Marja schreef:
Wout schreef:
Marja schreef:
SoldToADemon schreef:
Ik voelde me aangesproken door dit topic.
Deed jij mee met de schrijfwedstrijd dan?HUH
Ja ahahahah, maar ik was vrijwillig gestopt toen we dat verhaal met die videoclip/lyrics moesten maken. School deed nogal vervelend. :c
Dit waren mijn inzendingen:
Inschrijfronde: Daar zit ze, helemaal alleen in een donkere kamer. Het is koud, griezelig en eenzaam. Maar dat vindt ze niet erg. Ze houdt ervan om allen te zijn, gewoon helemaal alleen zonder iemand om haar heen. Niemand hoeft haar problemen te weten, het gaat niemand iets aan wat er in haar hoofd omgaat, maar ook niemand mag het weten. Niemand mag weten hoe ze zich werkelijk voelt, niemand mag weten dat ze van binnen al lang niet meer dezelfde is. Ze heeft een masker vast, een masker met een glimlach erop. Het masker verschuilt de pijn die zij heeft, de pijn die niemand ziet, de pijn die niemand mag zien. Het masker gaat alleen af als ze alleen is, gewoon helemaal alleen. Dan kan ze zichzelf zijn, dan hoeft ze niet vrolijk te zijn, dan mag ze tonen wie zij is.
Er ligt een mesje op de grond, ze kijkt ernaar en sluit haar ogen als ze het mesje oppakt. Ze wil het mesje weer terug leggen, terug op de grond, maar er zit alweer een snee op haar arm. Er rolt een traan over haar wang, een traan van pijn. Waarom kan ze niet stoppen! Waarom gaat ze steeds weer door. Nooit weer zou ze dit doen zei ze de vorige keer en dan gebeurd het weer, steeds opnieuw en opnieuw en opnieuw, er komt geen einde aan.
Ze laat het mesje vallen, het geklingel van het ijzer op de stenen vloer echot door de kamer. De muren, ze bewegen en de deur, die is verdwenen. Ze raakt in paniek, hoe komt ze hier weg, hoe zorgt ze ervoor dat de muren haar niet pletten. Ze duwt tegen de muur in de hoop dat die niet dichterbij komt. Het helpt niet, de muren blijven dichterbij komen. Het wordt zwart in de kamer. Ze valt, de grond zakt onder haar voeten vandaan. Weg is haar hoop, weg is haar masker, weg is alles wat ze had. Ze valt en valt en valt, nooit lijkt er een einde aan te komen, het voelt alsof ze in een oneindig diepe put valt waar ze niet meer uit kan komen. Ze draait rond, in de hoop iets te zien. Maar het enige wat ze ziet is het kleine lampje in de kamer dat steeds kleiner en kleiner wordt tot het verdwijnt. Het is nu helemaal zwart om haar, niks ziet ze, niks voelt ze. Alleen de pijn aan haar pols voelt ze, de snee die daar zit, er komt bloed uit. Met haar hand probeert ze het bloed tegen te houden, het lukt, het bloed stolt, maar nog steeds valt ze in die put, die put waar geen einde aan lijkt te komen.
Ronde 1:
Ik open mijn ogen weer, hoopvol dat ik hier weg zou zijn. Maar nee, nog steeds ben ik omringt door bomen en duisternis. Ik hoor iets, een raar geluid. Ik kijk verschrikt om maar zie niks. Weer hoor ik iets, nu van een andere kant. Ik kijk angstig, met grote ogen, om me heen. Opzoek naar een uitweg, opzoek naar een veilige plek. Een plek waar de zon schijnt, waar mijn ouders zijn. Ik loop langzaam wat naar achteren als ik een groot beest naar mij toe zie lopen. Ik slik en sta tegen een boom aan. Dan stopt het beest en loopt weg. Ik geef een zucht van verlichting en kijk omhoog, recht in het gezicht van een wolf. Ik houd mijn adem in en durf niet te bewegen. Ik vol een traan opkomen en bijt op mijn lip om hem tegen te houden. Waarom zat ik hier nou, waarom ik! Ik laat me langzaam langs de boom naar beneden zakken. Die wolf kan me niks meer schelen, als hij mij nu verslond was ik er maar vanaf. Ik snik zachtjes en voel dat er iets of iemand naast mij komt zitten. Ik durf niet op te kijken en voel dan een hoofd op mijn knieën. Ik schrik er een beetje van, want het is de wolf, hij is naast mij komen zitten en kijk mij met puppy ogen aan. Ik glimlach even en geef hem een aai over zijn hoofd. Er valt een traan op zijn snuit waarna hij mijn tranen op gaat likken. Het kietelt, dus ik moet weer lachen. Ik draai mijn hoofd een beetje en duw de wolf dan wat weg. Ik veeg mijn gezicht schoon en zie de wolf dan huilend naar achter lopen, alsof hij bang is, heel erg bang. Ik schrik ervan en draai me voorzichtig om, ik stond oog in oog met, met iets, ik had geen idee wat het was. Ik kijk het ding met grote ogen aan en zet een stap naar achteren.
En naja, voor ronde 2 heb ik nooit wat geschreven i.v.m. tijdsgebrek. :c