Abby liet haar potlood soepel over het papier glijden. Tekenen was als een tweede natuur voor haar, net zoals lezen, schrijven en schilderen. De beste plaats voor dat alles, vond ze, was het bos. Genesteld op een omgevallen boomstam en gewapend met een etui en schetsblok, bracht ze haar dagen door met tekenen. School vond ze niet belangrijk – al dacht haar moeder daar anders over.
Abby keek wantrouwig op haar horloge, waarvan bleek dat het iets over elven was. Waarschijnlijk had haar moeder naar haar school gebeld dat ze er – alweer – niet was. Abby maakte zich daar niet bepaald zorgen om. Als ze geschorst zou worden, zou dat alleen maar goed zijn, aangezien er geen enkele andere school in de buurt was.
‘Bijna klaar.’ Abby staarde naar haar tekening. Het voelde alsof er iets ontbrak, maar ze had geen idee wat. Zuchtend stond ze op en veegde haar broek af, en stopte haar spullen in het kleine rugzakje dat ze had meegenomen.
Doelloos begon ze recht vooruit te lopen. Ze had behoefte aan inspiratie, om verder te tekenen, om haar te helpen haar creativiteit en gevoelens te uiten. Het bos hielp haar ermee. De kalmte, de geluiden en de prachtige omgeving zorgden ervoor dat haar geest tot rust kwam, en plaats kon maken voor nieuwe ideeën.
Plotseling drong een scherpe geur Abby’s neus binnen. Ze stopte abrupt met lopen en keek schichtig om haar heen. De geur leek niet uit een specifieke richting te komen, maar op oriëntatiegevoel volgde Abby haar weg verder, met een kleine afbuiging naar links.
De geur werd sterker, de mist dikker. Er was geen geluid te horen behalve de voetstappen van Abigail, die, door nieuwsgierigheid gedreven, nog steeds vastberaden verder liep in de richting van de geur.
‘Holy crap.’ Het tafereel dat voor Abby’s ogen opdoemde was adembenemend. Vlammen rezen op van de bodem en likten aan de stammen van torenhoge bomen, en spreidden een lichtrode gloed uit. Bevend staarde ze naar de vlammen. Een beginnende bosbrand, maar al zo breed als het oog kon zien, zo hoog als een flatgebouw kon zijn. De bomen in dit bos stonden erom bekend dat ze hoog waren, maar dat besefte Abby pas goed toen ze haar blik omhoog liet glijden. Tot de topjes van de bomen waren de vlammen verspreid, het zicht op de lucht blokkerend.
Maar toch voelde Abigail geen echte angst. Het vuur leek te blijven waar het was, en zich niet verder uit te spreiden. In plaats daarvan was Abby verbijsterd door de schoonheid van het vuur. De kleuren die om de seconde wisselden, de vormen die de vlammen aannamen en de kleine vonkjes die magisch op de grond dwarrelden. Diep in haar hart borrelde een verlangen op. Dit beeld voor eeuwig vast te leggen op papier. Een ander stemmetje probeerde het verlangen te overstemmen, haar te overtuigen van dit alles weg te rennen en zichzelf in veiligheid te brengen.
Ze zeggen toch altijd dat je naar je hart moet luisteren?
Abigail nestelde zich op de koude bosgrond, een stuk van het vuur af. Ze ritste haar rugzak open en haalde de spullen er opnieuw uit. Glimlachend begon ze te schetsen. Hoewel het vuur continu van vorm veranderde, gaf dat juist een bijzonder effect. Door de vlammen in hun verschillende vormen te schetsen, op dezelfde plek, gaf het een gevoel van beweging, spanning, actie.
Ze werd opgeschrikt door een luide knal, uit de richting van het vuur. Ze had wel eens gehoord van de zuurstofopslag van de bomen, die onder de wortels zat. Als het heet was, kon dat exploderen. Pas toen kwam het eventuele risico tot Abby over. Twijfelend klapte ze haar schetsboek dicht en stopte de potloden terug in haar etui. Ze stond op en staarde nog een tijdje naar het vuur. Opeens weerklonk er een luid gekraak, dat het geruis van het vuur overstemde. Tegelijkertijd stak er een harde wind op. Honderden kleine vonkjes werden Abby’s richting in geblazen, en gillend dook ze in elkaar. Alsof er honderden kleine naaldjes in haar huid geprikt werden landden de vonkjes op haar huid en kleren, en ze bedekte haar hoofd en nek met haar armen.
‘Fuck!’ Ze schuifelde achteruit, maar een nieuwe windvlaag bracht weer een regen van vonkjes, en Abby beet hard op haar lip. Weer kraakte er iets onheilspellend. Ze trok haar armen weg in een poging te zien wat er gebeurde, maar plots kwam er een enorme schaduw vanaf boven op haar af. Toen wist ze zeker dat het voorbij was.
Abby gilde de longen uit haar lijf terwijl ze hulpeloos achteruit kroop. Met een harde klap kwam de boom op de grond, en ze had nog nooit harder geschreeuwd dan toen. De takken zwiepten als hete zwepen op haar lichaam en verspreidden het vuur op haar jasje en blouse. Het voelde alsof haar hele borst verschroeid was, verzwolgen door het vuur, zwartgeblakerd van de as. Toen voelde ze niets meer.
Abigail opende haar ogen. Haar hele lichaam stond in vuur en vlam, maar ze voelde niets. Geen hitte, geen pijn, maar ook geen angst. Ze had nooit geweten dat sterven vredig kon zijn.



0
0
0
0
Om mee te kunnen praten op het forum dien je ingelogd te zijn.Nog geen account? 


19