schreef:
SoldToADemon schreef:
Pikabella schreef:
SoldToADemon schreef:
Plaats hier ik ben lui

Oke, een heeeeeeel lang stuk incoming

O god
Inleiding
Dit verhaal gaat over Iris (Latijns voor Regenboog). Ze was altijd vrolijk en deinsde niet terug voor avontuur .Tenminste, zo was het nadat ze haar eerste obstakel had overwonnen… Ze leefde in een andere wereld, maar verschilde niet veel van onze wereld. Ze had iets speciaals waarvan niemand, tot die ene dag, iets van wist. Zelfs zij wist er niks van, en jij, beste lezer, zal ook verstelt staan van het verhaal van Regenboog. Ga mee met haar avonturen en ontmoet haar speciale zwaard en de sjaal, die eerst gewoon leken…
Maar pas op, want als ze eenmaal klaar is om te vechten, kan je haar niet bedwingen. Wees dus voorzichtig en vooral… niet bang!
1 Het zwaard en de sjaal
Het was midden in de nacht, Iris rende zo snel ze kon over het plein. Ze kende het plein op haar duimpje, maar in haar paniek ging ze de verkeerde straat in. ,,O nee!” riep ze uit. Ze zat vast in het straatje, de donkere gestalte die haar had achtervolgd liep op haar geluid af. Hij pakte een mes van zijn hoed, waarvan Iris dacht dat het een simpele veer was, en gooide het mes naar haar toe. Even dacht ze dat het voorbij was. Maar toen… In een fractie van een seconde dacht ze aan het zwaard en de sjaal dat ze vannacht had gevonden naast haar. Ze raakte het zwaard aan en… Een visioen. Ze zag zichzelf, in precies dezelfde situatie als ze nu in zat. Ze had het zwaard en de sjaal voor de zekerheid onder haar jas verstopt en ging toen naar buiten. Ze liep rond in de straten en kreeg het gevoel dat ze bespied werd en ja hoor, iemand met een grote donkere hoed en jas rende in volle vaart achter haar aan… Poef! Haar gedachte werd onderbroken door het mes dat haar bijna geraakt had en in de muur was geknald. Haar laatste hoop was het zwaard. Ze viste het onder haar jas vandaan, maar… Het deed niks. Toen ze het had beetgepakt gaf het een gekleurd schijnsel af. Nu niks meer. Toen bedacht ze dat ze de sjaal om moest doen! Ze bond de sjaal om haar nek en ja hoor. Het zwaard begon dreigend te glimmen en hakte het mes precies in een rechte lijn door midden. Net voordat het mes het puntje van haar neus had aangeraakt. Maar de achtervolger liet zich niet stoppen en gooide de volle lading uit zijn jaszak. Maar Iris hakte met gemak, met een simpele zwaai, alle punten er af. Ze vatte al haar moed en liep naar de achtervolger, die versteend bleef staan. Ze prikte in zijn been, en gaf hem vervolgens een keiharde stoot met de zijkant van haar zwaard. Bewusteloos. Ze rende snel weer naar haar huis. Ze ging slapen, maar bleef visioenen krijgen van een meisje dat op haar leek, met hetzelfde zwaard en dezelfde sjaal, alleen andere kleren... Was zij dat?
