Hier komen de laatste 3 forum topics
te staan waarop je hebt gereageerd.
+ Plaats shout
DutchStoryLover
Happy New Year!
0 | 0 | 0 | 0
0%
Om mee te kunnen praten op het forum dien je ingelogd te zijn.Nog geen account? Klik hier om een gratis account aan te maken.

> Sluiten
Helper
16 van de 24 sterren behaald

Forum

ORPG, gedichten en schrijvers < Virtual Popstar Pagina: | Volgende | Laatste
RPG • Kamp Halfbloed [VOL]
Azelf
Straatmuzikant



Schrijftopic (: Als iedereen zijn karakter heeft gepost, kunnen we beginnen. 

Naam: Yves Jocelyn Kennington
Leeftijd: 18
Ouder: Aphrodite
Uiterlijk: Yves heeft lang, blond haar waar ze bijzonder trots op is. Van nature is het stijl, maar ze krult het bijna iedere ochtend. Ze heeft grote blauwgroene ogen, omlijst met lange wimpers. Erboven prijken haar donkere wenkbrauwen – misschien wel haar meest kenmerkende eigenschap. Haar wenkbrauwen zijn van zichzelf al donker, maar om er nog extra nadruk op te leggen, besteedt ze elke ochtend aardig wat tijd aan het inkleuren en perfectioneren van haar wenkbrauwen. Haar lichaam is om jaloers op te worden; ze is iets meer dan 1.70 meter lang en is slank als een den. Anders dan sommige van haar vriendinnen denken, doet ze wel degelijk moeite om op gewicht te blijven; ze eet misschien iets te weinig en hoewel ze het haat om te zweten, traint ze aardig veel. 
♡ Cara Delevingne

Innerlijk: Yves' persoonlijkheid wisselt nogal. Tegen haar vrienden is ze gewoonlijks lief en loyaal. Ze staat altijd klaar om ze te helpen en maakt zich snel zorgen over hen, maar zelfs als het haar beste vrienden betreft, raakt ze toch snel geïrriteerd. Ze heeft vaak de neiging dingen te serieus en te persoonlijk op te vatten, wat wel eens ten koste van haar humeur gaat. Meestal blijft het echter bij irritatie, ze is zelden echt boos, maar als ze dat eenmaal is, blijft men liever een tijdje uit haar buurt. 
Tegen vreemden is haar gedrag ook niet altijd even constant. Tegen iedereen die ze als aantrekkelijk beschouwt, zal ze zich vleiend en charmant opstellen, maar voor wie ze 'te min' vindt, zal spoedig duidelijk worden waarom menigeen haar beschrijft als koud, harteloos – een beschrijving die ook eigenlijk wel klopt. Als je haar niet bevalt, zal ze dat laten merken ook. Ze is dan arrogant, neerbuigend en simpelweg gemeen; niet iemand waarbij je je graag in de buurt bevindt. Haar reputatie wordt weer enigszins recht gebreid door de mensen die haar wel mogen, maar ze zal nooit bekend staan als een aardig persoon. Nog een reden hiervoor is dat ze niet terugdeinst voor het gebruiken van mensen. Of het nu lichamelijk om mentaal is, als ze iets van iemand nodig heeft, zal ze heel wat doen om het te krijgen, het maakt haar niet bijzonder veel uit of ze onderweg mensen pijn doet. Ze geeft nu eenmaal niet snel op, en al helemaal niet als het om iets van haar eigen belang gaat.
Extra: Yves heeft een oudere broer, Keith. Behalve hun haar en blauwgroene ogen lijken ze niet heel erg op elkaar. Ze zijn beide knap op hun eigen manier, en maken daar beide ook graag gebruik van; qua karakter lijken ze wel op elkaar. Keith is echter aardiger en minder arrogant dan zijn zus. Daarnaast kan ze, omdat ze de dochter van Aphrodite is, vloeiend Frans spreken en charmspeak gebruiken. 

Dauntless
Wereldberoemd





Naam: Seraphine Thompson
Ouder: Apate (godin van het bedrog, de misleiding en de dromen (bedriegende beelden in je slaap))
Leeftijd: 18
Uiterlijk:  Seraphine lijkt eigenlijk qua uiterlijk niet zo op haar moeder, behalve dan haar groen grijze ogen, die zijn exact hetzelfde. Ze is 1m70 lang, slank en helemaal niet gespierd. Ze heeft een blik die mensen kan doden (figuurlijk he) als ze dat wilt. Ze heeft een donkerbruine egale huid en zwart kroezelig haar dat ze meestal heeft opgestoken in een dot of staart. Ze heeft twee gaatjes in elk oren ook al doet ze eigenlijk amper oorbellen in. 
Innerlijk: Haar uiterlijk mag ze dan wel van haar vader hebben, maar qua innerlijk is ze helemaal haar moeder, in één woord niet te vertrouwen. Al van toen ze een klein kindje was won ze alle spelletjes door vals te spelen. Op school had ze zelfs eens een soort gokspel gemaakt en zo alle koekjes van de andere kinderen afgetroggeld. Haar vader had natuurlijk nooit geweten dat zijn dochter en halve god ging worden, want hij was nu eenmaal misleid door haar moeder. Ze kwam er pas achter dat haar moeder goddelijk was toen ze haar in een droom zag en zij haar alles heeft uitgelegd. Natuurlijk geloofde ze dit eerst niet, maar naarmate deze dromen steeds maar terugkwamen begon ze toch te twijfelen. Seraphine is zelf ook erg wantrouwig omdat ze weet hoe makkelijk het is iemand te bedriegen. Toen een sater haar kwam halen, twijfelde ze toch. Toen haar moeder plots verdwenen was, was haar vader daar echt kapot van geweest en ze wist dat zij enorm veel voor hem betekende en omgekeerd was dat ook wel het geval. Het was dus een van de enige keren dat ze iemand echt de hele waarheid heeft verteld, waarna ze vertrok. Het kan dus soms lijken alsof Seraphine geen hart heeft en om niks of niemand geeft, maar uiteindelijk heeft ze toch wel emoties al houdt ze die altijd diep weggeborgen. Ze vind het wel leuk om mensen voor de grap te bedriegen, al weet ze dat ze zich in het kamp een beetje gedeisd moet houden. Als het op spierkracht aankomt is ze nu eenmaal heel erg in het nadeel. Vandaar dat ze de andere goden (zeker de kinderen van Ares) toch liever te vriend houdt. Ze is dus eerder een stil iemand die zich op de achtergrond houdt, hier en daar wat manipuleert en dan wanneer het tot een gevecht zal uitlopen met een vingerknip van het toneel verdwijnt. Haar moeder mag dan niet een van de bekende, belangrijke en vooral goede goden zijn, toch kan ze er helemaal niet tegen als het de anderen kinderen naar hun hoofd stijgt en ze denken dat omdat hun moeder of vader een beetje beroemder is ze opeens de baas over de anderen kunnen gaan spelen. Daar heeft ze dus echt de pest aan en dat zal ze zeker ook laten merken als dat gebeurt. Verder heeft ze een eigen mening en zal ze daar voor uitkomen. Ze denkt na voordat ze iets doet en werkt vaak met ingewikkelde goed doordacht plannen. Wat de liefde betreft hipt ze graag van de ene jongen naar de andere. Waarom eentje kiezen als er zoveel anderen zijn? Ze zit er zelfs niet mee in meerdere jongens op eenzelfde moment te 'daten' als ze al de moeite neemt om hen beter te leren kennen. Ze is nu eenmaal de dochter van de godin van het bedrog he.
Extra: Haar moeder gaf haar de doos van Pandora waar ze zelf in heeft gezeten. Nu zitten er geen goden meer in, alleen nog enkele kwelgeesten die Seraphine kan loslaten wanneer ze maar wil en er weer in kan steken. Ze kan het wel niet meerdere keren na elkaar doen, want ook geesten moeten even uitrusten. Het is dus een excellent wapen dat chaos en verwarring zaait zodat je uit bijvoorbeeld een grote omsingeling kunt ontsnappen.
Haar kracht is het opwekken van illusies.
Laryanue
Karaoke-ster



Naam: Delvin Mallory
Leeftijd: 19
Goddelijke ouder: Hades
Uiterlijk: Delvin is zeker niet de kortste, eigenlijk steekt hij zonder al te veel moeite boven de meeste mensen uit. Zijn bouw compenseert echter voor zijn lengte, waardoor hij er niet als een lange slungel uitziet. Yes ladies, he works out. Hij is ook zeker niet slap, al ziet hij er niet uit als een bodybuilder die overduidelijk moet compenseren voor iets anders. Hij ziet er gelukkig niet out of proportion uit. 
Net zoals zijn vader heeft hij donkere ogen, maar daar houden de gelijkenissen ook wel op. 

