Ik heb nog maar een klein stukje, willen jullie zeggen wat jullie er van vinden?
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
Geritsel, ze hoort het echt. Sophie rilt. Ze voelt iets achter zich. Ze dwingt zichzelf om
om te draaien, maar ze word tegengehouden. Ze wil wel gillen, maar haar lippen blijven op elkaar gedrukt. Het lukt haar om een kwartslag links naar te draaien. Ze ziet iets staan in haar ooghoek. Ze schiet weer een kwartslag naar links. Er staat een gedaante. Een jongen of een man, een vrouw of een meisje. Ze kan het niet zien. Haar hart bonkt. ‘Bonk, bonk, bonk,’ klinkt het, onregelmatig. De gedaante komt dichterbij. Ze ziet dat de gedaante een mes in zijn hand heeft. Het is geen vrouw of meisje. Ziet ze nu. Hij is groot en breed, maar lijkt klein en tenger. Hij doet een stap dichterbij. Haar instinkt zegt dat ze weg moet rennen en keihard gaan gillen…Maar ze word tegenhouden. Ze weet niet door wat. Weer geritsel. Ze blijft stokstijf staan en spitst haar oren, niks. De gedaante is weer een stap naar voren gegaan. Hij heeft geen kleren aan, hij heeft haren. Ze ziet een lijk. De gedaante sleept het mee. Het lijk heeft geen heel hoofd meer. Maar een halve. Ze dwingt zichzelf er niet in te kijk maar doet het toch. Het hoofd is er niet afgesneden. Maar gescheurd. Precies bij de kaaklijn. Ze zoekt naar de andere helft van het hoofd. Het ligt 10 meter verder. De ogen open op haar gericht. Geritsel, ze hoort het weer, maar nu dichterbij.
Alleen nu had de gedaante geen stap gezet. Nog een keer, een vaag maar duidelijk geritsel. Dan voelt ze een hand op haar schouder neerploffen. Ze verstijft van angst. Ze wil het uitgillen maar het lukt haar niet. Het lijkt of haar lippen op elkaar vastgeplakt zijn met oplosbare lijm. De persoon die zijn hand op haar schouder heeft gelegd, gaat voor haar staan. De man –of jongen- schrok en deinste achteruit. Ze zag nu dat het geen mens, geen dier was. Het leek het wel allebei. Het mensdier –voor zover ze wist- liet het lijk met het halve hoofd vallen en rende het bos in. ‘Bedankt,’ mompelde Sophie tegen de jongen die nog steeds voor haar stond. Hij draaide zich om. Hij mompelde iets wat op ‘alsjeblieft’ leek. Toen rende hij ook het bos in, maar de andere kant op.
Er keek een vogel naar haar. De vogel vloog van boom naar boom en keek haar weer aan. Een toetrekkende blik. Ze besloot de vogel te volgen. De vogel bracht haar op een pad wat ze herkende. De vogel vloog weg. Sophie liep naar huis. Met een bibberend gevoel in haar maag. Waarvan ze bibberde wist ze niet. Ze voelde aanwezigheid om zich heen, maar ze was te moe en te bang om zich om te draaien. Alles in haar hoofd was niet meer helder. Wat was er nou gebeurt, waarom rende ze niet weg. Wie was dat onthoofde lijk. Ze herkende het lijk niet. Ze woont hier ook maar pas. De tijd om de buurt te verkennen had ze nog niet gehad. Het bos dus ook niet. Alleen deze weg kende ze wel. Ze weet niet waarom. Dit was de eerste keer dat ze het bos in was gegaan. Ze schud haar bruine lokken naar achter.
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
Het is echt nog maar een heel klein stukje, wat vinden jullie er van? Moet ik verder schrijven.



0
0
0
0
Om mee te kunnen praten op het forum dien je ingelogd te zijn.Nog geen account? 


16
Ik zie wel wat typefoutjes maar vind het verhaal op zich wel leuk!