De volgende ochtend raakte ze het zwaard aan, in de hoop dat ze een visioen zou krijgen. Eerst veranderden haar kleren. Precies zoals het meisje van vannacht in haar visioen. Daarna zag ze zag alleen het Noorderlicht. Daar had ze niks aan. Net toen ze het zwaard los wou laten, hoorde ze een stem. Ze zag het licht een figuur vormen en luisterde aandachtig. ,,Kom naar me toe...” zei de stem. Ze snapte er niks van, maar ze kreeg een gevoel dat ze met de sjaal en het zwaard onverslaanbaar was. Haar instinct zei: Niet overmoedig worden! Je hebt een zwaard en een sjaal. Wat dan nog? Ze negeerde haar instinct en liep naar de grote tuin. Ze besloot eerst te oefenen. Het ging tot haar grote verbazing heel simpel. Het zwaard gleed makkelijk door de metalen platen. Die ze, tot vandaag, nooit in de tuin had gevonden. Vreemd, maar toch wist ze dat er iets ‘normaals’ was. Ze snapte het niet, maar ging toch door. Toen ze zeker wist dat ze er klaar voor was, had ze geen idee wat ze allemaal kon. In plaats van de voordeur te nemen, wou ze dit keer wel over de schutting klimmen. Tot haar verbazing nam ze een sprong en ging er in een keer met een dubbele salto op. Ze schrok van zichzelf. Dat had ze nooit gekund. ,,Wacht eens even…” Zei ze zachtjes. ,,Ik heb dit altijd gekund, maar noot gedurfd.” Ze had inderdaad nooit genoeg zelfvertrouwen en moed gehad om dat te doen. Of lag het toch aan het zwaard en de sjaal? Om het te testen, sprong ze, behendig als een kat, eraf en legde het zwaard en de sjaal op een tafeltje. Alsof het zwaard wist van wie hij was, stopte hij met licht geven. Iris was ondertussen alweer op de schutting gesprongen. ,,Wauw, dit heb ik echt altijd al gekund…” zei ze met een glimlach op haar gezicht. Ze sprong eraf, en pakte het zwaard en de sjaal. Het zwaard reageerde op haar en begon weer te glimmen. En ook al was het windstil, de sjaal wapperde vrij als een vlag, zonder geluid.
2 Op naar het avontuur
Iris keek om haar heen en dacht even goed na waar ze als eerste heen zou gaan… Er was zo veel te zien dat ze nog nooit gezien had. Ze wou het liefste de snelste route nemen, maar aan de andere kant toch de ‘leukste’. Dus keek ze in het kristal in haar zwaard en zei: ,,O zwaard… Jij leeft niet, maar begrijpt mij wel... Welke kant zal ik nemen?” Het zwaard begon te glimmen en toen keek ze naar haar sjaal, die daarvoor naar het oosten wees, maar nu naar het westen, en het lag niet aan de wind. Dus ze ging die kant op. Het zwaard en de sjaal hadden haar begrepen, want diep van binnen wou ze avontuur op haar pad, en niet een lange wandeling.
In de verte hoorde Iris een vreemd gebrul. Ze volgde het geluid en na een tijdje zag ze een gigantische, knalrode draak. Het beest staarde haar aan, met zijn grote, gele, uitdagende ogen. Ze trok haar zwaard en de draak begon te brullen. Hij spuwde een gigantische vlam, waardoor Iris dacht dat het voorbij was voor haar. Maar nee. Ze hield het zwaard voor haar neus en zag dat het zwaard een soort schild maakte dat haar beschermde tegen de vlammen. Ze liep langzaam naar de draak en sloeg hem met de zijkant van haar zwaard neer. ,,Dat was makkelijk.” Maar de draak liet zich niet tegenhouden en beet bijna het zwaard stuk. Ze vatte moet en rende zo snel zo kon naar de draak en hakte in een klap zijn kop eraf. Ze had kunnen verwachten dat er twee terug groeiden. Nu deed de tweekoppige draak een mega vlammenwerper! Maar Iris wist dat ze het kon en sloeg zonder aarzeling de vlammen terug. Ze raakten de draak en hij plofte op de grond. Nu wist ze zeker dat het beest dood was. Snel rende ze verder. Na een tijdje zag ze de zee. Ze keek om zich heen, maar er leek geen andere manier dan zwemmen. Ze besloot er een nachtje over te slapen. Ze liep naar een grote boom, en sneed er een paar grote bladeren uit. Ze groef een kuil in het zand en legde de bladeren in. Ze bouwde van de overige bladeren een soort muurtje om het water tegen te houden.
