Hier komen de laatste 3 forum topics
te staan waarop je hebt gereageerd.
+ Plaats shout
Anoniem
Ik mis jou ook x
0 | 0 | 0 | 0
0%
Om mee te kunnen praten op het forum dien je ingelogd te zijn.Nog geen account? Klik hier om een gratis account aan te maken.

> Sluiten
Helper
14 van de 24 sterren behaald

Forum

ORPG, gedichten en schrijvers < Virtual Popstar Eerste | Vorige | Pagina:
ORPG // Envy <3
Anoniem
YouTube-ster



Misschien dat Aaron ietwat overdreef met zijn reactie, misschien dat hij te bot en te fel tegen zijn gewonde broer was en misschien dat hij er later spijt van zou krijgen. Aaron was zich op dit moment niets bewust van de fout die hij op het punt stond te begaan, van de snauwende woorden die de kloof tussen hem en zijn broer enkel dieper en donkerder zou maken. Het was niet zo dat hij zijn broer zou kwetsen, dat was in ieder geval niet zijn bedoeling, en Daelerio was niet zo snel gekwetst. Aaron had dit moment beter kunnen benutten door eerlijk te zijn tegen zijn broer, om steun te zoeken en om er ook voor hem te zijn, zoals het bij broers eigenlijk hoorde. Wanneer was de laatste keer geweest dat de twee samen gespeeld hadden in het woud? Waarschijnlijk al enkele tientallen jaren geleden. Ze waren vroeger veel hechter, veel meer op elkaars gezelschap gesteld. Misschien dat alles ook wel veranderd was door de dreiging vanuit het mensenras die destijds ontdekten dat ze niet alleen op deze planeet waren, dat er meerdere rassen en wezens waren en dat dezen wellicht een risicofactor konden zijn. Koeien en honden waren nog te temmen of te hebben als huisdier of vee. Wolven of beren daarintegen waren al gevaarlijk genoeg om een heel dorp in het nauw te drijven. Je kunt dus ook wel hun reactie voor je zien toen ze erachter kwamen dat er een ras was die nog intelligenter waren dan de mens, een ras die sneller, sterker en ouder waren en konden worden dan welk mens dan ook. De mensen besloten dat vriendschap sluiten met deze wezens, ook wel elfen genoemd, niet mogelijk was. In deze tijd was het verboden voor jonge elfen om buiten het elfenrijk te komen, gehele gezinnen verscholen zich in het woud of in huizen onder de grond. Hoewel elfen van nature sterker waren dan mensen kon geen enkele elf op tegen vijftig man of meer, de hoeveelheid van een gemiddeld dorp, niet zonder te hebben getraind in ieder geval. De jonge Aaron en zijn oudere broer Daelerio mochten toen ook niet meer buiten een bepaald gebied en hun moeder had hun eigenlijk geheel in het huis gehouden, bang haar kinderen te verliezen. Het was te gevaarlijk buiten, vond ze. Uiteindelijk werd de dreiging minder toen de mens erachter kwam dat de elfen helemaal niet op oorlogspad waren, maar het kwaad was al geschied. Jarenlang hadden de elfen zich moeten verbergen, bang om een oorlog te beginnen door ondoordachte daden. Gezinnen hadden zo dicht bij elkaar op de nek gezeten dat er vele ruzies gekomen waren, de negatieve kenmerken vielen steeds meer op en er waren zelfs gezinnen die besloten hadden om elk zijn of haar eigen pad in te slaan, elkaar nooit meer te zien. Het elfenrijk lag in duigen, het was chaos en dit alles was te danken aan de mens. Aaron had juist gehoopt dat hij in die tijd meer met zijn broer om kon trekken maar Dealerio had het ook zwaar gehad, hij had verlangt naar het woud, hij was echter niet de enigste, en had zich destijds helemaal in zijn wapenstudie geworden. Wapens waren het enige wat vast en constant was, Dealerio vond het waarschijnlijk fijn om ergens zeker van te zijn, om te weten dat iets er was en dat datgene ook zou blijven. Hij bestudeerde ze en noteerde alles wat hij te weten kwam, hij wou leren over de wereld om hem heen door deze wapens. Hij zag wapens wellicht als iets wat je kon beschermen, het bood veiligheid en macht. Dit dacht Aaron tenminste, hij zou nooit helemaal weten hoe zijn broer in die tijd gedacht had. Aaron was echter ook een andere weg in geslagen. Omdat hij zo verlangde naar de aandacht van zijn broer, maar deze enkel aandacht had voor wapens, had hij zichzelf in een wapen veranderd. Roekeloos, gevaarlijk en onbetrouwbaar, dit was hoe Aaron wapens zag en dus ook zichzelf veranderde. Nu keek hij met kille ogen zijn broer aan, niet in staat om hem dit allemaal te vertellen. Zijn broer zou nooit begrijpen dat hij al die tijd niet alleen had gewacht en gehoopt op de erkenning van zijn moeder, maar ook van zijn broer. Aaron walgde van zichzelf en zijn verlangen naar aandacht, en uitte deze walging in de vorm van beledigingen naar anderen toen. Nooit zou Aaron toegeven dat hij altijd later spijt had gehad van de dingen die hij had gezegd en gedaan, Aaron was niet iemand om zijn spijt te betuigen. 'Je gaat je mes morgen maar halen, straks verwond je jezelf nog meer.' de spottende toon was duidelijk hoorbaar en meteen had Aaron spijt. Hij veegde de tranen uit zijn gezicht en duwde zijn broer zowat naar binnen, de warmte in. 'Daelerio..' mompelde even, op het punt om iets aardigs te zeggen om van zijn rot gevoel af te komen. Toch bedacht hij zich op het laatste moment, dit rotgevoel was zijn straf, zijn vloek. 'Je bent nog niet helemaal geheeld, ga weer zitten.'  

