
Om mee te kunnen praten op het forum dien je ingelogd te zijn.Nog geen account? Klik hier om een gratis account aan te maken.
ORPG, gedichten en schrijvers < Virtual Popstar
18
Selvyn wist niet hoe snel hij naar huis moest rennen. De drukke straten in het centrum van New York waar hij woonde, waren nu bedekt met natte plassen van de regen, die met pijpenstelen naar beneden goot. De wind blies de regen hard tegen zijn lichaam en zijn kleding was al volledig doorweekt, terwijl het stuk tussen zijn universiteit en het appartement waar hij woonde, helemaal niet zo ver lopen was. De regen was niet hetgeen wat zijn benen zo snel deed rennen. Dat was het nieuws wat hij te horen had gekregen op de universiteit.
De laatste paar maanden was het al volop in het nieuws geweest. Het virus waar niemand van had verwacht dat het ooit echt zou bestaan. Er waren miljoenen films over gemaakt, mensen hadden er bespottelijke grappen over gemaakt, maar nu was het de realiteit geworden. Een virus dat een mens kon veranderen in een levende dode: een zombie. In eerste instantie had Selvyn moeten lachen toen hij het nieuws had gehoord, een paar maanden terug. Wie geloofde dat nou? Een virus dat een mens kon veranderen in een levende dode. Lichamelijk aanwezig, maar mentaal was alles weggevaagd. Het enige wat er nog over was, was een verlangen naar bloed. En alles wat op het internet had gestaan, of in de kranten, was waar geweest. Er waren steeds meer bewijzen gekomen. Foto’s van de zombies, onverklaarbaar veel doden, maar nog erger: het virus verspreidde zich en snel ook. Het was begonnen in Michigan, maar net had hij op school een nieuwsbericht gekregen dat het zich zo snel had verspreid, dat het virus ook in de staat, en stad, New York aan was gekomen. Het virus was in zíjn stad. Ze hadden op de universiteit duidelijke instructies gekregen. Binnen blijven, ramen en deuren op slot. Dat Selvyn in de regen rende, gaf wel aan dat hij zich niet aan die regels had gehouden.
Zijn adem kwam steeds hoger te zitten en hij voelde zijn hart kloppen in zijn keel, maar hij moest naar zijn appartement, die hij samen met zijn vriendin deelde. Hij wist niet wat er zou gebeuren en ondanks dat hij niet het soort persoon was die zijn angsten toegaf, was hij nu toch bang. Bang dat als hij het appartement binnen zou lopen, hij zijn vriendin niet meer zou zien, of nog erger: dat het virus haar al had bereikt in de paar kleine uurtjes dat hij naar school was gegaan.
18
18Hijgend rende Selvyn het appartementencomplex binnen. Het was een oud, gerenoveerd huis. Boven en beneden waren appartementen gemaakt voor studenten zoals hij. Het zag er redelijk schoon uit, maar de witte muren waren een beetje vergeeld en zo nu en dan hing er een geur van een verbande pizza in de gangen, maar het was een prima huis. De eerste keer dat hij er was geweest, om te kijken naar het appartement, samen met zijn vriendin Layla, had hij het niet meteen geweldig gevonden, maar het appartement zelf was prima geweest. Een slaapkamer, badkamer en een woonkamer waar ook een keuken bij zat. Heel groot was het niet, maar het was groot genoeg voor hem en voor zijn vriendin. Ze hadden het altijd prima gehad hier. Nog steeds eigenlijk. Ze genoten iedere dag van hun eigen plekje samen, ondanks dat er steeds meer aan de hand was in de wereld. Soms was het gewoon hun plekje, waar ze zich terug hadden kunnen trekken van alles, zo ook van alles wat er momenteel aan de hand was, maar dat was ook makkelijker geweest toen het nog niet in de buurt was geweest. Dat was het nu wel.
Hij rende de trappen op, naar het appartement op de zolder van het huis. Met veel moeite en gedoe kreeg hij zijn sleutel in het sleutelgat en hij duwde de deur open. Zijn ogen schoten rond de woonkamer, maar hij zag zijn vriendin er niet zitten. Ze was nergens te bekennen en dat zorgde er voor dat zijn hart nog harder begon te kloppen, al had hij gedacht dat het niet mogelijk was.
‘Layla?!’ riep hij door het appartement en hij rende naar de slaapkamer, waar hij de deur open trok. Niets. Het was precies zoals hij het achter had gelaten vanochtend. Ook de badkamer was leeg, wat betekende dat ze niet hier was, maar als ze niet hier was, waar was ze dan wel?
Selvyn liep terug en liet zich op de bank zakken. Wanhoop gierde door zijn lichaam, tot hij een briefje op het tafeltje vond. Hij slikte en pakte het op, waarna hij begon te lezen: “Sel. Als je dit leest, dan ben je dus niet op school. Lees je het niet, dan zal je waarschijnlijk niet begrijpen waarom ik niet reageer op mijn berichtjes. Ergens hoop ik dat je dit niet leest, want dat betekend dat je veilig op school zit. Ik ben naar mijn familie gegaan, voor het geval dat. Het virus verspreidt zich snel en ik wil bij hen zijn, voordat het te laat is. Het spijt me. – L.”
Selvyn las de woorden opnieuw en opnieuw en hij probeerde zo logisch te laten klinken in zijn hoofd. Ze was weg. Hij was naar buiten gerend, had regels overtreden om bij haar te zijn en zij was weg. Ze had een briefje achter gelaten, ze had hem niet eens kunnen bellen! Ergens voelde hij zich woedend, woedend omdat zijn vriendin, degene van wie hij hield, hem had verlaten. Aan de andere kant kon hij niet woedend op hij zijn, juist omdat hij van haar hield.
18
18
Om nieuwe berichten te laden: ingeschakeld