Toen ze wakker werd, zag ze in de verte een soort eiland in het water drijven. ,,Dit was er gisteren toch niet, of ben ik nou gek?” zei ze. Het was inderdaad een drijvend eiland. Het was een stuk dichterbij gekomen, dus ze zwom erheen en klom erop. ,,Zo!” zei ze. ,,Een gratis lift!” Ze besloot een korte tocht te maken over het eilandje. Het stond vol bomen en struiken met eetbare bessen, dus plukte ze er een paar en deed ze in een grote, holle steen. Van wat bladeren maakte ze een soort tasje, en deed alle het ‘interessante’ wat ze vond erin. Na een tijdje zag ze een groot bos verschijnen. Ze sprong in het water en zwom er heen. Ze hoorde wat geritsel tussen de bosjes en riep toen lachend: ,,Kom maar tevoorschijn, ik heb jullie al gehoord!” Uit de bosjes kwamen een grote groep ninja’s. ,,Ninja’s? Heel origineel.” Zei ze lachend. Ze trok haar zwaard, maar zodra ze een ninja aanraakte, verdween hij en kwam ergens anders weer tevoorschijn. In de schaduw werden ze onzichtbaar. ,,Oh, ik snap het al, schaduw ninja’s!” riep ze. In de schaduw verdwenen ze niet echt, maar omdat ze dezelfde kleur hadden als de schaduw, leek het of ze weg waren. Zodra er eentje in de schaduw was, pakte ze een hard besje uit haar ‘tasje’ en gooide het tegen hem aan. Raak! Ze bleef besjes gooien, tot ze allemaal weg waren. De overige besjes at ze op, terwijl ze fluitend het bos in liep. Maar uit het niets kwam een ninja tevoorschijn. Hij spoot traangas in haar ogen en sloeg haar neer. Alles werd zwart voor haar ogen en ze viel bewusteloos op de grond.
3 Gevangen
Toen Iris wakker werd, zat ze vast aan een grote paal. Hoe lang was ze bewusteloos geweest? Ze zocht naar haar zwaard, en tot haar grote verbazing zat het zwaard nog gewoon in de schede. ,,Handige ninja’s, maar niet heus.” Fluisterde ze tegen zichzelf. Het zwaard ging makkelijk mee een sneed het touw om haar armen los. Toen al het touw los was, keek ze om zich heen. Het leek op een metalen cel. Ach, daar snijd ik wel even door heen, dacht ze. Maar het was een ander soort metaal dan ze dacht. Zodra ze er doorheen sneed, ‘groeide’ het meteen weer terug. Ze bleef maar slaan, maar ze kreeg geen uitgang waar ze doorheen zou passen. Maar uit een hoekje zag ze een beetje licht. Een doorgang! Ze liep erheen, sloeg er tegenaan met haar zwaard, en kroop snel door de opening. Waar was ze nu weer? In het midden stond een gigantisch beeld, met een vlam in zijn handen. De vlam verlichtte de hele ruimte. Ze liep naar het beeld, maar de vlam ging uit en viel door een luik in de grond. Het leek eeuwig te duren voordat ze weer op de grond was, maar onder zich zag ze een beetje licht. Ze ging in een andere houding zodat ze sneller zou vallen. Na een tijdje was ze in het zand geland. Precies dezelfde plek waar ze uit het water was gekomen. In de verte zag ze iets glimmen. Ze besloot naar het licht toe te gaan. Ze volgde een lang stenen paadje. Ze zag een klein, lichtgevend vogeltje. Het leek op een kolibrie, maar had toch een kleine snavel. De gekleurde