Azelf
Straatmuzikant



Let's get this thing started again ;D 

Note: Don't get overexcited after this piece, de gapende kloof is maar een teenytiny stukje gedicht.
______________________________________________

Even dacht Daelerio een sprankje medelijden te voelen, maar het werd meteen zijn lichtelijk verwarde gedachten uitgejaagd bij het zien van Aarons blik. Hij had een dergelijke koude staar nog maar weinig in zijn leven gezien en had hem dan al helemaal niet verwacht van zijn bloedeigen broer. Oké, hij was bereid het toe te geven; natuurlijk was hij zelf ook niet bepaald een rolmodel geweest, maar deze blik leek te barsten van de doodsverwensingen – iets wat niemand graag bij zijn of haar broer ziet. Ook de ontstane verbazing verdween onmiddellijk. Hij had het immers kunnen weten; niets was veranderd. Zelfs als zou er iets met Aaron aan de hand zijn, hij zou het nooit aan hem vertellen, behalve als Dae het uit hem zou slaan. Waarom zou hij, eigenlijk? Daelerio was niet iemand om andere spontaan te helpen, dat was hij nooit geweest en hij zou het nooit worden. Het waren tenslotte niet zijn problemen, dus waarom zou hij zich ermee bemoeien? 'Je gaat je mes morgen maar halen, straks verwond je jezelf nog meer,’ snauwde zijn broer spottend, waarna hij zijn gezicht afveegde. Zijn woorden spraken zijn nu verdwenen tranen sterk tegen en ergens binnenin zich voelde Daelerio de behoefte zijn enige broer te helpen – wat hem sterk verbaasde – en om hem te beschermen tegen wat hem dan ook zo veel pijn had gedaan. Maar, zoals altijd – negeerde hij dat gevoel. Dit keer kwam het echter niet door principes; die blik deed het ‘m. Als Aaron hem gewoon had verteld wat hem dwarszat, was er serieus een kans – weliswaar een kleine – geweest dat Daelerio hem zou helpen. Aarons ruwe hand leidde – of eigenlijk duwde – Daelerio terug naar binnen en weer wilde de oudere jongen hard protesteren. Wie was Aaron om te bepalen wat Dae wel of niet deed? Niemand kon dat tegenwoordig nog, dus zeker zijn jongere, kleinere, minder sterke broertje niet. ‘Daelerio…’ klonk het zachtjes uit de jongere broer zijn mond. Met toegeknepen, wantrouwende ogen wachtte Dae in stilte af, ergens een excuus verwachtend. Verkeerd gedacht. 'Je bent nog niet helemaal geheeld, ga weer zitten.' Een geërgerde zucht verliet Dae’s mond, hij ging niet zitten. ‘Aaron,’ begon hij, met dezelfde strenge, betweterige toon die hij altijd gebruikte, hoewel ook hij nu plotseling twijfelde of hij de zin wel af wilde maken. Het zou de twee enorm kunnen helpen, al realiseerde Daelerio zich de ernstigheid van hun problemen niet bepaald en dacht hij daarom ook niet aan de hulp die het kon bieden. Het niet erg bekende gevoel van broederlijke bezorgdheid speelde weer op, net als de behoefte eraan toe te geven, in plaats van het weg te duwen. Daelerio was niet blij met de emoties, ze verwarden hem en maakte hem onzeker – heel misschien zelfs bang, al was dat iets wat Daelerio nooit toe zou geven. Verder snapte hij niet waar ze ineens vandaag kwamen. Jaren hadden de twee met hun eeuwigdurende ruzies kunnen leven, en nu plotseling niet meer. Waar sloeg het op? Er zat geen enkele logica in – nog zoiets waar Daelerio niet tegen kon. Logica betekende voor hem alles en meer, waar zou de elf zijn zonder rationeel denken? Daelerio merkte dat zijn gedachtes afdwaalden. Nog geïrriteerder bracht hij zijn goede hand naar zijn neusbrug en kneep erin. Toen liet hij zijn arm naast zijn lichaam vallen. Hij keek Aaron met een serieuze, doch lichtelijk bezorgde blik aan. ‘Ik wil weten wat er aan de hand is,’ zei hij rustig en duidelijk, een beetje alsof hij tegen een klein kind praatte. Om welke vreemde reden dan ook, bleef de verwachtte vlaag van schaamte en spijt weg, in plaats daarvan voelde het goed. Hij had voor het eerst in lange tijd het gevoel dat hij iets oprecht goed had gedaan en hij hoefde zich er niet eens van te overtuigen! Zijn blik verzachtte een beetje door die geruststellende gevoelens – het tegenovergestelde van wat de andere net met hem deden. Voor een moment dacht hij niet eens meer aan zijn mes, of aan de wond, of aan één van de andere dingen die hij minuten daarvoor nog als belangrijk beschouwde. Voor het eerst in tijden was zijn volle aandacht gericht op zijn broer. 