Innerlijk: Delvin is een typisch gevalletje 'blijf uit mijn buurt', hij is niet echt bepaald een sociale vlinder. Dit heeft hij dan ook van zijn vader die net zo weinig 'people skills' heeft als hij. Hij kan nogal koel overkomen tegenover anderen en eigenlijk investeert hij ook weinig tijd in de mensen om hem heen. Ze interesseren hem niet, daarbij beledigt een groot deel van de halfgoden in zijn omgeving hem ook redelijk vaak wegens zijn afkomst. Hoewel dit hem niet deert, kan het wel eens enige frustratie opwekken. Men is namelijk niet echt gesteld op Hades, en denkt dus dat Delvin niet anders is. Men denkt meteen dat Hades slecht is, terwijl het eigenlijk een best rechtvaardige god is, geen slechte kerel dus. Helaas moet Delvin onder deze vooroordelen lijden, al lijdt hij niet echt, aangezien de meeste verwijtingen hem niet interesseren. Hij kan wel eens wat humeurig overkomen, wat wil je als je aan stilte gewend bent, en er vervolgens mensen aan je oren staan te tetteren. Meestal houdt hij zich wel wat op de achtergrond, hij heeft geen zin in ongewenste aandacht. Hij zit niet in Camp Halfblood om een beetje de show-off van het kamp uit te hangen. Hij doet gewoon waar hij zich interesseert, en in zijn geval is dat vechten, of het nou met zwaarden, skeletten of met schaduwen is, het interesseert hem altijd wel. Hij kan echter niet tegen mensen die panisch doen over gebroken nagels en gescheurde kleding, nagels groeien immers terug en kleding kan je ook altijd wel vervangen, geen reden om om te janken. Daarom heeft hij het ook niet zo op dochters van Aphrodite, die lijken kleren belangrijker te vinden dan hun levens. Een van zijn weinige bronnen van vermaak is dan ook toekijken hoe opgetutte meisjes in de modder vallen. Hij vindt het wel grappig om te zien hoe ze in paniek raken over een vlek op hun kleren.
Hij zit al sinds zijn twaalfde al in het kamp opgesloten, misschien niet helemaal opgesloten, maar hij zit er wel elke zomer. Op zich vindt hij het niet erg, maar bepaalde mensen roepen bepaalde frustraties op. Sinds zijn zestiende zit hij hier echter permanent. Tijdens kerst kwam zijn moeder om bij een brand. Hoewel lokale autoriteiten dachten dat de combinatie van een gaslek en een aansteker de explosie had veroorzaakt, wist hij wel beter. Hij kon tenminste door de mist kijken. Hij kan zich echter niet goed meer herinneren wat er die avond gebeurde, de klap die hij op zijn hoofd had gekregen, had een groot deel van de herinneringen aan die avond weggevaagd. Camp Halfblood was de enige plek waar hij nog opgenomen kon worden, aangezien niemand anders als voogd optrad. Alleen Chiron was zo vriendelijk hem onderdak te verlenen in het kamp, daarbij was het ook een stuk veiliger voor hem, aangezien de kinderen van 'de grote drie' geliefde snacks zijn onder monsters. Zijn moeder is echter een nogal gevoelig onderwerp.
Van zijn vader heeft hij echter enkele krachten geërfd, waaronder de krachten om schaduwen te manipuleren, en de doden te kunnen oproepen. Hoewel hij nooit zijn moeder zou kunnen terugbrengen, gebruikt hij deze laatste kracht regelmatig, aangezien kleine skelettenlegers soms goed uit kunnen komen. Met zijn controle over schaduwen kan hij de duisternis ook gebruiken om mee te reizen, zo bevindt hij zich het ene moment in het kamp, en het andere in Azië. Hij gebruikt dit echter niet vaak, aangezien het erg vermoeiend is, en wanneer het in grote mate gedaan wordt, hij zichzelf kan verliezen in de schaduwen.
Extra: Hij heeft een Zwitsers zakmes van zijn vader gekregen, dit is echter alleen een zakmes in de passieve vorm. Het heeft twee messen, een lange en een korte. Wanneer hij het lange mes opent, verandert het zakmes in een lang zwaard van Stygisch staal, bij het korte mes, verandert het in een korte dolk, eveneens van Stygisch staal.
Anoniem
Internationale ster



Naam: Christian Galloway

Leeftijd: 19 jaar

Ouder: Ares

Uiterlijk:

Innerlijk: Christian, ook wel Chris genoemd, is het type jongen dat zich vrij weinig aantrekt van anderen en het grootste deel van zijn tijd besteed aan trainen, trainen en echte gevechten, als het even kan. Je zult hem nooit zien terugdeinsen voor gevaar en je kunt er eigenlijk van uitgaan, dat hij vrijwel elke, of toch op z'n minst elke gevechts-, uitdaging aangaat. Zoals het gezegde luid: de appel valt niet ver van de boom. Toch onderscheid hij zich van de meeste zonen van Ares, door een zekere nonchalance die hij van zijn moeder mee heeft gekregen, wat hem een behoorlijk stuk minder lichtergeraakt maakt. Vergeleken met de meeste mensen en halfgoden, heeft hij dan misschien nog steeds een redelijk kort lontje zo af en toe, maar zeker minder dan te verwachten is. Vooral bij de mensen die hij zijn vrienden noemt of de mensen die hij zijn aandacht, laat staan zijn woede, niet waard acht, komt deze eigenschap wat meer naar voren, net zoals het feit dat hij minder egoïstisch, is rond zijn vrienden. Je zou daarom ook wel kunnen zeggen, dat hij, zoals de meeste mensen, een stuk plezieriger is, als hij zich bevindt rond mensen die hij mag, wat op zich ook best wel logisch is. Hij blijft, echter, wel van die zeldzame momentjes hebben, op welke hij simpelweg lui is en dat maakt het dan ook vrij lastig om hem aan te sporen tot eigenlijk de meeste dingen. Mensen vinden het alleen toch vaak 'leuk' om het wel een poging te geven, wat er tot heeft geleid, dat hij op dat soort momenten het liefst een iets rutigere plek opzoekt, om daar maar geen last van te hebben en mensen niet af te hoeven zeiken, hoewel hij daar normaal gesproken totaal geen moeite mee heeft als iemand hem op zijn zenuwen werkt. Als laatste moet je het misschien niet te persoonlijk opvatten als hij enigszins op je neerkijkt, want hoewel dat een heel stuk minder is bij de halfgoden dan bij de gewone mensen, komt het toch nog behoorlijk vaak voor en dan voornamelijk bij kinderen van bepaalde goden. Misschien is hij trouwens ook niet de meest betrouwbare persoon die in het kamp rondloopt en dan maakt het niet eens zoveel uit hoe je ernaar kijkt.