veertjes bleken van metaal te zijn, maar waren letterlijk zo licht als een veertje. Het vogeltje keek haar onderzoekend aan en fladderde langzaam naar haar toe. ,,Eh… Hoi.” Zei ze tegen het kleine vogeltje. ,,Hee, kom terug!” riep een stem in de verte. Even later zag Iris een meisje met korte, goudblonde haren. ,,Is dit vogeltje van jou?” vroeg Iris aan het meisje. ,,Ja, dit is Lux! Hij is alleen erg ondeugend…” Het vogeltje ging op het haar schouder zitten en tjirpte wat. ,,Ik ben Robinus. Maar meestal noemen ze me Robin. Ik zorg voor deze soort vogels. Het zijn regenboogvogels.” Het vogeltje tjirpte weer. ,,Ik ben Iris, ik ben op reis. En ik heb ook het idee dat Lux mee wil gaan.” Het vogeltje knikte. ,,Ja, hij verveeld zich nogal hier.” antwoordde het meisje. ,,Hij mag wel mee met jou hoor, als je maar voorzichtig doet.” Het vogeltje was door de dolle heen en vloog meteen naar Iris. ,,Nou, dat is opgelost.” Antwoordde Robin lachend. ,,Ik moet weer gaan, denk ik.” Zei Iris. ,,Toe, kom even een nachtje bij mij logeren.” Zei Robin. Ze wees in de verte naar een soort veldje met wat huisjes. Ze liepen er naar toe. ,,Zeg, hoe houdt je alle vogels uit elkaar, ik bedoel, het zijn er ook zo veel…” vroeg Iris. ,,Ik geef ze echt niet allemaal namen hoor. Ik herken Lux omdat hij de langste staart heeft.” Lux zette trots zijn staartveren op. Na een tijdje kwamen ze bij het huisje. Het was groter dan Iris verwachtte. Lux vloog naar een klein boompje en ging slapen. Robin wees naar een kamer. ,,Hier slaap jij.” Iris was verbaasd hoe groot de kamer eigenlijk was. Robin schrok toen ze zag dat Iris een zwaard had, maar zei niks en ging snel naar haar kamer.
Iris had de hele nacht heerlijk geslapen en zat nu te ontbijten met Robin. Er stond van alles op tafel. Bessen, brood, fruit, sap. Van alles en nog wat. Robin zat zenuwachtig op een stukje appel te knabbelen. Ze was bang dat Iris iets zou doen met het zwaard en vroeg toen: ,,Waarvoor is dat zwaard?” Iris zweeg even maar zei toen: ,,Dit is een heel bijzonder zwaard, het heeft al meerdere keren mijn leven gered en…” Iris kon even niks uitbrengen maar ging daarna weer verder met praten. ,,Het is betoverd denk ik. Toen ik het voor de eerste keer aanraakte, kreeg ik een visioen.” Robin schrok even bij het woord betoverd en zei toen, met duidelijke angst in haar stem: ,,Je gaat hopelijk niks doen met dat zwaard, toch?” Iris dacht even na over hoe ze het zou kunnen uitleggen maar zei toen: ,,Laten we het houden op dat ik het hier niet nodig heb.” Robin slaakte een zucht van verlichting. Ze keek nog snel naar het zwaard, maar veranderde meteen van onderwerp: ,,Ik wil je wat vragen…” Iris knikte, als een teken van ‘zeg het maar’. ,,Ik…Ik…” Robin stotterde en kon even niks uitbrengen, maar zei toen in een keer: ,,Ik wil graag met je mee op reis! Ik moet en zal de wereld ontdekken!” Iris zei meteen: ,,Tuurlijk!” Robin was verbaast van dat antwoord. ,,Zo makkelijk? Ik had wat anders verwacht…” Iris lachte, terwijl Robin de tafel afruimde.