Anoniem
YouTube-ster



Aaron wist even niet wat hij tegen zijn broer moest zeggen. Het voelde alsof Daelerio en Aaron elk aan de andere kant van een kloof tegenover elkaar stonden en Dae aan het zoeken was naar de brug naar de andere kant, niet wetend dat die al jaren terug afgebrand was. Er was geen manier meer om aan de overkant te komen, om weer naast elkaar te staan. Aan de ene kant stonden Dae en zijn moeder, aan de andere kant stond Aaron. Ergens wilde Aaron zijn armen uitsteken en zijn broer omhelzen, ze bleven immers familie. Hij wilde Dae vertellen hoe hij zich voelde, wat hem dwars zat en waarom hij altijd zo deed. Toch hield zijn trots, schaamte en onblusbare woede hem tegen. Zijn blik verharde even om meteen daarna weer te verzachten, het was duidelijk zichtbaar dat Aaron een conflict met zichzelf had die hij alleen uit moest vechten in zichzelf. Aaron moest denken aan één van de ouderen onder de elfen die het levende bewijs was dat wijsheid met de jaren kwam. Hij had Aaron eens verteld over het gevecht tussen de twee wolven die in iedereen leefden. De zwarte, slechte wolf werd gedreven door woede, twijfel, angst, wantrouwen, jaloezie, haat, wraak, walging, verbittering en afschuw. De witte, goede wolf stond voor geluk, liefde, blijdschap, zorgeloosheid, goedheid, zorgzaamheid, vriendschap, oprechtheid, rechtvaardigheid, vriendelijkheid en vertrouwen in zowel jezelf als in anderen. Aaron had hem ooit gevraagd welke wolf uiteindelijk won, hij was nieuwsgierig geweest naar de uitslag van het gevecht. De oude elf had Aaron nadenkend aangestaard en uiteindelijk, 'Degene die jij voedt.' gemompeld. Op dit moment wist Aaron al welke wolf bij hem het gevecht zou winnen, als hij al niet gewonnen had. Aaron fronste en vermande zichzelf een beetje om niet te veel zwakte aan Daelerio te tonen. 'Niets, ik voel mij enkel een beetje zwakjes omdat helen veel energie kost. Het is niets om je zorgen over te maken, ik maak mij eerder zorgen om jou.' Dit keer was er geen enkele bespotting in zijn stem te horen, Aaron maakte zich echt zorgen om Daelerio. Niet om zijn wond maar om de onherstelbare band tussen hun twee. Aaron staarde even naar zijn broer en besloot toen de uitgehongerde witte wolf te voeren, ook al was het maar voor deze ene keer. 'Dae, weet je..' begon Aaron fluisterend, 'Het spij-' Plotseling sloeg er door de toenemende wind een raam met veel kabaal open. Aaron haastte zich om het raam te sluiten. Te beschaamd om nog verder te gaan staarde hij even naar de vloer en toen naar de deur. 'Ik denk dat ik straks nog even langs de stamkroeg ga.' Mompelde hij uiteindelijk maar. 
Azelf
Straatmuzikant



