TheCrazyWriter schreef:
Stap voor stap liep ze over het pad dat verborgen was onder een hoop vochtige bladeren. Het had vannacht geregend en hard ook, want op sommige plekken in het bos was het een echte modderpoel geworden. Het meisje had alleen geen enkele moeite met de drassige grond en keer op keer zette ze geruisloos de ene voet voor de andere. Ze was niet te horen; voor een mens niet, maar ook de dieren in het bos hoorden haar niet zo stil was ze.
"Layla?!" Van heel ver weg klonk de schelle stem die ze meteen herkende. Het was haar moeder. Een droevige uitdrukking verscheen op haar gezicht bij de gedachte wat haar moeder zo aan zou treffen. Kon ze er maar wat aan doen. Kon ze de tijd maar terug draaien om het te voorkomen, maar dat kon niet. Het was al te laat. Het was al gebeurd en niemand kon er iets aan veranderen ook zij niet.
"Lieverd?! Ben je hier ergens?" De paniek in de stem van de vrouw was duidelijk te horen en het deed haar pijn wetend dat het allemaal door haar kwam. Zij was de schuldige, want zij had haar moeder alleen gelaten om zelf weg te kunnen gaan. Een egoïst was ze, maar dat was nou eenmaal hoe ze was. Het hoorde bij haar en ookal had ze het geprobeerd, het lukte haar niet het te veranderen... het kón gewoon niet. Zo was ze nou eenmaal.
Zonder dat ze het door had, was ze stil gaan staan vlakbij de plek waar het lag. Op dat moment wist ze al zeker dat haar moeder het niet aan zou kunnen om het te zien. Het was gewoon te erg... alleen de gedachte al. Ze had ook nooit zo stom moeten zijn, maar zo was ze nou eenmaal. Als ze van tevoren geweten had dat dit zou gebeuren dan had ze het zeker niet gedaan. Niemand zou het dan gedaan hebben, maar ze had het niet aan zien komen. Zij had het niet verwacht, maar haar moeder daarentegen was er al bang voor geweest en had dan ookal geprobeerd haar over te halen. Het was de koppigheid. De koppigheid zorgde ervoor dat het meisje niet toe had gegeven, iets dat ze beter wel had kunnen doen, want nu stond ze hier. Verloren.
Haar blik wendde ze af, omdat ze het gewoonweg niet aan kon zien. Het was al erg genoeg dat ze wist dat het zou gebeuren, maar het ook nog eens zien... dat kon ze niet aan. Het was gewoon onbeschrijvelijk, zo vreselijk en zo droevig. Ze voelde zich nutteloos, want ookal wilde ze het nog zo graag, ze kon de vrouw niet helpen. Ze kon niet troostend haar armen om haar moeder heen slaan. Ze kon geen troostende woorden toefluisteren of zeggen dat het wel goed zou komen. Het zou niet goed komen... nooit meer.
Het meisje wierp nog één laatste blik op haar huilende moeder waarna ze zich omdraaide en vertrok, haar moeder en dode lichaam achterlatend. Niets had ze hier nog te zoeken. Hier niet, maar ze wist waar wel. Ze zou degene vinden die zo laf was geweest om dit te doen, die zo laf was geweest om haar neer te steken met het mes dat nog steeds uit haar lichaam stak. Ze zou wraak nemen. Ze wist nog niet hoe, maar ze ging het hem betaald zetten... dat was zeker.