4 De waterval
Iris en Robin besloten een wandeling te maken door het bos. Het was mooi zonnig en warm. Ze plukten ondertussen wat appels en stopten na een tijdje. Robin wees naar een boom. Ze klom er behendig in, en liet vervolgens een touwladder naar beneden vallen. Iris klom omhoog en zag Robin met een kleine boog staan. Ze viste een splinter tussen de houten planken van de hut, gooide hem omhoog en schoot een pijl. Iris was net op tijd aan de kant gesprongen, of de pijl zou in haar geraakt hebben. Maar de splinter zat in de muur, precies geraakt met de pijl. Robin kon boogschieten. Robin glimlachte en zei: ,,Zo pluk ik bessen waar ik niet bij kan.” Ze keek uit het raam en wees naar een waterval. ,,Zie je die waterval? Daar gaan we heen. Ik hoor de laatste tijd vreemde geluiden in de buurt van de waterval. Volgens mij is daar iets…” Iris knikte. Robin deed een koker met pijlen en de boog op haar rug en viste vanuit het raam een lange liaan en zei: ,,Hou je vast. Dit is de snelste route.” Iris klemde haar handen om de liaan en sprong met grote vaart uit het raam. Met Robin direct erachteraan. Na een tijdje riep Robin: ,,Spring!” Iris sprong behendig van de liaan en landde keurig op haar ‘pootjes’. Robin was tijdens het roepen vergeten om er zelf af te springen, dus ze was zo ondertussen al bijna tegen een boom geknald, totdat de liaan scheurde en vlak voor de boom op Iris landde. Beiden hadden ze keihard gelachen. Toen ze uitgelachen waren, hoorden ze iemand roepen. Ze renden snel naar de waterval. Iris sprong dwars door de waterval en riep vanachter de waterval: ,,Er is hier een lange gang! Kom snel!” Robin sprong ook door de waterval. Ze liepen de donkere gang in. Ze hoorden na een tijdje weer dezelfde stem roepen. Ze renden op de tast naar het geluid. Het geluid was niet ver. Na een tijdje kwamen ze in een grote ruimte. Maar op de grond, in het midden van de ruimte… Er lag een jongen op de grond. Hij had zwarte haren die hij half over zijn gezicht had gekamd met op de punten een rode kleur, een pet een donkere broek en een vest. Robin pakte een stok en prikte ermee in zijn arm. De jongen liet een klagelijke kreun horen. Dit betekende wel dat hij bij bewustzijn was. Maar ze kregen hem niet wakker. Maar toen gebeurde iets wat ook niet zo leuk was. De muren en het plafond begonnen te schudden. Ze moesten snel wat doen. Ze konden hem niet daar laten liggen. Ze wisselden een blik van verstandhouding en tilden hem op. Ze renden snel terug naar de plek waar ze naar binnen waren gekomen. Ze renden snel naar het huis van Robin. Ze legden hem op de bank neer. Hij leek nog steeds te slapen.
Langzaam deed de jongen zijn ogen open. Robin en Iris hadden de hele tijd staan afwachten tot hij wakker zou worden. Hij vloog in een keer overeind en pakte zijn zwaarden uit de schede op zijn rug. Hij riep: ,,Waar ben ik!” Iris liep langzaam naar hem toe, maar net toen ze wat wou zeggen, zakte hij in elkaar. Na een tijdje kwam hij weer bij. Iris en Robin keken bezorgd naar zijn linkerarm. Er zat een flinke wond op zijn schouder. Hij keek met een vreemde blik naar Iris, alsof hij wou zeggen: ,,Is er wat?” Langzaam krabbelde hij overeind. Hij leek erg uitgeput. Hij vroeg: ,,Waar ben ik? Wat doe ik hier?” Iris zei tegen Robin dat ze wat eten moest gaan halen. ,,Ik ben Iris. Je bent in de hut van Robin. Je lag bewusteloos op de grond in de grot achter de waterval.” Robin haastte zich naar de keuken. ,,Ik ben Rendai. Ik ben lang geleden achtergelaten in het bos. Ik heb Robin regelmatig bessen zien plukken in het bos.” Iris leek verbaasd. ,,Hoe weet je dat ze Robin heet?” Hij liet zich een klein lachje ontglippen. ,,Ik heb jullie een soort van… Bespied…” Gelukkig moest Iris er een beetje om lachen. ,,Eens kijken wat ik allemaal heb voor Rendai.” Riep Robin opeens. ,,Appels, brood en boterkoekjes.” Rendai keek verrast naar het eten en zei: ,,Allemaal voor mij?” Iris en Robin knikten.
Echt zo lang he?