
Om mee te kunnen praten op het forum dien je ingelogd te zijn.Nog geen account? Klik hier om een gratis account aan te maken.
ORPG, gedichten en schrijvers < Virtual Popstar Eerste | Vorige | Pagina: | Volgende | Laatste
17
20
17
20
17
20
20
17
De uitdrukking ‘stilte voor de storm’ ken ik maar al te goed. Ik heb die stilte, maar ook de storm zo vaak mee gemaakt. Het waren eerst maar zwakke windstoten, maar nu zijn het zo ongeveer tropische orkanen, om het maar zo even te zeggen.
Laat ik maar bij het begin beginnen.
Het begon allemaal in de eerste klas. Ik was een klein, vrolijke dametje die vol was van enthousiasme en ook aardig wat zelfvertrouwen. Mensen vonden dat niets, dus ze lieten me links liggen. Ik begon aan mezelf te twijfelen, deed ik soms iets verkeerd? Het enthousiasme hield ik meer voor mezelf en dat merkte ze op. Het maakte iets bij ze los, het zorgde ervoor dat hun woede op mij af werd gereageerd. Blijkbaar was ik toen een makkelijk doelwit. Mijn zelfvertrouwen werd al snel veel minder en ik trok me altijd terug. Helaas was dit niet de juiste zet, want dat maakte het gepest tot wat het nu was.
Het was rustig, het enige geluid wat klonk waren pennen die op papier krabbelde, met af en toe een kuchje tussendoor. Mevrouw Reickwal stond op, zette haar rode brilletje goed en liep het lokaal uit. Als zij het lokaal uit ging, bleef ze altijd lang weg.
Geschuif van stoelen was te horen in heel het lokaal, maar ik deed alsof ik niets hoorde. Ik deed alsof er niets aan de hand was, maar de zweetdruppeltjes op mijn voorhoofd verraadden me. Natuurlijk wist ik wat er ging gebeuren.
Mijn hoofd werd met een flinke ruk omhoog getrokken, aan mijn haar, zodat ik de grootste pester in zijn ogen keek. Hij nam de moeite niet om mij zijn naam te vertellen en ik had het lef niet meer om hem zijn naam te vragen.
‘’Probeerde je me te negeren? Je weet dat ik dat niet leuk vind.’’ zei hij en al gauw liep er een beetje spuug over mijn wang. De vernedering was altijd de eerste stap en het was ook nog eens de minst erge stap. Dit was nog niets in vergelijking wat ik al mee had gemaakt. Al gauw daarna ontving ik een harde klap en werd mijn wang rood, maar ik gaf geen kick. Het maakte niet uit wat ik zou doen, ze gingen toch wel door.
Er was een luide bonk te horen. Ze hadden me op de grond gegooid en natuurlijk ontmoette mijn hoofd de smerige lokaalvloer. Vanuit deze positie zag ik alle kauwgomplekken onder de tafels. Mijn hoofd bonkte, ik had al hoofdpijn maar nu was het alleen maar erger geworden. ‘’Je bent een nietsnut, niemand mag je! Je kan beter dood zijn, dan zijn we tenminste van je af. Dan kan de wereld gelukkig verder!’’ zongen ze de hele tijd. Ik drukte mijn handen tegen mijn oren aan. Het gezang maakte me gek! Ze zongen het altijd, maar nu leek alles veel erger te zijn. Alles begon voor mijn ogen te draaien, mijn hart klopte in mijn keel en ik begon te trillen. Ik kon dit niet meer aan! Ik werd gek! Er klonk gegil, maar ik had niet door dat ik diegene was die gilde. Wat ik wel voelde waren de vele trappen die ik ontving, op ieder plekje op mijn lichaam. Zonder dat ik er de controle over had, sprong ik overeind en probeerde ik met al mijn kracht iedereen opzij te duwen. Ze lieten me er niet door, ik werd terug gegooid. Het gezang werd harder, net zoals de trappen en het gespuug. Een nieuwe poging van mij om te ontsnappen, die wel lukte. Ik rende de straat op, zag de vrachtwagen niet aankomen en toen…
Toen was alles opeens stil. Het was zo rustig en vredig. Het maakte me niet eens uit wat er was gebeurd. Was het gepest dan eindelijk afgelopen?