Extra: Nothing yet o.o

Anoniem
YouTube-ster



Naam: James Adams
Leeftijd:
 18
Uiterlijk:
 Hij heeft blauwe ogen, hoewel ze soms groen lijken. Hij besteedt veel tijd aan zijn donkerbruine/zwarte haar. Veel meisjes vinden hem knap en daar is hij het zelf ook mee eens. Hij is 1.90 m lang en vindt dat niet altijd even handig maar soms komt het goed van pas. Hij is tevreden met zijn gewicht: niet te dik en niet te dun. Hij zwemt veel en dat kan je ook goed zien aan zijn lichaam. 
Innerlijk: 
Hij is erg populair, vooral bij de meisjes. Hij houdt van aandacht en krijgt dat ook. Hij geeft snel zijn mening en gaat graag discussies aan. Hij is erg eigenwijs en is het dus ook eens met 'eigenwijs is ook wijs'. Toen hij 12 was is hij zijn zusje verloren bij een auto-ongeluk en hij denkt nog elke dag aan haar. Hij vindt het irritant als mensen over alles zeuren en het dan overdrijven. Hij is ook snel jaloers en hij kan er niet tegen als mensen beter zijn dan hij. Ook moet je niet aan zijn vrienden/familie komen want wat er met zijn zusje is gebeurd mag niet nog een keer gebeuren bij iemand die hem dierbaar is.  Hij vind mensen snel aardig maar als je daar misbruik van maakt is kan hij heel boos worden en hoeft hij je de komende weken niet meer te spreken. Hij is graag in het water en is daar dus ook vaak te vinden. Hij ergert zich aan mensen die denken dat ze perfect zijn. 
Extra:
 zoon van Poseidon
Anoniem
YouTube-ster



Naam: Esmeralda Elisabeth Fernandez (ook wel Es of Esmé genoemd)
Leeftijd: 19
Uiterlijk: Esmeralda is een klassieke schoonheid. Met haar weelderige donkerblonde haar, haar volle lippen, amandelbruine ogen en goedgevormde lichaam, is er niemand die het tegendeel zal beweren. Ze ís mooi, was als kind al mooi en zal ook nog eens ontzettend mooi oud worden. Esmeralda besteedt veel aandacht aan haar uiterlijk. Ze gaat het huis niet uit zonder zorgvuldig aangebrachte make-up en een goed zittende, goedgekeurde outfit. In haar tas zit standaard een haarborstel, een mascara en haar lievelingskleur lippenstift (Chanel's rouge coco mademoiselle). Esmeralda heeft vier oudere zussen. Ariana (26), Bethany (25), Cecilia (23) en Dilara (22). Haar zussen zijn allemaal net zo mooi als zij. 



Innerlijk: Esmeralda is een van de vijf dochters van Eros en Zorah. In het verleden heeft Esmeralda continu tegen haar oudere zussen op moeten boksen (bij wijze van spreken). Ze werd overschreeuwd en moest knokken voor de aandacht van haar moeder en de mensen eromheen. Als klein meisje zat ze vaak in haar eentje met de poppen te spelen, omdat ze gewoonweg niet tussen het geschreeuw van haar zussen kon komen. Toen ze een jaar of tien was, hoefde ze niet meer haar best te doen. Met één blik kon ze alles veranderen. Ze werd geadoreerd door haar moeder, haar oudere zussen keken haar met bewondering aan: Esmeralda had iéts, ze trok de aandacht naar zich toe. Mensen wilden naar haar kijken. Zelfs als ze een broodje at, of een kopje koffie dronk vóélde ze de ogen die op haar gericht waren. Ze wilden haar aanraken, haar lange haar vlechten, gaven haar complimentjes. Esmeralda genoot van de aandacht. En ze geniet er nog steeds van. 
Van haar vader, Eros, heeft ze deze bepaalde ´gave´ meegekregen. De gave om de liefde van de mensen om zich heen naar haar toe te trekken. Op te vallen. Aanbeden te worden. En dat allemaal met één blik. 
Esmeralda is charmant. Ze kan lief lachen, zal - in het bijzijn van mensen op wie ze indruk wil maken - haar best doen om zo goed mogelijk voor de dag te komen, ze is slim, heeft mensen snel door en is geïnteresseerd in hoe mensen denken. Door alle aandacht is Esmeralda echter ontzettend lui geworden. Ze vertikt het om hard te werken en ze geeft snel op wanneer ze ergens geen zin meer in heeft. Ze is gemakzuchtig. Gewend geraakt aan de aandacht en snel geïrriteerd wanneer ze haar zin niet krijgt. 

Fem
Popster



Naam: Aaron Damion Johnsson
Leeftijd: 
19
Ouder: Athena
Uiterlijk: 
Aaron heeft redelijk kort, bruin haar. Hij is er best trots op, wat ook wel vanzelfsprekend is aangezien hij zo’n 2 à 3 uur voor de spiegel staat om het in model te krijgen. Hij heeft hele diepe, bruine ogen. Soms, als Aaron je aan kijkt, lijkt het net alsof je wordt gehypnotiseerd door zijn ogen, maar hij zal je niet snel goed aankijken. Aaron’s stijl is redelijk stoer, maar toch erg makkelijk. Hij heeft vaak gewoon een makkelijk T-Shirt aan met daarover een leren jack. Verder draagt hij vaak een simpele jeans en zijn afgesleten, grijze All-Stars. Vergeleken met zijn leeftijdsgenoten is Aaron redelijk klein, tegen de meeste mensen moet hij opkijken.



Innerlijk: Aaron is een erg slimme jongen. Hij denkt overal altijd twee keer over na. Bij een erg lastige beslissing trekt hij zich altijd even terug. Dan sluit hij zich soms dagenlang op in zijn kamer en bedenkt dan alle mogelijke oplossingen van een probleem, waarna hij beslist welke oplossing het slimste is. Vaak komt daar ook een goede beslissing uit. Aaron is over het algemeen erg verlegen, hij is bang om zijn mening te geven en vaak doet hij dat dan ook helemaal niet. Alleen als hij je echt vertrouwd is hij zichzelf. Echter vertrouwd hij je niet zomaar. Er zijn maar heel weinig mensen waarmee Aaron echt goed om kan gaan. Als hij je vertrouwd, heb je aan Aaron zeker een geweldige vriend. Hij staat altijd voor je klaar als je problemen hebt. Zoals elkander heeft Aaron zelf ook redelijk veel problemen, hier praat hij nooit over, zelfs niet met zijn beste vrienden. Hij vind anderen altijd belangrijker en is zeer vrijgevig. Aaron heeft een vreselijk gevoel voor humor. Wat hij ook probeert, al zijn grappen mislukken. De meeste grappen die Aaron verzint zijn ook nog eens ongelofelijk flauw. Zonder dat hij het zelf weet kan hij mensen enorm kwetsen met zijn grappen, dit moet hij later horen van zijn vrienden, als zij dat niet zeggen kan het zijn dat Aaron er nooit achter komt. Ook heeft Aaron last van smetvrees. Hij zal niet snel een jas oid van een ander aantrekken en maakt het liefst altijd schoon. Het is redelijk lastig voor hem en voor anderen maar hij kan er niks aan doen, elk vuiltje is er één te veel. Aaron houdt van skateboarden, het liefst trekt hij er de hele dag op uit om met zijn vrienden te ‘chillen’. De meeste plekken in de stad waar je goed kan sporten heeft Aaron inmiddels al uitgevonden, hij komt er dan ook heel graag.

Extra: -


----


Sorry voor de blauwe achtergrond, ik heb het gekopieerd uit de mail

Mew
Straatmuzikant



Naam: Carmen Northridge
Ouder: Asclepius, de god van geneeskunde.
Leeftijd: 15
Uiterlijk: 
Innerlijk: Carmen is over het algemeen een meisje met een vaste wil die niet veel om regels geeft. Ze is koppig en laat zich niet snel op een andere mening brengen, maar vermijdt daarentegen ruzies en discussies. Ze is nieuwsgierig en ongeduldig, en wordt snel boos als iets niet volgens haar zin gaat. Ze koestert wrok en je zal niet snel een tweede kans van haar krijgen. Ze neemt vaak overhaaste beslisselingen en zou daarom een vreselijke leider zijn.
Ze kan kleine wonden en dergelijke helen, maar doet dit niet snel. Het kost haar veel energie, en geeft het dus liever aan mensen die het volgens haar waard zijn, en aan haar vrienden, maar daar heeft ze er niet veel van. Ze is namelijk erg op zichzelf, verlegen, en absoluut niet sociaal. Ze draagt een amulet bij zich waar een miniscule hoeveelheid gorgonenbloed bevindt, het middel dat haar vader gebruikte om mensen terug te brengen uit de dood. Ze kan dit één keer gebruiken. Ze bezit ook bloed uit de linkerhelft van een Gorgoon, maar dit is dodelijk vergif en draagt normaal gesproken niet bij zich.

Het is nog kort en ik ga het ook nog aanpassen en ik ga nu even een plaatje zoeken, maar zo ben ik in ieder geval van het gezeur van Roos af.

