clairetie schreef:
Soms, dan word ik s'nachts Overvloeid door een warmte die me doet bloeden van binnen. Niet omdat ik honger heb, of naar de wc moet, of gevaar voel om me heen. Maar de dorst. De bloederige dorst, waar mijn lichaam zich tegen moet verzetten. De dorst die me even te veel werd. Want soms, soms is het niet te doen. Blake had me geleerd ermee om te gaan. In ruil er voor had ik hem geleerd te vechten, en zo min mogelijk op te vallen in het duister van de nacht. Ik wilde nooit een vampier worden, of mensen die niets fout hadden gedaan doden. Maar ik kon niet anders. Het had niet mogen gebeuren. Ik voelde mijn ogen branden, net als mijn keel. Alleen kon ik de pijn niet laten verdwijnen. ''Blake!'', ik schudde hem heen en weer want hij lag naast me op de koude vloer. Evenals Dave, maar ik hoorde dat hij gisteren al iemand te pakken had genomen en liet hem met rust. Ik schudde nog eens aan het gezicht van Blake waarna hij zijn ogen opende en me wazig aankeek. Hij vroeg wat er was, en waarom ik hem wakker maakte. Ik begreep hem wel want als vampier zijnde was het lastig om uit te rusten. We konden niet dromen, of in een volledige slaap keren. We konden alleen onze ogen sluiten en onze gedachten even uit zetten. Ik zag aan de ogen van Blake dat hij ook dorstig was. Ze waren niet vuurrood, maar mat. Mat van opgedroogd bloed. We probeerden het zo lang mogelijk uit te stellen, maar de pijn was ons altijd voor. ''We moeten gaan'', zei ik waarna hij knikte en zijn zwarte leren jas aantrok. We liepen door de gangen van de kelder naar boven en verlieten het huisje waar we met een groot deel van ons woonden. Buiten waaide het hard. Het zou wel koud zijn. Gelukkig kon ik geen kou of warmte voelen. Al miste ik dat gevoel wel. De enige bij wie ik nog een warmte voelde was Chleo. Chleo Saunders. Ik schudde de gedachte van me af en concentreerde me op de donkere lucht en de dode bomen die van de kou en de winter hun bladeren hadden verloren. Ik maakte contact met Blake zijn ogen, n we renden zo snel als we konden door het bos richting het centrum van Seattle. Toen we op het dak van een club stopte snoven we eens goed de lucht op. Hier beneden was een gevecht gaande. We zagen 2 meisjes door een man meegenomen worden. Dronken als een van de 2 was, zagen beide meisjes er niet uit. ''Zullen we?'', vroeg ik aan Blake die het teken gaf dat alles veilig was. We stormden af op de man en de 2 fragiele meisjes. Ik pakte de man van achteren in zijn nek vast en plantte mijn tanden vlak bij zijn halsslagader. Het bloed was vies, het smaakte naar nicotine en was beïnvloed door drugs en alcohol. De meisjes schrokken maar Blake had de eerste al leeggedronken toen hij de tweede beet pakte en op de grond duwde. ''Laat ...laat me met rust! Schreeuwde ze. Ik wilde het niet doen. We wilde het allebei niet. Maar ze had al te veel gezien. Ze was op de verkeerde plek op het verkeerde moment. Ik knikte naar Blake en ik wendde mijn gezicht af. Blake trok haar naar achteren en beet haar in haar nek. Later viel ze levenloos op de grond. Het brandende gevoel wat ik had was verdwenen en ik zag in Blake zijn ogen dat het bij hem ook verdwenen was. Gelukkig hadden we het goed getroffen. We hoefde vanavond geen nuttige zielen te doden. Waarschijnlijk was het voor de meisjes toch beter geweest dat ze nu al aan hun einde waren gekomen. We sleepten ze mee uit de steeg richting het meer, waar we onze slachtoffers altijd in moesten dumpen met een steekwond, alsof het een gevecht was geweest, en geen moord. We lieten ze in het water zakken op het midden van het meer. Ik keek recht in het gezicht van het meisje, het meisje waarvan haar familie en ouders zouden afvragen wat er met haar gebeurt was. Jaren zou er gezocht worden, maar niets gevonden worden. Ik was niet trots op mezelf, helemaal niet. Ik keerde mijn gezicht af met een schuldgevoel. Het achtervolgde me altijd, wanneer ik iemand moest doden. ''Laten we gaan'', zei ik tegen Blake waarna hij me geruststelde door te zeggen dat we nu in ieder geval veilig waren gesteld van dorst voor deze week. Deze week, tenminste.