20
De uitdrukking ‘stilte voor de storm’ ken ik maar al te goed. Ik heb die stilte, maar ook de storm zo vaak mee gemaakt. Het waren eerst maar zwakke windstoten, maar nu zijn het zo ongeveer tropische orkanen, om het maar zo even te zeggen.
Laat ik maar bij het begin beginnen.
Het begon allemaal in de eerste klas. Ik was een klein, vrolijke dametje die vol was van enthousiasme en ook aardig wat zelfvertrouwen. Mensen vonden dat niets, dus ze lieten me links liggen. Ik begon aan mezelf te twijfelen, deed ik soms iets verkeerd? Het enthousiasme hield ik meer voor mezelf en dat merkte ze op. Het maakte iets bij ze los, het zorgde ervoor dat hun woede op mij af werd gereageerd. Blijkbaar was ik toen een makkelijk doelwit. Mijn zelfvertrouwen werd al snel veel minder en ik trok me altijd terug. Helaas was dit niet de juiste zet, want dat maakte het gepest tot wat het nu was.
Het was rustig, het enige geluid wat klonk waren pennen die op papier krabbelde, met af en toe een kuchje tussendoor. Mevrouw Reickwal stond op, zette haar rode brilletje goed en liep het lokaal uit. Als zij het lokaal uit ging, bleef ze altijd lang weg.
Geschuif van stoelen was te horen in heel het lokaal, maar ik deed alsof ik niets hoorde. Ik deed alsof er niets aan de hand was, maar de zweetdruppeltjes op mijn voorhoofd verraadden me. Natuurlijk wist ik wat er ging gebeuren.
Mijn hoofd werd met een flinke ruk omhoog getrokken, aan mijn haar, zodat ik de grootste pester in zijn ogen keek. Hij nam de moeite niet om mij zijn naam te vertellen en ik had het lef niet meer om hem zijn naam te vragen.
‘’Probeerde je me te negeren? Je weet dat ik dat niet leuk vind.’’ zei hij en al gauw liep er een beetje spuug over mijn wang. De vernedering was altijd de eerste stap en het was ook nog eens de minst erge stap. Dit was nog niets in vergelijking wat ik al mee had gemaakt. Al gauw daarna ontving ik een harde klap en werd mijn wang rood, maar ik gaf geen kick. Het maakte niet uit wat ik zou doen, ze gingen toch wel door.
Er was een luide bonk te horen. Ze hadden me op de grond gegooid en natuurlijk ontmoette mijn hoofd de smerige lokaalvloer. Vanuit deze positie zag ik alle kauwgomplekken onder de tafels. Mijn hoofd bonkte, ik had al hoofdpijn maar nu was het alleen maar erger geworden. ‘’Je bent een nietsnut, niemand mag je! Je kan beter dood zijn, dan zijn we tenminste van je af. Dan kan de wereld gelukkig verder!’’ zongen ze de hele tijd. Ik drukte mijn handen tegen mijn oren aan. Het gezang maakte me gek! Ze zongen het altijd, maar nu leek alles veel erger te zijn. Alles begon voor mijn ogen te draaien, mijn hart klopte in mijn keel en ik begon te trillen. Ik kon dit niet meer aan! Ik werd gek! Er klonk gegil, maar ik had niet door dat ik diegene was die gilde. Wat ik wel voelde waren de vele trappen die ik ontving, op ieder plekje op mijn lichaam. Zonder dat ik er de controle over had, sprong ik overeind en probeerde ik met al mijn kracht iedereen opzij te duwen. Ze lieten me er niet door, ik werd terug gegooid. Het gezang werd harder, net zoals de trappen en het gespuug. Een nieuwe poging van mij om te ontsnappen, die wel lukte. Ik rende de straat op, zag de vrachtwagen niet aankomen en toen…
Toen was alles opeens stil. Het was zo rustig en vredig. Het maakte me niet eens uit wat er was gebeurd. Was het gepest dan eindelijk afgelopen?
20
17
20
17
17
18
Om nieuwe berichten te laden: ingeschakeld