Dauntless
Wereldberoemd



"Komaan ben je nu nog niet klaar met het inpakken van je rugzak." Seraphine draaide zich geïrriteerd om. Een van de redenen dat ze niet naar het kamp wou, was omdat ze een bloedhekel had aan de sater die haar was komen ophalen. Een tweede reden was omdat ze haar vader niet wou verlaten. Aarzelend stak ze nog een laatste paar kleren in haar rugzak en ging toen naar de woonkamer van het appartement waar ze haar hele leven in had gewoond. Haar vader zat in de zetel. Gisteren had ze hem alles uitgelegd. Het was duidelijk dat hij het nog altijd niet  allemaal kon bevatten. Ze omhelsde hem, wat haar altijd een gevoel van veiligheid had gegeven.
"Je weet dat je hier altijd kunt terugkomen en dat ik altijd van je zal blijven houden."
"Papa, ga alsjeblieft niet sentimenteel doen, straks kom ik met tranen in mijn ogen aan op dat kamp. Ik heb trouwens al beloofd dat ik sowieso contact houd. En als ze me het verbieden zal ik het dubbel zoveel doen."
"Zo ken ik mijn kleine meisje." Haar vader had altijd al geweten dat haar slechte gedrag iets aangeboren was. Nu hij de ware aard van haar moeder kende was dat mysterie opgelost al waren er wel een heel aantal nieuwe in de plaats gekomen. 
"Seraphine voor je gaat, wil je me nog een ding zeggen. Denk je dat je moeder echt van me hield of dat ik gewoon een van de zovelen was." 
Seraphine slikte. Uit de conversaties die ze met haar moeder in haar dromen had gehad was haar wel opgevallen dat haar vader waarschijnlijk een van de zovele was, al kon ze natuurlijk niet zeker zijn. "Ik weet het niet en papa zelfs als zij niet van je hield, ik doe dat wel en hoe oud en lelijk je ook wordt ik zal dat altijd blijven doen."
"Wie wordt er nu sentimenteel." plaagde hij haar en drukte nog snel een kus op haar voorhoofd. "Komaan maak dat je wegkomt voor die monsters in onze woonkamer staan."
Seraphine rende naar beneden. De lift in het appartementsgebouw was haar hele leven al buiten werking geweest. 

"Eindelijk" zei de sater de wantrouwig om zich heen keek. "Weet je dit zou veel makkelijker zijn als je vader ons gewoon met de auto zou brengen."
"Zoals ik al zei, mijn vader wordt hier niet bij betrokken." antwoordde Phine scherp. "Jij bent hier voor opgeleid dus je moet het ook maar kunnen regelen zonder een ouder die zichzelf opoffert om zijn kind naar een of ander vreemd kamp te brengen."
De sater leek niet te luisteren want haar blik was op een bepaalde persoon gericht. Een man in donkere kleding met een behaard gezicht. "Shit" vloekte ze stilletjes terwijl ze Seraphine in een metrostation trok. Ze kochten geen kaartjes maar kropen snel onder de reling door en haastten zich naar het station dat hen naar de rand van de stad bracht. Ze konden niet voorkomen dat de man ook in deze metro plaatsnam en een eindje verderop ging zitten. "Ok wanneer we aankomen spurt je voor je leven naar het bos. Je blijft rennen tot je een poort tegenkomt en je rent ook daardoor. Dan haal je hulp en komt zo snel mogelijk terug." 
Seraphine was natuurlijk helemaal niet van plan om weg te rennen en hulp te halen. Haar moeder had haar de nacht ervoor al gewaarschuwd voor monsters die eventueel achter haar aan konden komen en een mogelijke manier om van hen af te komen. "Je entree is altijd enorm belangrijk." waren haar laatste woorden, voor Seraphine wakker werd. 
"Ik denk dat jij beter weg kan rennen" zei ze na een tijdje tegen haar sater die haar geschokt aankeek. "Nee echt waar, ik heb een plan waardoor we beiden in leven blijven, maar jij moet gewoon richting het kamp lopen zo snel je kan."
"Vertel me dan ten minste wat dat plan inhoudt."
"Komaan ik had wel gehoopt op een klein beetje vertrouwen."
De sater rolde met haar ogen, maar ging er verder niet op in. Ze had zich neergelegd bij het feit dat wanneer Seraphine zich iets in haar hoofd haalde ze daar niet zo makkelijk van afstapte. De rest van de rit brachten ze zwijgzaam door. 

Eenmaal aangekomen wandelde ze rustig naar buiten. Nog altijd waren er veel mensen en nog altijd behield het monster zijn menselijke vorm. Al snel begon het aantal huizen in aantal te dalen en maakte de stad plaats voor het platteland. Phine zag het bos al in de verte liggen. Zoals het er vanuit de verte uitzag kon ze moeilijk geloven dat zich daar een heel kamp vol halfgoden bevond, al was het wel een enorm groot bos. Het moment dat ze in een wei kropen was het moment dat de sater zo snel mogelijk haar kleren uitdeed en het op een lopen zette. Seraphine draaide zich rustig om. De man grijnsde terwijl zijn huid begon te borrelen en ze zijn botten hoorde kraken, een misselijkmakend geluid. Hij zakte op zijn vier ledematen die al snel in poten veranderde. Voor haar stond niet langer een man, maar een beest met drie hoofden dat van een draak, een leeuw en een geit. De staart was een slang en moest Seraphine hier gisteren niet constant op hebben zitten oefenen dan zou ze nu chimaera voer zijn geweest. In plaats van nog een laatste poging om weg te rennen keek ze hem recht aan. "Ik ben er niet. Ik ben er niet. Ik ben er niet." waren de woorden die ze constant aan hem doorzond. Eerst leek het niet te werken want het monster maakte zich klaar om bovenop haar te springen. Maar toen net voor de sprong knipperde hij verward met zijn ogen en richtte zich niet langer op haar maar op de sater die al een heel eind verder was gelopen. Het had gewerkt, het was echt gelukt. Toch zou Seraphine pas later van haar triomf kunnen genieten, nu rende ze naar het dier toe, klampte zich vast aan de vacht op zijn poot en hees zich op zijn rug. Nog altijd was hij haar totaal vergeten en volgde de sater het bos in. Ze wou juichen, maar dat zou haar uit haar concentratie halen en dan zou alles voor niets zijn geweest. Juichen kon later nog wel als ze in dat kamp was. Nu al dacht ze aan de uitdrukkingen van de andere kampbewoners als ze haar al rijdend op dit levensgevaarlijke monster zagen aankomen.
Laryanue
Karaoke-ster



