Lightwood schreef:
Je hebt allebei een personage = een karakter/persoon iets. Dus ik heb bijvoorbeeld Kees en jij hebt Annie. En dan heb je een verhaallijn/situatie waarover je schrijft. Laten we een high
school
nemen. Nou, Kees en Annie gaan allebei naar die high school en ze zijn vrienden, dus dan ontmoeten ze elkaar op de gang of zo. Dan schrijf jij voor Annie en ik voor Kees, dus ongeveer zo:
Jij:
"Annie liep naar haar kluisje. Ze had absoluut geen zin in school. Het liefste had ze nog drie weken vakantie gehad, maar helaas. Nu moest ze al die vervelende mensen meer zien en dat was wel het laatste waar ze zin in had. Gelukkig zag ze Kees. Ze liep opgelucht in zijn richting. 'Hé,' zei ze met een klein glimlachje."
Ik:
"Kees liep door de gang en keek niet echt waar hij zijn voeten neerzette, vandaar dat hij tegen behoorlijk wat mensen aanbotste. Hij was nogal onhandig, en die drukte maakte het er voor hem niet beter op. Hij schrok toen hij bijna weer tegen iemand aanliep, maar zag toen dat het Annie was. 'Hoi,' antwoordde hij. 'Hoe was je vakantie?'"
Enzovoooorts. Oké. Ik kan dus niet uitleggen.