De afgrijselijke stilte die Aaron – waarschijnlijk onbewust – liet vallen, deed Daelerio zich een tikje ongemakkelijk voelen, net als de keer dat de jongere man hem liet wachten op zijn toestemming voor het helen – het was een recente gebeurtenis, maar voelde als maanden geleden. Hij was niet te ver gegaan, toch? Eerst zijn wonde aan hem opdringen en zich daarna nog met Aarons problemen bemoeien ging niet over onbesproken lijnen, of wel? Het was wat normale, liefhebbende broers voor elkaar deden, maar… waren de twee dat nog wel? Daelerio zou hun broederlijke band niet ontkennen, zeker niet na de golf van emoties, een paar minuten terug. Waar hij wel aan twijfelde, was of Aaron wel hetzelfde voelde. Wat nou als de jongere elf het totaal niet met Daelerio eens was? Wat nou als hij zijn broer vanuit de grond van zijn hart haatte? Snel duwde Daelerio de misselijkmakende en verassend waarschijnlijke gedachtes weg, om weer plaats te maken voor de positievere – voor hoever je de bezorgdheid positief kan noemen. Daelerio kon het niet laten zijn blik op zijn broer gevestigd te laten, al wist hij dat Aaron daar niet blij van werd. Hij kon niet anders dan opmerken hoe de uitdrukking op zijn gezicht veranderde, alsof hij is een bloederige oorlog met zichzelf verwikkeld was. 'Niets, ik voel mij enkel een beetje zwakjes omdat helen veel energie kost. Het is niets om je zorgen over te maken, ik maak mij eerder zorgen om jou.' Zijn woorden sneden als een mes door de stilte en de zin verbaasde Daelerio, wat maakte dat het juist geen verassing was dat de wenkbrauw van genoemde jongen omhoog schoot. De verbazing ontstond niet alleen door de inhoud van de zin – sinds wanneer maakte Aaron zich überhaupt ergens zorgen om? – maar ook door de gebruikte intonatie. Geen greintje sarcasme of hoon viel te onderscheiden, zelfs geen minuscuul pretje. Net toen Daelerio wilde antwoorden, sprak Aaron opnieuw. ‘Dae, weet je…’ mompelde de jongen zachtjes, waardoor hij ineens veel jonger, kleiner, afhankelijker leek. Daelerio’s gezicht verzachtte opnieuw en de opgetrokken wenkbrauw keerde terug naar zijn oorspronkelijke, ontspannen plaats. ‘Het spij-‘ Net op dat moment – hoe kon het ook anders – vloog een raam luidruchtig open. Beide elfen schoten op om het dicht te doen, maar Aaron was er sneller. Nog steeds zwijgend keek Dae Aaron aan, die zijn blik hardnekkig ontweek. De oudere elf kon het niet laten te zuchten, bij zijn volgende opmerking. Aaron en hij zouden niet altijd voor hun problemen weg kunnen lopen, realiseerde hij zich toen. Ook hij had het kortgeleden nog gedaan, maar toen had hij nog geen flauw benul van de impact van zijn handelingen. Ineens leek zelfs de wonde in zijn hand een gunstige gebeurtenis, aangezien hij zonder dat ongeluk niets van dit had meegemaakt. Toch was hij zelf ook zeer geneigd om hetzelfde te doen, om – zelfs nu het donker was – het oude, vertrouwde woud in te vluchten. Het leek gewoon makkelijker, beter. Beide zouden ze hun hoofd leeg kunnen maken en trouwens, Daelerio kon Aaron toch niet tegenhouden. Met een moedeloze uitdrukking op zijn gezicht draaide hij zich om en ging aan de tafel zitten, zijn hoofd half verborgen in zijn handen. ‘Veel plezier,’ zei hij, al klonk het veel harder en bozer dan bedoeld. 