Hoewel de zon buiten al hoog aan de hemel stond, had Delvin nergens last van. Hij lag nog rustig te slapen, zoals een gewoon mens zou doen op een vrije dag. Nu moest hij toegeven dat hij niet heel erg gewoon was, maar dat interesseerde hem niet. Zijn hele leven sliep hij op vrije dagen uit, dit was geen uitzondering. De mensen die dat irritant vonden, moesten daar maar mee zien te leven, al betwijfelde hij dat er mensen waren die gefrustreerd raakten door zijn slaapgewoonten. Er waren vrij weinig mensen die iets van hem moesten hebben, dus veel bezoek kreeg hij toch niet. Hij had geen vrienden, en als hij die had, dan zou hij niet verwachten dat die hem op dit moment zouden storen. Ten eerste wist men zo'n beetje wel dat je hem niet wakker moest maken, tenzij het een noodgeval was. Hij kon nogal prikkelbaar zijn wanneer hij plotseling wakker werd gemaakt. Ten tweede zou het nog minstens een week duren voor het kamp zou beginnen, toch? Hij had geen idee, maar kon er ook niet minder goed van slapen. 
Waarom hij nu al in het kamp verbleef terwijl het pas over een week van start zou gaan? Hij woonde hier, en dit deed hjj al zo'n drie en een half jaar. Niet omdat hij het kamp leuk vond, er liepen hier een stel ellemdelingen van het hoogste niveau rond, niet bepaald zijn type vrienden. Nee, zijn vrienden waren allemaal dood, een stel skeletten die luisterden naar wat hij ze opdroeg, en ook nog eens leuke poker tegenstanders. Hij had wel degelijk eens eerder zijn krachten over de doden misbruikt om een pokerwedstrijdje te houden, natuurlijk won hij. Voor iemand die eruitzag alsof hij boeken alleen maar vasthield om er mee gewicht te heffen, was hij nog behoorlijk slim. Daarbij waren skeletten niet zo slim en hoewel het eigenlijk wel misbruik te noemen was, kon het vast niet erger zijn dan rotten in de aardbodem. Hij was dan wel niet bang voor insecten, maar tussen de krioelende maden en dergelijke liggen, kon niet fijn zijn.
Gelukkig lag hij in zijn bed, een geval dat de vorm had van een doodskist. Als hij nu zou sterven, zou hij in ieder geval beter liggen dan die skeletten en andere lijken die tijdijk tot leven gewekt konden worden. Het lag echter beter dan je zou denken, het matras lag geweldig. Nu was hij niet zo kieskeurig wat zijn slaapplaats betrof, hij waardeerde het bed wel degelijk. Hij spendeerde namelijk behoorlijk wat tijd in dit bed. Om een of andere reden had hij namelijk nooit echt genoeg slaap, hij kon zich altijd wel weer even omdraaien. Het verbaasde men dat hij zo lang kon slapen, hem interesseerde het niet. Hij bad toch niet zo veel te doen in dit kamp. Behalve de lessen die hij van Chiron kreeg, die als vervangende docent optrad nu hij niet zomaar naar school kon, had hij namelijk niet veel te doen. Hjj vond het echter altijd wel leuk om met Dionysus te pokeren of te eenentwintigen. Vrijwel elk kaartspel was leuk om te spelen tegen deze god. Hij was slimmer dan hij leek, iets wat vaak interessante eindstanden opleverde. In zijn eerste jaren in het kamp had Dionysus nog wel eens de neiging om zijn naam te vergeten. Zo heeft hij vele nieuwe namen gekregen. 'Danny', 'Dennis' en 'Darren' waren enkelen van deze namen, hij was een groot aantal echter alweer vergeten. Hij wist echter niet of de god dit expres deed, of dat hij echt zo vergeetachtig was.
De dikke muren van vulkanisch glas hielden het licht en de warmte buiten, precies wat hij nodig had om goed te kunnen slapen. Want, hoewel hij warmte waardeerde, had hij een hekel aan de warmte die de zomer met zich meebracht. Het was hem allemaal net iets te warm en net iets te vochtig. In de zomer voelde het altijd alsof je overal aan vast zou plakken als je niet oplette, njet echt bepaald een fijn gevoel. Hij had momenteel echter nergens last van, en dat was maar ook. Hij werd niet graag gestoord in zijn slaap, dus terwijl hij zich 's ochtends nogmaals omdraaide, wisten de kampers wel beter dan hem te wekken. Hij was sowieso altijd wel wat humeurig, hem wakker maken leverde niet veel goeds op.
terwijl hij rustig aan het dromen was, onstond er echter steeds meer lawaai, iets wat hem steeds meer begon te frustreren. Het drong steeds verder tot hem door dat er iemand was die buiten enorm veel lawaai maakte. Wat was er aan de hand? Het zou hier rustig moeten zijn. De enige inwoners van het kamp zouden hij, Chiron, Dionysus, de Saters, de Dryaden en de Najaden moeten zijn, en deze waren allemaal erg rustig, als je de saters niet meetelde, natuurlijk. Die wisten echter dat ze niet in de buurt van zijn gebouw moesten komen terwijl hij sliep. Ook de harpijen wisten dat zijn kamer niet schoongemaakt hoefde te worden, want ook die werden weer weggejaagd. hij was nooit echt een mens voor contact geweest, veel te veel werk en ook veel te vermoeiend. Het geluid hield maar niet op, integendeel, het werd steeds erger. Het duurde niet lang voor hij de dekens van zich af sloeg en uit de doodskist klom. Verward slenterde hij naar buiten, waar hij, gekleed in enkel een trainingsbroek die als pyjama diende, om zich heen begon te kijken. Wat was hier aan de hand? Het kamp zou pas volgende week moeten beginnen. Toen drong het echtee tot hem door dat Chiron de vorige avond verteld had dat het kamp weer van start zou gaan. Hij kon zichzelf wel voor zijn kop slaan dat hij dat vergeten was, maar in plaats van dat hij dat deed, staarde hij naar het schouwspel voor hem. Een meisje dat door het kamp stormde op een Chimera. Was hij nu gek geworden, of was hij daadwerkelijk nog aan het slapen en was dit enkel een droom? Hij hoopte voor het laatste, aangezien hij geen zin had in druktemakers. Toen hij zichzelf in zijn arm kneep, werd hij echter even flink teleurgesteld. Dit was geen droom over druktemakers op monsters, dit was de harde werkelijkheid, een werkelijkheid waarin mensen zo idioot waren om levensgevaarlijke monsters als letterlijke paradepaardjes te gebruiken, het leek verdomme wel een circus. 
Anoniem
YouTube-ster



Esmeralda Fernandez heeft haar vader nooit gekend. De vijf dochters van Zorah Fernandez zijn allemaal verwekt door dezelfde man, maar zijn identiteit was in Esmeralda's ouderlijk huis een taboe - haar moeder klapte helemaal dicht wanneer een van de meisjes erover begon, 'daar praten we niet over,' zei ze dan met een boze frons. Het enige dat Esmeralda te weten is gekomen, is dat hij en Zorah elkaar vijf keer hebben gezien en dat was iets dat alleen Ariana haar kon vertellen. Haar vader was een groot mysterie in haar jeugd, maar op een gegeven moment had ze genoeg van haar zoektocht naar antwoorden. En op dat moment kwam het nieuws. Het verbaasde Esmeralda amper toen ze hoorde dat haar vader niet bepaald een "normale" verloren vader was. 'Dus daarom zag ik hem nooit,' stelde ze vast toen ze het hoorde. De sater die haar het nieuws bracht, had haar met grote ogen aangekeken.
En nu zat ze in een auto, richting het kamp waar ze vanaf nu in zou verblijven. Haar moeder zat achter het stuur, haar blik strak op de weg gericht, maar met een zenuwachtige trek om haar mond. De sater zat achterin. Hij had Esmeralda verteld dat ze hem Stephan kon noemen, hij had het verhaal verteld en was toen zwijgend achterin de auto gaan zitten. Als hij niet in haar nek had lopen hijgen, zou ze vergeten dat hij ook in de auto zat.
'Dus,' zei Esmeralda op een gegeven moment. Het was al een hele tijd doodstil geweest in de auto en het begon een beetje ongemakkelijk te worden. 'Is het eindelijk wat rustiger in huis,' ze probeerde luchtig te klinken, maar de woorden klonken beschuldigend. Haar moeder reageerde niet. 'Wel grappig eigenlijk, weten we eindelijk van wie we onze charmes hebben,' grapte ze onhandig. Ook haar tweede poging om de ongemakkelijke stilte te doorbreken, mislukte. Haar moeder keek nog steeds enkel naar de weg, met een frons op haar gezicht en een zenuwachtige trek rond haar mond. Het bleef weer een tijdje stil. Esmeralda keek chagrijnig naar buiten. Haar laatste uur met haar moeder als gezelschap, zou een van ongemakkelijkste uren zijn. Haar moeder vertikte het om een normaal gesprek te voeren en - ook al gaf Esmeralda het niet graag toe - zijzelf koesterde een wrok jegens haar moeder en de situatie in het algemeen. 
Een kwartier lang werd er niet gesproken, maar toen deed de sater zijn mond open. 'Over een halfuur zullen we afscheid moeten nemen. Ik neem Esmeralda dan, te voet, mee naar het kamp,' kondigde hij aan.
'Oké,' antwoordde Zorah. Ze wendde haar blik niet af. En op dat moment werd Esmeralda écht boos. 
'Hoor eens, mam,' begon ze. Ze legde nadruk op het laatste woord. 'Je zult me na deze autorit een hele tijd niet meer zien. Ik kan je vergeven - voor het geheim houden van de identiteit van m'n biologische vader, bedoel ik - maar je moet nu niet zo verongelijkt gaan doen. Ik ben en blijf je docht-'
'Dit is voor mij ook niet makkelijk, Esmé,' reageerde haar moeder boos. Ze keek haar dochter kort aan, een boze frons verscheen op haar gezicht. 'Iemand-' ze maakte een vage beweging naar de achterbank waarop de zwijgende Stephan zat, 'vertelt me tussen neus en lippen door dat de vader van mijn vijf dochters een gód is. Een gód! Dat is ook niet iets waarop ik gerekend had, snap je dat? Ik weet niet... Ik kan niet geloven dat...' Ze ademt zwaar, kijkt haar dochter niet aan. 'Het is voor mij ook niet gemakkelijk, geloof me,' besluit ze uiteindelijk. Esmeralda wendt haar blik zwijgend weer af.
De hele situatie was absurd. Absurd. 
Een halfuur later kondigde de sater aan dat het tijd was om afscheid te nemen. Zorah gaf haar dochter een onhandige knuffel, een kus op haar voorhoofd. Esmeralda mompelde een onduidelijk afscheid. Toen Esmeralda en de sater al bijna uit het zicht waren zwaaiden moeder en dochter nog een keer naar elkaar. Zorah stapte de auto weer in, Esmeralda en de sater liepen in stevige looppas verder. Bij elke stap die ze zette, werd Esmeralda zenuwachtiger en zenuwachtiger. Ze begon na te denken over de mensen die in het kamp zouden zitten, over de dingen die ze zou leren, de antwoorden die ze zou krijgen. Ze was aan het tobben, lette niet op de omgeving en was volledig in gedachten verzonken. Tot de sater haar ruw weer met beide benen op de grond zette.
'Stil,' siste hij. Hij liet zijn blik van links naar rechts gaan. Speurde de omgeving af. Esmeralda spitste haar oren, probeerden te zien wat hij ook probeerde te zien, maar ze hoorde niks en zag ook niks. 'Er komt iets aan.'
'Iets? Iemand?' De sater knikte.
En toen klonk het geluid van brekend hout. Ritselende bladeren. Een hijgende adem. Het bos leek onmiddellijk een stuk donkerder.
'Ren,' siste de sater. 'Ren! Niet blijven treuzelen. Ren. Gewoon rechtdoor, dan zie je het kamp.' Hij gaf haar een duw, stuurde haar de juiste richting in, keek haar doordringend aan. 'Ren,' zei hij nog een keer toen ze niet reageerde. Het gekraak kwam dichterbij, ze zag een grote schaduw in de verte. Het gehijg zorgde ervoor dat de rillingen over haar rug liepen. Esmeralda keek de sater nog een keer aan, hij knikte haar toe, en toen rende ze weg. Rechtdoor. Ze rende en rende, terwijl ze achter zich woeste geluiden hoorde. Ze rende tot ze een hek zag. Buiten adem, lichtelijk in schok, klampte ze zich aan het hek vast. 'Help me,' riep ze. Ze hoopte dat iemand haar zou horen zodat ze samen de sater te hulp zouden kunnen schieten, al wist ze diep in haar hart dat die hoop tevergeefs was. 
Het eerste slachtoffer was gevallen op haar weg naar het kamp. Hoe zou het kamp zelf zijn? Zou Esmeralda Fernandez het daar overleven?
Dauntless
Wereldberoemd



