Demish schreef:
Dit was teveel om in één keer door te hebben, om het allemaal te begrijpen. De ouderen waren weg, zijn magie deed het wel, maar die van Meadow deed het blijkbaar niet. Oh, en ze moesten naar het plein voor het paleis voor een registratie. Een registratie van wat? Wie er nog waren, wie nog wel de te gebruiken? Het waren een hoop dingen en Jeray snapte er niet veel van, maar hij wist dat hij op dit moment niet heel erg veel keuze had en gewoon naar het plein zou moeten gaan, of hij dat nou wilde of niet. Als hij niet zou gaan, zouden ze vanzelf wel aan zijn deur kloppen en het liefst wilde hij weer terug zijn bed in, dus hij kon maar beter zo snel mogelijk doen wat er van hem werd verwacht.
Zuchtend liep hij naar de kast, waar hij zijn kleding uit trok. Een donkerbruine broek, met een wit, loszittend shirt. Hij wisselde het om voor de pyjama waar zijn lichaam zich nu nog in bevond en hij trok nog een paar schoenen aan. Meadow had in al die tijd stilletjes toe gekeken hoe hij zich om had gekleed, maar het had hem vrij weinig geboeid. Hij was te moe om zijn energie al zo goed te verdelen op de ochtend en nu was hij voornamelijk bezig met het feit dat er iets aan de hand was, iets wat er voor zou kunnen zorgen dat Avalon ten onder zou gaan. De oudere elven waren de meest wijze elven, zij hadden de meeste ervaring, de beste magie. Als zij er niet waren, wie zou dan degene zijn die de leiding zou nemen? Ongetwijfeld een winter, want de winterelven waren het meest belangrijk.
‘Wat?’ vroeg hij aan Meadow, wie hem nog steeds aanstaarde.
‘Niets, niets.’ Ze haalde onverschillig haar schouders op en draaide zich om, maar niet snel genoeg om haar rode wangen voor Jeray te kunnen verbergen. Hij haalde enkel zijn schouders op en liep als eerste naar buiten, waar het nog altijd een chaos was. Nu was het echter zo, dat een grote groep elven richting het winterpaleis liep, om zich daar op het plein te verzamelen. Jeray mengde zich, samen met Meadow, in de groep. Ondertussen keek hij om zich heen. Hij zag jongere kinderen, maar ook een paar van vijftien, zestien. Zelf was hij achttien en tot nu toe had hij nog niet veel gezien die ouder dan dat waren. Wat betekende het eigenlijk dat alle “ouderen” weg waren. Bij de ouderen dacht Jeray al snel aan zijn ouders, of misschien nog wel ouder dan dat. Toch waren er voornamelijk kinderen om hem heen, tieners.
Uiteindelijk kwamen ze aan op het plein en aan het begin stonden al een paar lente-elven, duidelijk een paar van de ouderen, nou ja, ze waren eigenlijk niet veel ouder dan Jeray zelf, maar voor zover hij wist, was achttien het oudste wat hij hier tegen kon komen.
‘Het is de bedoeling dat iedereen bij zijn eigen groep aansluit. Lente is links, zomer midden-links, herfst midden-rechts en winter helemaal rechts,’ vertelde één van de lente-elven. Het leek erop dat hij bezig was geweest met zijn training om een bewaker te worden, maar nu stond hij hier de weg te wijzen voor de andere elven. Jeray had altijd medelijden gehad met de lente-elven. Ze werden behoorlijk onderschat, in zijn ogen.
Met een zucht nam Jeray plaats bij de groep waar hij zelf thuishoorde, de herfstelven. Hij vouwde zijn handen voor zijn lichaam en hij probeerde toe te kijken hoe het er voor in de rij aan toe ging. Het ging hem nog redelijk goed af, omdat hij wat groter was dan de rest van de elven die in de rij stonden. Hij zag hoe er een naam werd geregistreerd, vervolgens leek het erop dat iemand een daad van magie moest laten zien, om te bewijzen of hij wel kon toveren, of niet. Bij de meeste gevallen was dat niet het geval. Zelfs toen Jeray bijna niet vooraan stond, was er nog niemand geweest die zijn magie had kunnen laten zien. Heel even twijfelde hij, of hij het wel moest laten zien. Aan de andere kant, als dit echt een ramp was, dan zouden ze zoveel mogelijk magie kunnen gebruiken, toch? Daarbij was liegen tegen een winterelf nou niet echt iets wat hoog op zijn lijstje stond.
‘Naam,’ zei het meisje dat voor de tafel stond, zonder naar hem op te kijken. ‘Jeray Tamani,’ liet hij haar weten en ze knikte, waarna ze het opschreef op een stuk papier.
‘Leeftijd?’ Nog steeds waren haar ogen gefixeerd op het papier. ‘Achttien,’ antwoordde hij.
Het meisje knikte en keek voor de eerste keer op. ‘Magie?’
Blijkbaar was dat het enige wat ze hoefde te vragen, of ze had er gewoon geen zin meer in, aangezien een hoop elven tot nu toe al hadden gefaald.
Jeray knikte en keek om zich heen. Hij wilde niet iets doen wat te opvallend was, wat er voor zou zorgen dat het hele plein opeens weg zou waaien door een herfstachtige storm. Daarom koos hij voor wat anders. Met een simpele handbeweging haalde hij een klein, grijs wolkje uit de lucht en liet hij die naast zich zweven. Met een knip in zijn vingers verschenen er regendruppels uit de wolk.
Het meisje, duidelijk verbaasd dat iemand magie had, boog zich weer over het papier. ‘Ik wil je vragen om plaats te nemen voor het paleis.’
Jeray zijn ogen gleden naar de voorkant van het paleis, waar een kleine groep elven stond, allemaal gemengd van groep. Hij knikte naar het meisje en liep vervolgens richting de groep. Veel waren het er tot nu toe niet. Nog geen twintig.