Anoniem
YouTube-ster



Weer wist Aaron niets te zeggen, weer heerste er die drukkende en pijnlijke stilte tussen de twee broers. Aaron stond op het punt om te vragen of Dae ook mee wilde, ondanks dat Aaron zeker wist dat Dae het aanbod zou afslaan, maar bedacht zich toen. De manier waarop zijn broer hem opeens aansprak was hard, bijna kwaad. Aaron vroeg zich af wat hij verkeerd had gedaan, of hij misschien in die ene zin teveel van zichzelf had geopenbaard of dat hij Dae toch op een bepaalde manier had gekwetst, iets waar hij normaal weinig moeite mee had maar wat hem op dit moment niet lekker lag. Duizenden vragen galoppeerden als een stel dolle paarden door zijn hoofd en Aaron greep even naar zijn hoofd op de opborrelende hoofdpijn tegen te houden, tevergeefs. Ondanks dat Aaron helen kon had hij nog nooit zijn eigen hoofdpijn kunnen stoppen, iets wat hij vaak had. Telkens als hij te veel vragen had, te veel twijfels door zijn hoofd had spoken of zijn woede niet meer binnen kon houden uitte zich dat negatief op zijn lichaam en ondanks dat hij redelijk goed andere kon genezen was het bij hemzelf nog niet zo makkelijk. Aaron wankelde een beetje en greep houvast bij de tafel, waar Dae ook zat. Hij kon nu echt wel een drankje gebruiken, hoewel hij dat maar niet hardop zei om afkeurende blikken van zijn broer te vermijden. Aaron vloekte opeens hardop en sloeg met zijn vuist op de tafel, niet omdat hij boos was op Dae maar omdat hij boos was op zichzelf en zijn eigen zwakte. Hij kwam misschien nogal agressief over op Dae, iets wat deze ene keer niet zijn bedoeling was. Aaron wankelde even naar de deur, greep weer zijn naar zijn hoof en bleef met zijn hand op de deurkruk stilstaan. Zijn hoofd bonkte, alsof iemand er met een hamer op sloeg. Zijn normaal scherpe zicht was wazig en hij had zwarte randen om zijn blikveld heen, zijn hoofd tolde en ergens in zijn maag voelde hij al braaksel omhoog komen. Aaron kon letterlijk ziek worden van zichzelf, iets wat al een heel talent op zich is. Aaron liep naar hun kleine keuken en schonk een glas water voor zichzelf in, liep naar de tafel en ging tegenover Dae zitten. Hij nam een slok water en weigerde Dae in zijn ogen te kijken. De stilte tussen de twee broers was op de een of andere manier oorverdovend luid, de druk die tussen hun in lag ergerde Aaron waarschijnlijk nog meer dan zijn hoofdpijnen. De stilte werd onderbroken door het geluid van regendruppels die tegen het raam aansloegen, gedreven door de harde wind. Het dak van hun huis kraakte even en de kaarsen op tafel werden bijna uitgeblazen door de tocht die onder de vloerplanken doorglipte. Nog steeds zei Aaron niets, het voelde verkeerd om op dit moment iets te zeggen, hoewel het ook verkeerd voelde om te zwijgen. Aaron voelde zich zo ver verwijderd van zijn broer maar had zich toch in tijden niet zo dicht bij hem gevoeld. De haat en wanhoop die hem altijd gedreven hadden waren even niet meer bij hem te vinden, alsof ze Aaron even de ruimte gaven om op dit ene moment vrij te ademen. De kreten voor aandacht waren verloren gegaan in het holst van de nacht. Aaron voelde zich leeg, alsof een deel van hemzelf hem verlaten had, dit was dan ook het geval. Zonder ook maar op te kijken van zijn glas uitte Aaron een diepe zucht, het soort zucht die normaal enkel Dae zou uiten als hij weer eens teleurgesteld was in Aaron. Aaron was teleurgesteld in zichzelf, zijn zwakte en zijn gedachtes die telkens veranderden. Hij wist niet wat hij wilde, hoewel dat een leugen was. Aaron wist dondersgoed wat hij wilde.. hij wilde iemand naast hem hebben staan, iemand die hem begreep en naar hem zou luisteren. Aaron wist ook dat deze persoon nooit Daelerio kon zijn, dat hij waarschijnlijk later iemand zou vinden die wel geschikt zou zijn voor die rol. Op dit moment nam Aaron echter genoegen met de stille aanwezigheid van zijn broer, het was wel eens fijn om stilte te kunnen horen. De stilte was beter dan geruzie, de stilte was beter dan de pijn. Uiteindelijk besloot Aaron dan toch te verklaren waarom hij er nog was. 'Het is buiten vies weer.' Was zijn korte verklaring terwijl hij recht tegenover zijn broer bleef zitten. Langzaam verhief Aaron zijn gezicht zodat zijn ogen die van zijn broer konden ontmoeten. 