Het monster ging zo snel dat ze enkele minuten later de ingang van de poort in de gaten kreeg. Het deed haar denken aan de ingang van een Griekse tempel maar dan zonder te tempel. Bovenaan stond iets in het Grieks gegraveerd. Door haar goddelijke afkomst wist Seraphine nu eindelijk hoe het kwam dat Grieks en Latijn nooit echt een probleem voor haar vormden. Al snel zag ze in de tekens de woorden kamp halfbloed. Ze had zich zo gefocust op de ingang dat ze niet doorhad dat het monster was gestopt met lopen. Het moment dat ze het doorhad kon ze zich maar net op tijd opzij werpen. Door zich niet meer op de illusie te concentreren was deze dus ook uitgewerkt geraakt. De Chimaera keek haar met alle vier zijn hoofden aan. Nog vijf meter en dan zou ze over de grens zijn. Seraphine had nog geen zin om te sterven en zeker niet om voer te worden van een beest dat niet kon beslissen of het nu een leeuw of een geit wilde zijn. Het beest haalde net met zijn poot naar haar uit toen een regen van pijlen hem op verschillende plekken raakte. Desalniettemin werd ze wel geraakt en naar achteren geslingerd. Terwijl ze door de lucht vloog, het kamp in zag ze nog net een rij saters waaronder Lilith die haar naar het kamp had gebracht en naast hen stond een man of was het toch een paard. Een boom onderbrak abrupt haar vlucht. Net voor ze bewustzijn verloor voelde ze nog pijn door haar hele lichaam gieren, maar uiteindelijk was ze toch maar wel mooi op het kamp geraakt.

Azelf
Straatmuzikant



Haar eerste gedachtes toen hard gebons op haar kamerdeur weerklonk waren niet echt wat je noemt aardig. Niet alleen had ze er een hekel aan op onverwachte momenten gestoord te worden, maar ook had ze haar slaap hard nodig als ze niet wilde opstaan met wallen onder haar ogen. Voordat ze die gedachtes echter uit kon spreken, herinnerde ze zich de reden waarom ze zo vroeg wakker werd gemaakt; vandaag was de dag waar ze nu al tijden naar had uitgekeken, de dag waar ze al dagen voor in de weer was – ze moest immers genoeg kleding en make-up inpakken voor meerdere weken. Vandaag zouden zij en haar broer terugkeren naar kamp Halfbloed. Na een heel jaar vol saaie, normale mensen kon ze niet wachten op haar vrienden en vriendinnen met wie ze het kamp deelde en al zoveel had meegemaakt. Toen het gebons – waarschijnlijk was het haar broer – nog steeds niet ophield, stond ze snel op. Nadat het bloed weer naar haar brein en ogen was teruggekeerd en ze niet meer naar haar bed hoefde te grijpen om niet om te vallen, liep ze naar de deur en trok ze hem open. Het was inderdaad haar broer, en ook hij zag er uit alsof hij net uit zijn bed was gekomen. Al gaf hij minder om zijn uiterlijk dan haar, zou ook hij zich normaal gesproken nooit zo laten zien. Zijn haar was nog rommeliger dan normaal en de slaap stond nog op zijn gezicht, maar ook hij had naar deze dag uitgekeken, dus hij wilde zo vroeg mogelijk weg. Er waren niet veel woorden nodig om dit duidelijk te maken, ze kenden elkaar goed genoeg om te weten wat de ander eigenlijk allemaal wilde zeggen. Al snel draaide Keith zich om en deed Yves de deur weer dicht, waarna ze beide terugkeerden naar hun kamer om zich op te frissen. Terwijl een van haar favoriete liedjes hard door de kamer klonk, probeerde ze bepalen wat ze die dag zou dragen. Zelfs al zaten veel van haar kleren al in haar koffers, ze had nog steeds aardig wat over, wat nu dus nog in haar kast hing. Uiteindelijk had ze haar keuze kunnen maken en kon ze haar haar gaan doen, wat – gelukkig voor haar broer, die in de woonkamer al zat te wachten – minder lang dan normaal duurde. Toen ze eenmaal tevreden was met de krullen, moest ze ook haar make-up nog doen. Haar vader en broer waren inmiddels al wel gewend aan haar eindeloze ochtendritueel, maar het riep alsnog de nodige irritaties op.
Toen ze eindelijk klaar was en beneden stond, had Keith hun tassen al naar de auto gedragen en zodra er nog wat laatste omhelzingen waren uitgewisseld, konden ze aan hun reis naar het kamp beginnen. De eerste paar jaar had hun vader hen erheen gereden, maar zodra Keith zijn rijbewijs had, wilde hij het zelf doen. Hoewel de lucht grauw en het weer druilerig was toen ze wegreden, werd het naarmate ze dichter bij het kamp kwamen, steeds beter, en toen ze bijna waren, scheen de zon volop. Voordat ze aankwamen, checkte Yves haar make-up nog eens en werkte het bij. Ze voelde zich altijd zekerder als ze wist hoe ze eruit zag. Ze borg de make-up weer op in het kleine tasje wat ze altijd bij zich droeg, waarna ze glimlachend het raam uit staarde. Nog maar heel even en dan zouden ze er zijn.
Niet veel later minderde Keith vaart; ze waren er. Bijna meteen toen de wagen tot stilstand was gekomen, sprong Yves eruit. Een paar van haar vriendinnen, die bij de ingang op hun vrienden hadden staan wachten en druk aan het praten waren, merkten haar snel op en al gauw werd het gefluit van de vogels en de zacht ritselende blaadjes verstoord door de hoge stemmen van de meiden die allemaal door elkaar heen kletsten. Allemaal hadden ze wel wat te vertellen; over hun zomer, hun nieuwe vriendje, over mode, en ga zo maar door. Eventjes klonk het alsof ze de hele dag door zouden kunnen blijven praten, maar toen de belangrijkste dingen eruit waren, werd het al iets minder. Dat ze nog steeds pal voor de ingang stonden en de weg zo compleet versperden, leek ze niets uit te maken – of ze hadden het gewoon nog niet opgemerkt. Pas toen het harde gebrul van een motor door het bos klonk, viel het even stil. Yves en haar vriendinnen keken op naar de motor die aan kwam rijden, vooral Yves zelf leek geïnteresseerd, ze had motoren altijd al stoer gevonden, en dan vooral als er een leuke jongen op zat, wat al snel het geval bleek te zijn, toen de jongen zijn helm afdeed, zijn bruinblonde haar en blonde ogen onthullend. Yves lachte even naar hem, waarna ze zich excuseerde en naar de jongen toe liep. Hij kwam haar aardig bekend voor, maar ze kon zich niet herinneren dat ze serieus een keer met hem had gesproken. Toen ze bij de motor stond, kon ze niet alleen hem beter bekijken, maar ook de eigenaar van de motor. 
“Stoere motor,” complimenteerde ze hem, terwijl ze de jongen uit haar ooghoek bleef bekijken. Ze gaf hem weinig tijd om te antwoorden, voordat ze zich naar hem toe keerde. “Ik ben Yves,” zei ze, haar stem zelfverzekerd en een glimlach nog steeds op haar gezicht. Ze stak haar hand naar hem uit, terwijl ze hem aan bleef kijken. 

 

Anoniem
Internationale ster



De dag waar Christian al het hele jaar naar uit had gekeken, was dan eindelijk aangebroken en het mooie vooruitzicht was zelfs in staat het op te nemen tegen zijn gebruikelijke ochtendhumeur. Het was bijna jammer dat niemand dit unieke moment mee mocht maken, want hoewel hij over het algemeen een redelijk goed humeur had, was daar in de ochtend meestal niet echt van te spreken, al was hij ook zeker in staat om enkele ergere gevallen op te noemen en die waren dan ook meteen behoorlijk wat erger. Eigenlijk viel hij dus best nog wel mee, vooral als je hem vergeleek met zijn halfbroers en zusters. Sterker nog, waarschijnlijk was hij zelfs het zonnetje van de familie te noemen, mits je het niet te letterlijk neemt of het te positief bekijkt natuurlijk. Kinderen van Ares waren over het algemeen nou eenmaal niet de meest vriendelijke personen die je op aarde tegen kon komen, hoewel ze lang niet altijd zo erg waren als gedacht. Je moest gewoon maar net de goede tegenkomen, alleen was dat met eigenlijk alle halfbloeden zo. Kon trouwens zo af en toe wel voor vermakelijke gebeurtenissen zorgen en dat was dan ook meteen de reden, dat hij niet al te laat aan wilde komen, want het zou toch behoorlijk zonde zijn als hij alle drama, die de nieuwelingen met zich meebrachten moest missen? Hij had dan ook geluk dat hij op niemand hoefde te wachten en eigen vervoer had, want openbaar vervoer wist altijd wel weer een manier te verzinnen om voor problemen te zorgen en, ookal bedoelde zijn moeder het altijd goed, zij was nou ook niet bepaald de ideale lift. Zijn motor daarentegen: perfect.

Niet veel later, nadat hij de tijd had genomen voor zijn gebruikelijke ochtenrituelen, stond hij dan ookal bij het voertuig met al zijn spullen in de eigenlijk veel te kleine rugzak gepropt. Soepel stapte hij op het gevaarte, waarna de bijbehorende helm het plaatje volledig afmaakte. Echter, de glimlach verscheen pas op het gezicht van de jongeman toen de motor brullend tot leven kwam, ten teken dat ook het voertuig zelf klaar was om te gaan. Het was een inmiddels bekend en vertrouwd gevoel voor Christian om met het voertuig over de wegen te rijden, wat dan ook zonder enige moeite leek te gaan, maar toch moest ook hij zich aan de snelheidslimiet houden. Waarschijnlijk was dat de voornaamste reden dat hij de motor in de stad zelf in moest houden en pas echt gas kon geven op de snelwegen. Het nam wat extra tijd in beslag, maar hij kon niet zeggen dat hij het ook echt erg vond. In tegenstelling tot, waarschijnlijk, een groot deel van de andere halfbloeden, woonde hij namelijk nog niet eens zo heel ver bij het kamp vandaan en daarbij, hij had er niets op tegen om rond te rijden op het gevaarte.

Het bos, waarvan hij wist dat het, het kamp verbrog, verscheen in zijn gezichtsveld, waardoor hij wist dat hij er al zo goed als was. Het laatste stuk was wel het rottigste, moest hij eerlijk toegeven. Bosweggetjes waren nou eenmaal niet de meest comfortabele wegen en, hoewel hij er anders ook voldoende tegenkwam, leek de kans op het treffen van een of ander vervelend monster, toch een behoorlijk stuk groter. Waarschijnlijk aangetrokken door de grote hoeveelheden halfbloeden, die zich hier bevonden en dan met name het feit dat er, vooral aan het begin van de zomer, veel nieuwelingen kwamen en dat waren toch wel de makkelijkste prooien. In het kamp zelf mochten ze dan veilig zijn, op zo'n laatste stuk kon er altijd nog veel gebeuren.

Zijn rit eindigde echter wel soepel, net zoals eigenlijk de hele weg hier naar toe zonder echte problemen was verlopen. Een klein en onverwachts obstakel trof hij echter wel, toen hij bij de ingang aankwam, aangezien de weg versperd werd door een groep meiden. Hij was gedwongen de motor tot stilstand te brengen en af te zijn gestapt en zijn helm af te hebben gedaan, zag hij hoe één van de dames zich losmaakte van de groep en naar hem toekwam. Het kostte hem geen enkele moeite haar te plaatsen bij een goddelijke ouder, gezien het zelfvertrouwen dat ze uitstraalde en het onmiskenbare uiterlijk dat bijna alleen maar kon horen bij een dochter van Aphrodite. Het zorgde ervoor dat er een glimlach op zijn gezicht verscheen, nog voor ze zich voorstelde en haar hand naar hem uitstak, zijn reactie afwachtend.

"Christian," stelde hij zichzelf voor en schudde kort haar hand met de zijne, waarna hij die laatste weer naar zijn motor verplaatste. "Enige kans dat je me daar doorheen kunt lozen?" vroeg hij met een kort knikje richting de groep meiden om ze aan te duiden, want ookal had hij zichzelf er waarschijnlijk ook wel doorheen gekregen, hij had geen bezwaar tegen wat gezelschap en het zou nogal onbeleefd zijn geweest om nu al te zeggen dat hij moest gaan, niet?

"Natuurlijk, geef mee een minuutje," was het antwoord dat hij kreeg, samen met een zelfverzekerde glimlach. De glimlach waarschijnlijk om te laten merken dat dat helemaal geen probleem was en dat vermoeden werd al gauw bevestigd, toen ze naar de groep toeliep en er binnen enkele seconden voor zorgde dat er ruimte werd gemaakt, zodat ze er allebei langs konden. Niet het enige wat ze geregeld had trouwens, want toen hij naar haar toe was gelopen, merkte hij de jongen op, die meerdere tassen en koffers met zich meesleurde, waardoor hij eigenlijk eerder een pakezel leek. Het was wel een vermakelijk gezicht, moest hij eerlijk toegeven.

"Dankje," zei Christian nog voor ze richting de huizen begonnen te lopen, die hun ook de komende zomer weer een slaapplaats zou bieden. "Je moet het Aphrodite gebouw hebben, neem ik aan?" besloot hij toch maar even voor de zekerheid te vragen. Het zou namelijk nogal kneuzig overkomen als hij er nu simpelweg van uit zou gaan dat ze een kind van Aphrodite was en dat straks zou blijken dat ze dat misschien wel helemaal niet was. Kon bijna niet anders, maar je weet het maar nooit.

Dauntless
Wereldberoemd



Verward knipperde Seraphine met haar ogen. Het duurde enkele seconden voor ze besefte waar ze was en wat er gebeurd was. Ze probeerde rechtop te gaan zitten, maar de pijn in haar rug weerhield haar daarvan. "Blijkbaar was mijn aankomst toch niet zo elegant als ik gehoopt had." zei ze tegen zichzelf.
"Ik ben al blij dat je nog levend bent. Hier eet dit dan zou je je snel weer wat beter moeten voelen." 
Seraphine had geen antwoord verwacht en zag nu pas dat Lilith aan de stoel naar het bed zag. In haar hand hield ze een verdacht klein blokje. "En wat is dit precies." Ze kon wel vrij zeker zijn dat Lilith haar niet zou proberen te vergiftigen maar toch voor Seraphine was alles verdacht tot het tegendeel bewezen was. 
"Ambrosia is het voedsel van de goden. Voor halfgoden zoals jij heeft het een helende werking." 
"Echt waar, dit kleine blokje kan mij weer op de been helpen." zei ze en nam het voorzichtig tussen haar vingers. Ze likte eraan en tot haar verbazing smaakte het heerlijk. Met een paar happen had ze het naar binnengewerkt en al snel begon ze zich beter te voelen. Zo'n vijf minuten laten kon ze al gewoon weer stappen en mocht zelfs het belachelijke verband rond haar hoofd worden verwijderd, want met dat ding rond haar hoofd zou ze niet naar buiten zijn gegaan.
"Ok. Ik kan je misschien best naar Chiron brengen. Hij wou zo snel mogelijk met je praten wanneer je weer bij bewust zijn was."
"En Chiron is?"
"Je weet wel de centaur, half paard half mens. Hij is zeg maar de oprichter en leider van het kamp."
"Ow hij. Ja ik neem aan dat een gesprek met hem geen kwaad kan." 
Lilith begeleidde haar naar Chirons kantoor en zei dat zij misschien beter buiten kon wachten. Binnen was Chiron bezig met het lezen van enkele documenten die er behoorlijk oud uitzagen. 
"Wel als dat niet onze nieuwe student is. Ik heb nog niet de kans gehad je naam te vragen." vroeg hij vriendelijk.
Seraphine kon het niet laten haar blik te werpen op zijn paardenhelft, misschien zou ze er ooit aan wennen, maar nu bleef het toch een beetje bizar. "Mijn naam is Seraphine dochter van Apate. Er is me al verteld dat u Chiron bent." 
"Apate, godin van het bedrog en dromen. Het lijkt misschien vreemd maar jij bent haar eerste dochter op dit kamp."
Het deed haar goed om die woorden te horen. Als zij de eerste was betekende dat dat haar moeder misschien toch niet met jan en alleman naar bed was geweest. Ze zou het zo snel mogelijk aan haar vader vertellen, als ze daar de kans toe kreeg. Chiron gaf verder nog wat uitleg over het kamp, het ontstaan er van en de lessen en regels die ze zou moeten volgen. 
"Zo nu dat allemaal is uitgelegd. Kun je best je spullen gaan uitpakken in het Hermes huis."
"Hermes huis? Ik heb toch net gezegd dat Apate mijn moeder was?" vroeg ze.
"Dat is zo maar het is onmogelijk om een huis voor elke god te hebben. Daarom dat de kinderen van goden die minder bekend zijn in het Hermes huis worden ondergebracht, aangezien hij de god van de reizigers is."
Seraphines trots was gekrenkt. Het kon toch niet zo moeilijk zijn een paar extra hutjes te bouwen. Enkel en alleen omdat haar moeder niet de meest bekende was. Toch besloot ze er nu nog niet op in te gaan. Lilith die buiten had staan wachten begeleidde haar naar het Hermes huis waar ze haar spullen op een bed achteraan in de hoek gooide. "Uitpakken kan later wel, eerst moet ik maar eens wat connecties gaan maken." Zelfverzekerd wandelde ze naar buiten. Er waren ondertussen al heel wat andere halfgoden aangekomen. Velen waren druk met hun vrienden hun vakantie aan het bespreken. Ze liet haar blik over de menigte gaan op zoek naar iemand interessant genoeg om een gesprek mee aan te knopen. 

Anoniem
YouTube-ster



Schuingedrukt=Poseidon
_______________________

Het is vandaag een drukke dag zeg, James was rustig aan het zwemmen toen hij opeens allemaal geluiden hoorde bij de ingang. Wat is er aan de hand? Hij hield er niet van om gestoord te worden tijdens het zwemmen, James is de zoon van Poseidon en is altijd al graag in het water geweest. Nu hij weet wie zijn vader is snapt hij het. Hij had niet verwacht dat hij de zoon zou zijn van een god, laat staan de zoon van een van de grote 3. Hij kwam er 3 jaar geleden achter en sindsdien zit hij in dit kamp, hij mist zijn moeder nog steeds. Eerst verloor hij zijn zusje door een auto-ongeluk en toen zijn moeder op weg naar dit kamp. Ze werd gegrepen door een monster. Hij was zo egoïstisch om door te rennen maar hij moest wel, anders ging hij zelf ook dood. Zijn moeder was toch niet meer te redden. De enige die hij nog heeft is zijn vader, Poseidon, maar hij heeft hem nog nooit gezien, alleen in zijn dromen.
Zijn nieuwsgierighied won, hij was nieuwsgierig wat er aan de hand was dus hij droogde zich af, kleedde zich snel aan en ging kijken. Toen wist hij het weer, er waren vandaag weer veel nieuwe halfgoden in het kamp gekomen, dat betekent dat het heel druk is en iedereen probeert indruk te maken.
Eerst was er een raar meisje die dacht dat ze op een Chimera kon rijden, wat haar natuurlijk niet lukte. Toen ze bijna bij de poort was viel ze eraf en knalde met haar hoofd tegen een boom, wat zielig, ze zag er wel aardig uit.
Daarna stond er een ander meisje bij de poort te schreeuwen, geen idee wat er aan de hand was, er zal wel een monster achter haar aan hebben gerend. Dat doen ze altijd, het laatste stuk naar het kamp is het gevaarlijkste, je denkt dat je er bijna bent maar op het laatste stukje wordt je toch nog vermoord.
Toen kwamen Yves en Keith terug en alsof dat nog niet genoeg was kwam er een jongen aangereden op een motor die meteen werd verwelkomd door Yves. Wat zielig, hij leek hem wel aardig en nu heeft hij meteen op zijn eerste dag al een probleem: Yves.
Dat rare, Chimera berijdende meisje is heel leuk, dat schreeuwende meisje mag hij wel, Yves en Keith vindt hij verschrikkelijk irritant en die andere jongen lijkt hem wel aardig. Hij denkt dat het wel gezellig wordt met de nieuwe mensen. Hij keek even rond en zag dat dat leuke meisje hetzelfde deed.
'Ga naar haar toe.'
'Maar wat moet ik dan zeggen? Misschien vindt ze me helemaal niet leuk.'
'Niet geschoten is altijd mis, lopen jij. Je bent een leuke jongen. Ze moet je wel leuk vinden, je bent mijn zoon en ik ben fantastisch. Je hebt mijn fantastischheid geërfd.'
Hij liep naar haar toe en zei: 'Heey, ben je nieuw hier? Welkom op kamp Halfbloed. Ik raad je trouwens aan om niet meer op Chimera's te rijden, ze kunnen heel onvoorspelbaar zijn. Ik ben James, de zoon van Poseidon. Wie ben jij?'

Plaats een reactie
Reageer
Om nieuwe berichten te laden: ingeschakeld
Pagina: | Volgende | Laatste