Envy schreef:
Whoopwhoop, de verbeterde versie (met nog meer woorden, heeft Elke nog meer te lezen!
)
Lichte dauwdruppels lagen als doorzichtige kussentjes op de kwetsbare planten die wonder bij wonder de koude nacht overleeft hadden. In de verte begonnen een aantal vogels zachtjes hun vrolijke lied te zingen terwijl de zon hoger en hoger aan de horizon klom. Het huis was tegenwoordig stil rond deze tijd van de dag. De jonge vrouw was nog niet opgestaan en de kleine handjes en voetjes die normaal zo veel lawaai maakten dat ze vrolijk opstond waren er die dag niet. Het gefluit van de vogels stierf af toen de tijd wat verder kroop en het leven op de grond in beweging kwam. Auto's begonnen te rijden en de wegens raakten al snel zo vol dat het verkeer stil stond. In het huis was het nog steeds stil. De jonge vrouw opende met veel tegenzin haar ogen toen ze besefte dat het niet zou veranderen en het stil zou blijven totdat zij zelf geluid maakte. Ondanks dat ze wist dat ze verder moest vond ze de stilte wel fijn en aanlokkelijk. Geen geluiden, alsof de wereld even stilstond of zelfs de tijd terug zou draaiden. Ze wist echter zelf ook wel dat dit niet het geval was en dat ze de harde werkelijkheid onder ogen moest nemen, dus ook de pijn die daar samen mee kwam. Aan de andere kant van de stad lag een klein kerkhof die enkel nog bezocht werd door jonge mensen die hun ouders mistten. Een maand eerder was er een graf bij gekomen. De wens van elke ouder is hun kind oud zien worden en zelf als eerste sterven. Geen enkele ouder wil hun kind verliezen. De pijn was ondragelijk, de stille en gevoelloze dromen door de medicatie een opluchting. Wat ze ook deed, waar ze ook naar keek, alles herinnerde haar aan haar zoon. Zijn lach echode door het huis en bleef de wonden in haar ziel openen. De tranen wouden niet stoppen ondanks dat haar ogen uitgedroogd waren. Al die jaren dat ze zo haar best had gedaan als alleenstaande moeder, alle momenten met haar zoon en elke traan die ze van zijn wang had gekust waren door een enkele auto vernietigd. Haar herinneringen en foto's waren niet genoeg, ze wou hem kunnen aanraken en over zijn zachte wang strelen. Ze wou alles weer zien van hem, elk kleine detail nogmaals in haar opnemen. De manier waarop zijn haren altijd zo warrig en losjes rond zijn hoofd hadden bewogen, de kleine moedervlek naast zijn oor en de sproeten op zijn neus: alles lag nu onder de koude grond te vergaan zonder dat zij er iets aan kon doen. Nog nooit had ze zich zo machteloos gevoeld. Ze vroeg zich af of ze zich altijd zo verloren zou voelen, alsof een stuk van haar eigen ziel samen met hem was begraven toen hij stierf. Ze gaf zichzelf de schuld van het ongeluk, alsof zij degene was die haar eigen zoon had aangereden. De kleine dingen die haar normaal zoveel plezier hadden gedaan leken nu kleurloos en leeg, het maakte bijna geen enkele emotie meer bij haar los. Het was alsof ze een masker op had gezet die haar gezicht constant verborg. Het enige wat nog te zien was bij haar was haar verdriet en de opgedroogde tranen op haar kussen. Ze wou dat ze alles kon vergeten alsof het niet gebeurd was, alsof ze nooit een zoon had gehad en alsof haar hart niet gebroken was. Ze wou dat zijn geest haar met rust kon laten. Ze wou sterk zijn maar voelde zich zo zwak, zo alleen. De begrafenis was een hel voor haar geweest, samen met haar ex-man had ze bij de kist gestaan van hun zoontje, een scenario die niemand wil meemaken. Zonder er bij na te denken stapte ze in haar grijze pyjama de auto in en reed ze naar het kerkhof. De auto remde zodra ze bij de parkeerplaats aan was gekomen en de deur vloog open. Op blote voeten en met haar blonde haren wapperend in de wind rende ze het terrein op, zoekend naar die ene steen. Haar ogen hadden hem al snel gevonden en al snel stond ze voor het graf. Ze liet zichzelf op haar knieën vallen waardoor haar pyjama onder de modder kwam te zitten. Haar voeten lagen open door de harde stenen maar ze negeerde de fysieke pijn, de mentale pijn had al haar aandacht al. Ze sprak geen woord tegen de steen, ze wist namelijk dat haar zoon nooit meer iets terug zou kunnen zeggen. Kijkend naar de steen begonnen haar ogen weer wazig te worden en tranen stroomden als een waterval naar beneden, op dit moment besefte ze dat wat ze ook deed, ze kwam hier nooit meer overheen. Het verlies van haar zoon zou voor altijd bij haar blijven, vastgeplakt aan haar eigen lichaam en geest. Waar ze ook ging, wat ze ook deed, je kwam nooit over zo'n verlies heen. Haar handen begonnen te trillen en ze klemde haar koude vingers stevig om de steen heen totdat haar knokkels wit werden. Ze had zo veel van hem gehouden. Ze hield nog steeds zielsveel van hem. En terwijl de lucht donkerder werd en de grijze wolken begonnen te rommelen stelde ze zichzelf die ene vraag die iedereen zou stellen in deze situatie.Waarom was zij niet degene geweest die gestorven was?
Een wolk brak en de hemel huilde met haar mee.