Azelf
Straatmuzikant



Ook Dae wist echt niet meer wat te doen; hij zat daar maar, met zijn vingers in zijn haar verstrengeld. Vanbuiten leek hij geen reactie te tonen op zijn broeders vreemde, ongebruikelijke en zelfs een tikkeltje angstaanjagende gedrag, maar vanbinnen kon hij wel janken. Hij had zo onderhand wel eens genoeg gehad van die gevoelens en werd daarbij er weer aan herinnerd waarom hij ze had buitengesloten. Zonder gevoelens leven was ronduit simpel, veel simpeler dan dit gezeik, waar niet alleen hij last van had, zijn broer was er ook de dupe van. Als hij nou gewoon zijn mond had gehouden en door was gelopen, op zoek naar het mes, zouden ze hier niet zitten – en staan. Dan zou Daelerio over waarschijnlijk iets meer dan uur thuiskomen en meteen naar bed gaan, geen aandacht bestedend aan zijn gezin, en Aaron zou… hij zou datgene doen wat hij altijd ’s avond doet. Wat, wist Dae niet precies, hij was altijd ‘te druk’ – zoals hij het zelf altijd graag noemde, eigenlijk had hij gewoon geen zin om zich met zijn broers zaken te bemoeien – voor dat soort onzinnige zaken. Ergens verraste het Daelerio dat hij nog geen barstende koppijn had gekregen, normaal ging ook hij niet bijzonder goed met stress en irritaties om, al kon je wat dit ook was nou niet echt bepaald irritant noemen, het was vooral uitermate vermoeiend. Even schrok de oudere elf op uit zijn gedachten, toen Aaron op de tafel sloeg. Om welke tot nog toe onbekende reden dan ook, bleef Dae naar de plek waar de vuist van zijn broer terecht was gekomen staren, met een verbitterde uitdrukking nadenkend in de hatelijke en pijnlijke stilte, die weer over de twee was neergedaald. Hij kon zich niet voorstellen dat hij met die ene snauw – die niet eens zo bedoeld was – Aaron zo van z’n stuk had gebracht. De jongen was sterk, hij zou zich er normaal gesproken niets van aantrekken, maar natuurlijk kon het nu anders zijn. Dan nog, zo hatelijk klonk het nou ook weer niet, toch? Toen zijn twijfels een hoogtepunt bereikten, merkte hij niet dat Aaron al weg was gelopen; hij was, zoals zo vaak, te veel met zichzelf bezig. Zelfs terwijl hij zo veel over zijn eigen gebreken nadacht, kon hij niet op die ene simpele oplossing komen. Als hij nou gewoon iets meer interesse in zijn broer zou tonen, iets aardiger en begripvoller zou zijn en iets beter zijn best zou doen om een goed voorbeeld voor Aaron te zijn, een rolmodel, de broer waar hij tegenop zou kunnen kijken, in plaats van op neer. Toen Aaron aan de tafel kwam zitten, keek Daelerio weer even op en verplaatste zijn blik van het stuk oude, diep gegroefde stuk hout