Nuts schreef:
Hen:
* na een voorzetsel (Ik geef het schrift aan hen)
* als lijdend voorwerp (Ik bekijk hen)
Hun:
* als meewerkend voorwerp + als er geen voorzetsel/voorzetselgroep in de zin staat (maar je kunt dat er dan wel vaak bij denken). --> (Ik geef hun het schrift. (hun = 'aan hen') / (Hij drinkt hun te veel. (hun = 'wat hen betreft, volgens hen'))
Tip: soms kun je ook het woord veranderen in 'mij' of 'mijn'. Als het 'mij' is, dan is het 'hen' en als het 'mijn' is, dan is het hun. Dat kan wel niet in alle gevallen, dus 't werkt niet altijd.