuif ongemakkelijk heen en weer op de koude, wellicht betonnen vloer. Ik vouw mijn benen onrustig heen en weer en probeer in mijn kleermakerszit te blijven zitten. Mijn trillende handen leg ik op mijn knieën in een poging ze stil te houden. Ik wacht al negentien dagen op een alarm dat me uit deze vreselijke kamer kan redden. Eigenlijk is het niet echt een kamer. Eigenlijk weet ik niet eens hoe groot deze ruimte is; als je probeert om je heen te kijken zie je niets anders dan duisternis. Maar de fluisterende stemmen, gedempte kreten en het wanhopige of vermoeide gesnik en gehijg overal om me heen bevestigen dat ik hier niet alleen ben. Tientallen, honderden, duizenden vlinders - wie zal het zeggen? - wachten hier op verlossing en de belofte op een écht leven.
Maar hoe ziet dat leven eruit? Niemand kan het met zekerheid zeggen. De belangrijkste zekerheid die ik heb, is dat ik vrij ben als ik hieruit weet te komen, als ik door de poort uit deze ruimte kan ontsnappen.
Ik weet niet helemaal zeker of ik nu al wil proberen te ontsnappen. In de negentien dagen dat ik leef ben ik ontwikkeld tot het niveau van een jongvolwassen vlinder, wat de perfecte leeftijd is om aan dat 'echte leven' te beginnen. En toch twíjfel ik. Toch weet ik niet of ik nu al het leven wil leiden dat achter die poort op me wacht.
Wie weet wat voor leven het is.
Sorry dat het roze is, daar kan ik atm niks aandoen. Anders zou ik alles over moeten typen haha.



0
0
0
0
Om mee te kunnen praten op het forum dien je ingelogd te zijn.Nog geen account? 


11
D