naar het uitdrukkingloze gezicht van zijn broer. Hij wendde zijn blik niet af, toen hij een slok nam van het water waarvan Dae zich niet kon herinneren dat het was ingeschonken, noch toen hij een diepe zucht slaakte. De manier waarop ze daar zaten, deed de oudere elf aan vroeger denken, nog voordat de mensen waren gekomen. Ook toen konden de jongens al niet al te best met elkaar opschieten, maar toen bleef het bij onschuldige, makkelijk op te lossen meningsverschillen, in plaats van de slopende oorlog die nu woedde, met Dae en zijn wijsheid en levenservaring aan de ene kant, Aaron met zijn helende krachten en moed aan de andere. Toch werden de ruzies toentertijd veel strenger en serieuzer aangepakt dan tegenwoordig – waar ze praktisch genegeerd werden. Hun vader, namelijk, die destijds nog leefde, zette de twee dan aan weerszijden van dezelfde tafel als ze nu op precies dezelfde plaatsen aan zaten. De verstandige man ging dan aan het hoofd zitten. ‘Dae,’ zou hij zeggen, ‘Je schreeuwt, als je ook zou kunnen fluisteren en Aaron, je leeft maar eens en het leven is een gift, behandel het met respect.’ Zelfs al begrepen de twee soms niet alles wat hij zei, ze snapten wat ze fout hadden gedaan en probeerden de daaropvolgende dagen altijd hun best te doen hun gedrag te verbeteren. Daelerio miste zijn vader. Natuurlijk miste hij hem, hoe kon hij ook anders? Op de ene gedachte volgde de andere en al snel leek Dae helemaal van de wereld. De woorden die zijn broer korte tijd daarna kortaf sprak, haalde hem echter al gauw weer terug. Langzaam knikte Dae even, waarna hij eindelijk weer eens Aaron in de ogen keek. Plotseling werd toen de stilte die anders eeuwen had geduurd, onderbroken. Hard gebons klonk door de ruimte en Daelerio draaide zich snel om naar de deur, een diepe frons op zijn gezicht. Wie haalde het in zijn hoofd om met dit weer en op dit uur zomaar, onaangekondigd aan te kloppen? Dae stond op, ergens wel blij dat hij weer iets te doen had, en liep als de heer des huizes naar de deur, die hij al snel daarna opentrok. Buiten stond een niet al te lange, doorweekte man. Hij leek te hijgen en staarde Daelerio even aan, alsof hij naar herkenningspunten in zijn gezicht zocht. ‘Mijnheer d’Ort?’ Dae knikte, nog steeds verbaasd. Toen realiseerde hij zich ineens dat de man nog in de druipende regen stond. ‘Kom toch binnen,’ zei hij snel en hij stapte opzij, waarna de man met een dankbaar knikje het huis binnen liep. ‘Kan ik iets voor u doen? Een kop thee, misschien?’ vroeg Daelerio, zijn stomme actie van net goed proberend te maken. ‘Nee, dank u, ik kom alleen iets brengen.’

Anoniem
YouTube-ster



De man, met een speld van een gouden, vliegende zwaluw op zijn jas gespeld, het teken van de koeriers, zag Aaron zitten en keek even twijfelend van broer naar broer. Hij haalde een ouderwetse rol perkament tevoorschijn, er zat een rode zegel op met een lint eraan, iets wat betekende dat het te maken had met het leger. Meteen was de interesse van Aaron gewekt en hij lette goed op. 'Er staat hier dat het aan de heren d'Orth gericht is, aan wie kan ik hem overhandigen?' Aaron stak meteen zijn hand uit naar de man, de jonge elf was ontzettend nieuwsgierig geworden door deze geheimzinnige brief. 'Geef maar aan mij.' Zei Aaron en de man gaf meteen de brief aan de jongste broer. Aaron was altijd erg geïnteresseerd in zulke dingen, het was eens iets nieuws, iets wat zijn normale leven op de kop kon zetten. Met trillende handen rolde hij het perkament naar beneden en begon hij de sierlijke elfentaal te lezen. Het moest er waarschijnlijk erg grappig uit hebben gezien voor Dae en de koerier aangezien de mond van Aaron steeds verder naar de grond toe zakte. De inhoud van de brief was iets waar Aaron al jaren op gewacht had, een kans op spanning, wraak en avontuur. De ogen van de jonge man begonnen te glinsteren en er verscheen een grijns op zijn gezicht. De koerier keek even ongemakkelijk naar Dae, niet wetende wat de elf bezielde. Hoe verder Aaron las, hoe harder zijn hart begon te kloppen.

Er zou een oorlog komen tussen de mensen en elfen. Eindelijk had de elfenkoning besloten terug te vechten, na alles wat de mensen hun hadden aangedaan. Het elfenleger moest echter wel sterker en groter worden, wilden ze een kans maken. Daarom waren alle jonge, sterke elfen verplicht om zich voor de volgende volle maan te melden in de hoofdstad van het elfenrijk, waar ook de legers getraind werden. Ze hadden dus ongeveer twee weken de tijd om de reis af te leggen, iets wat makkelijk haalbaar was. Toch was er iets wat Aaron nog blijer maakte; Aaron werd naar de frontlines gestuurd, recht het gevaar in. Eindelijk kon Aaron zich uitleven op de mensen die hij de schuld gaf van al het ongeluk in zijn leven. Aaron keek er naar uit om het leger in te moeten, hij was verblind door wraaklust en bloeddorst. 

Aaron bedacht zich dat hij al een hele tijd grijnzend de brief voor zijn neus gehouden had en dat zijn broer hem ook moest lezen. Zonder ook maar een woord te zeggen gaf hij de brief aan zijn broer en glipte hij langs de koerier, de trap op. Hij liep zijn kamer in, rekening houdend met zijn slapende moeder die in de kamer ernaast lag, en ging op zijn bed zitten. Hij wist dat hij de komende twee weken flink moest trainen, wilde hij het overleven bij de frontlines. Hij vroeg zich af of het ook bekend was dat hij helende krachten had, waarna hij meteen dacht van niet. Waarschijnlijk hadden ze hem dan in een eerste hulp tent geplaatst, ver weg van het gevaar. Aaron hoopte dat hij zijn krachten geheim kon houden. Hij ging liggen en sloot zijn ogen, luisterend naar de wilde geluiden van de storm buiten. Hij was benieuwd naar de reactie van Dae, die nu waarschijnlijk de brief al had doorgelezen. Hij was echter te moe om daar op te wachten. Misschien dat Dae straks ook wel naar hem toe zou komen, hoewel hij liever even alleen wilde zijn. Aaron wist niet hoe zijn broer erop zou reageren en het interesseerde hem ook niet echt, zolang hij er maar niet wakker van werd. 'Ik merk het vanzelf wel.' Mompelde de sadist tegen zichzelf terwijl hij merkte dat hij steeds meer zin had in de naderende oorlog. 
Plaats een reactie
Reageer
Om nieuwe berichten te laden: ingeschakeld
Eerste | Vorige | Pagina: